Vincent Dierckx


Adres

Phnom Penh - Cambodja
Adres: Waversebaan, 220, 3001 Heverlee

Orde:
Jezuïet

Bankgegevens:
Foreign Trade Bank of Cambodia
Phnom Penh
Banknummer 30.060.0103
Rekening op naam van Jesuit Refuge Service

Fiscaal attest:
HUBEJE
Koninginnelaan 141
1030 Brussel
000-0938800-34
Tel: 02 205 01 60

Leven en werk

Geboren op 13 Januari 1921, dan lagere scholen bij de zusterkens en dan 11 jaar op het St. Jozefs College van de Jezuïeten in Turnhout. In september 1939 ben ik binnen getreden bij de Jezuïeten. Eerst twee jaar noviciaat en dan twee jaar in La Pairelle (Wepion) voor Indisch Juvenaat. Nadien 3 jaar filosofie, en dan vier jaar biologie aan de Universiteit van Leuven. Na ongeveer twee jaar theologie in Leuven ben ik in het begin van 1952 per boot vertrokken naar India. Ik heb dan de rest van mijn Theologie in Kurseong (Himalayas) gedaan en ben priester gewijd in November 1953.. Dan ben ik vertrokken naar Ranchi om me voor te bereiden als professor van Biologie aan onze faculteiten van St. Xaviers College, Ranchi. Ik heb er les gegeven tot op 60 jaar wanneer ik moest ophouden. In 1985 heb ik mij voor gesteld om te werken in de vluchtelingen kampen van Cambodja aan de grens van Thailand. En in 1992 werden de kampen gesloten en ben ik naar Cambodja zelf vertokken. Wegens een ongelukkige val ben ik een jaar bedlegerig en twee maanden in een hospitaal in Thailand geweest. In december 2004 kwam ik terug naar België en ben nu op rust in Heverlee.

+
In Memoriam
Vincent Dierckx


Vincent Dierckx werd geboren in Turnhout op 13 Januari 1921. Hij liep zijn lagere school bij de zusters in Turnhout en op 11 jarige leeftijd kwam hij terecht op het Sint Jozefcollege van de Jezuïeten in Turnhout. In september 1939 trad Vincent binnen bij de Jezuïeten. Eerst volgde hij twee jaar noviciaat om daarna dan twee jaar in La Pairelle (Wepion) Indisch Juvenaat te volgen. Nadien volgden nog 3 jaar filosofie en dan vier jaar biologie aan de universiteit van Leuven. Na ongeveer twee jaar theologie in Leuven vertrok hij in het begin van 1952 per boot naar India. De rest van zijn theologie volgde de pater in Kurseong (Himalayas) en hij werd priester gewijd in november 1953.
Dan vertrok de pater naar Ranchi om zich voor te bereiden als professor van biologie aan de faculteiten van St. Xaviers College, Ranchi. Hij gaf er les tot zijn 60 ste jaar (1981), waarna hij moest ophouden.
In 1985 stelde hij voor om te werken in de vluchtelingenkampen van Cambodja aan de grens van Thailand. En in 1992 werden de kampen gesloten en vertrok hij zelf naar Cambodja om er te verder te werken met en voor de vluchtelingen.
Wegens een ongelukkige val was pater Vincent een jaar bedlegerig en verbleef hij twee maanden in een hospitaal in Thailand. In december 2004 kwam hij voorgoed terug naar België en ging hij op rust in Heverlee. Daar overleed de pater op 4 augustus 2008.

Tekst op het bidprentje dat de pater volledig typeert:
Vincent, lieve broer, schoonbroer, nonkel, vriend, missionaris,
als wij nu wenen om uw heengaan, zijn het niet alleen tranen van verdriet.

Aan Mevrouw Simone De Coster en de familie Olyslager willen wij ons medeleven betuigen bij dit groot verlies.

Brieven

Phnom Penh - 1 juni 2004

Nota van de correspondente : daar er reeds twee maand geen post meer doorkwam van pater Vincent nam ik contact op met Simone Olyslager uit Kapellen, die de pater zeer persoonlijk kent. Van haar vernam ik dat pater Vincent gevallen was en dat hij zijn heup had gebroken. Ik kreeg dan van haar wel de naam door van een persoon die zijn correspondentie momenteel verzorgt. Ik nam met die persoon dan ook contact op om hem alles duidelijk te maken over het werk van De Brug zodat het project van de pater toch verder zou kunnen gevolgd worden.

Mail van 9 juni (vrije vertaling uit het Engels).

Ik ben Raymond Alikpala, J.R.S (Jesuit Refuge Service) jurist, geen priester.
Ik kon op uw mail niet onmiddellijk antwoorden omdat we problemen hadden met een virus. Die proble-men zijn ondertussen gelukkig opgelost.
Door pater Vincents toestand (hij brak 2 maand geleden zijn heup en is daardoor ook reeds 2 maand bedlegerig) is het voor mij moeilijk om die zaak over De Brug te begrijpen. Ik moet wat geduld hebben want de pater is zo zwak dat ik hem niet kan en mag vermoeien. Hij herstelt stilletjes, maar kan zich echt nog niet lang concentreren op zijn werk.
Ik hoop u binnen enkele dagen te kunnen terugmailen.

Mail van 14 juni (vrije vertaling uit het Engels)

Wij hebben deze morgen samen de zaak van De Brug overlegd.
Wij hebben onze rekening bij de bank nagezien en hebben gezien dat op de Foreign Trade Bank of Cambodja, nr. 321 142-30-060-0103 op datum van 20 maart 2004 een bedrag is gestort van US$ 1.758,70 (verminderd met 5 $ bankkosten). Het uittreksel vermeldde een storting van "Brasschaatse-steenweg 64 van de Bank Brussel Lambert" voor een bedrag van 1.505 euro, omgezet in US$ aan de koers van 4707/4728, tot US$ 1.758,70. Het uittreksel vermeldt nergens de naam van De Brug, dus zou ik wel graag hebben dat je daarvoor naar ons de bevestiging zou willen sturen dat het wel degelijk jullie toelage is.
Volgens pater Vincent heeft hij u reeds de formulieren teruggestuurd welke moesten ingevuld worden. Hij beweert dat hij die formulieren reeds voor zijn ongeval (9 april) had in orde gebracht. Waarschijnlijk gingen ze verloren via de post.
Om over zijn project een brief te schrijven voor het boekje is pater Vincent nog wel niet in staat. Moest zijn project door dit voorval niet kunnen in orde komen voor de steun voor het jaar 2005 vraagt hij u om toch de steun te kunnen verder aanvragen, maar dan voor het volgend jaar 2006.
Pater Vincent is nu 83 jaar en zal volgens de dokter zeer langzaam herstellen. Momenteel heeft hij ook nog problemen met zijn hart en zijn bloeddruk. We geloven dat het een kwestie van tijd is eer hij terug in vorm is en alles weer zal aankunnen zoals vroeger.
Je moet ook weten dat zoveel mensen hier in Cambodja veel van de pater houden en dat we al het mo-gelijke doen voor zijn voorspoedig herstel.

Antwoord van Raymond Alikpala op de vraag met wie ik (de correspondente) nu wel mailde :

Ikzelf ben een Filippijns advocaat die werkt voor de vluchtelingen en asielzoekers van "Jesuit Refugee Service" (JRS). Ik verblijf nu 2,5 jaar in Cambodja en beëindig eind deze maand mijn taak in Phnom Penh. Ik verlaat evenwel Cambodja niet, maar ik ga nu werken bij UNHCR, de afdeling voor de vluchte-lingen en asielzoekers van de VN, waar JRS mee samenwerkt.
Ik blijf dus in Cambodja wonen, maar niet langer in het huis bij de pater. Natuurlijk gaat mijn engagement voor de pater wel verder en blijf ik het herstel van de pater volgen.
Ik hoop dat ik al uw vragen heb beantwoord. Dank u nogmaals voor uw steun voor pater Vincent.
Met vriendelijke groeten.
Voor pater Vincent : Raymond Alikpala.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 4 februari 2004

Hartelijk dank voor uw talrijke brieven die ik niet beantwoord heb! Ik kan het allemaal niet meer bij-houden. De laatste twee boekjes met nieuws van de project aanvragers werden langs email verstuurd langs een programma dat ik hier niet heb. Wel kon ik hier de enkele bladzijden lezen die verstuurd werden langs programma’s WORD of EXCELL.
Nog iets voor mijn laatste aangevraagde project. Sister Denise die aan het hoofd staat van al onze projecten hier, is nog eens op tour geweest in de provincies die in het noorden tegen de grenzen van Thailand gelegen zijn en waar het land tot voor een paar jaar nog bezet was door de Rode Khmers. Ze was geschokt door de erbarmelijk toestand van de gehandicapten en hun families of wat er nog overblijft van families. De regering is volop bezig met grote middelen de streek en de banen te ont-mijnen. Het is niet dat ze medelijden hebben met die armen maar ze willen zoveel mogelijk land vrij maken met als doel het te verkopen aan grootgrondbezitters en maatschappijen die alles willen opko-pen. Ze ontdekte dan ook vele gehandicapten die nog machteloos staan door hun toestand.
Als ge op een nieuw project wacht zou ik het graag willen zien gaan naar “Friends” van Sebastien Ma-rot die u ook vroeger geholpen heb. Hij zorgt voor honderden straatkinderen en probeert ze van de straat weg te krijgen en ze voor te bereiden op een simpel beroep. Hij houdt nu een restaurant in het midden van de stad waar ze eenvoudig eten en drinken zelf kunnen opdienen. Daarnaast worden mo-to’s gerepareerd en nog veel meer projecten voor meisjes en jongens. Ik sta in bewondering van wat hij heeft kunnen bereiken met die jongens en meisjes. Niemand is opgesloten. Als ze terug de straat op willen zijn ze vrij terug te gaan naar de straat en naar hun benden of naar snuifdrugs. Sebastien wordt dikwijls vermeld in de krant omdat hij bekend staat als iemand die de jeugd verdedigt en er voor werkt.
Ik ga nu sluiten met de hele familie nog een gelukkig jaar toe te wensen , gedragen door de vredes-wens van Kerstmis.
Met zeer hartelijke groeten.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 23 september 2003

Na een korte verlofperiode in België ben ik terug veilig thuis in Cambodja.Nu tracht ik de lopende za-ken vlug af te handelen.
Ik stuur u hierbij de gevraagde korte beschrijving van het project van 2003 en mijn nieuwe aanvraag voor 2004.
Vriendelijke groetjes en tot later
Korte evaluatie van het gesteunde project in 2003
In het project voor verzorging van doven of slechthorenden zijn gedurende 2003 twee nieuwe Cam-bodjaanse krachten bijgeschoold. Ze helpen nu in het onderzoek en de verzorging van de vele patiën-ten en voor het voorbereiden van de operaties. Ook heeft het project vernieuwd ‘licht’ om in de oren te kijken. Ook werden verschillende antibiotica aangeschaft voor de behandeling van oorziekten zoals de vele voorkomende soorten van otitis.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 28 april 2003

De bijdrage van de Brug is aangekomen op onze bank op 8 april: het waren $1,295. De bank hier heeft er nog een commissie genomen van $5. Ik heb dus op mijn rekening 1,290 gekregen. Hartelijk dank voor uw vriendelijke hulp.
Minder goed nieuws was dat ik uw boekje niet heb kunnen lezen want de ‘attachment’ was gestuurd op een programma dat we niet hebben op onze computer, en we hebben ook geen internet.
Ik hoop begin juli naar België te komen met Sopheap en het zusje van Van Nith. Ik hoop maar dat die SARS ziekte zich niet uitbreidt anders zouden we nog kunnen vastzitten. Het voordeel is wel dat de prijzen van de vluchten naar Europa waarschijnlijk zullen dalen wegens een tekort aan passagiers. De datum staat nog niet vast want Sopheap moet nog examens afleggen tot in het begin van juli.
Het is hier elke dag zeer warm en ik zal blij zijn wat te kunnen uitblazen in een Frissere lucht.
Nogmaals hartelijk dank en mijn beste paaswensen voor de hele familie.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 17 maart 2003

Hartelijk dank voor uw dubbele brief. Onze computer heeft ons in de steek gelaten;
Vanaf Kerstmis tot in januari waren we buiten bereik. In het begin van januari vernieuwde ze ons pro-gramma, maar daarmee werden alle vorige berichten uitgewist!
Ik heb op mijn computer wel mijn brieven die ik stuurde, maar al uw antwoorden zijn weg.
Eerst en vooral geef ik u mijn rekeningnummer.
In verband met de oorbehandelingen kan ik u vermelden dat juist nu weer een stel dokters uit Frank-rijk in Battambang gratis ooroperaties doen gedurende een tiental dagen. In Battambang mogen ze gebruik maken van een operatiezaal van het Emergency Hospital. Ons personeel heeft hier de laatste maanden de kinderen geselecteerd die een operatie nodig hebben. Ons personeel is nu in Battam-bang om in te staan voor de verzorging.
Met mijn gezondheid gaat het goed, maar de slijtage van de ouderdom kan natuurlijk niet meer her-steld worden. Ik kom dit jaar ook naar België en waarschijnlijk kom ik eind juni aan.
Met nog hartelijke groeten en tot weerziens in Kapellen.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 11 maart 2003

Goed nieuws! De storting van de verschillende weldoeners is goed aangekomen en gisteren heb ik Mme de Pallière een cheque van 1.500 dollars gegeven. Ze dankt allen zeer hartelijk. Eén van deze dagen stuurt ze mij een brochure over het werk en dat zend ik naar u door.
Ondertussen is het hier zeer warm en droog geworden. Ik kan me niet herinneren wanneer we de laatste regen gezien of gevoeld hebben. Het is geweldig stofferig. De duizenden motocyclisten hou-den bijna allen een doek voor hun mond om de lucht wat te filteren. De moto is hier de voornaamste taxi. Daar laden ze tot vier personen op en de bagage, die tot ver boven de chauffeur uitsteekt. Er zijn ook heel veel ongelukken met hen omdat ze zelfs geen rijbewijs moeten hebben. Velen trekken nog een aanhangwagen voort die dan nog vol zit met mensen en goederen. Dat is bijna het enige vervoer naar de omliggende dorpen, als er geen water tussen ligt.
In een stuk van ons derde huis hebben we een ontvangstcentrum georganiseerd voor doven en slechthorende kinderen. Elke maandag en dinsdag komen er van een van de omliggende scholen of dorpen een hele pick-up vol kinderen die hun oren komen laten testen. We hebben hier nu een test-machine kunnen opzetten en een Cambodjaanse, Sister Adelphe, en Sophany, een Cambodjaanse vrijwilliger, onderzoeken hen allen en kuisen en verzorgen hun oren. Zo nodig installeren ze ook een hoorapparaat. Op andere dagen gaan ze ook in de dorpen rond om patiënten op te sporen. Zo veel kinderen zitten met oorproblemen wegens slechte hygiëne. Een paar keer per jaar krijgen we hier een bezoek van oorspecialisten die ons personeel trainen en die ook instrumenten meebrengen. Binnen-kort komen ook oorchirurgen dokters in het hospitaal trainen voor operaties. Ons centrum is voor het ogenblik nog het beste van Cambodjaan oren te verzorgen en te testen. Ons personeel stuurt ook di-agrammen naar de dokters om bevestiging te krijgen van hun diagnose. Het is zo belangrijk dat kinde-ren goed kunnen horen. Anders kunnen ze in de klas niet volgen en geven ze op.
Zo, voor een mogelijk volgend project zou ik dit aanraden.
We willen ook in Siem Reap en Battambang, twee van de voornaamste steden, een paar mensen trainen en installeren die dan slechthorende kinderen naar ons centrum kunnen sturen, vooral als de bezoekende dokters hier zijn. Ze kunnen ook continu voor medicatie zorgen voor het verzorgen van aanslepende infecties. De antibiotica tegen oorinfecties zijn ook erg duur.
Nogmaals hartelijk dank.
Beste groeten en tot binnenkort.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 20 december 2001

Hartelijk dank voor uw vriendelijke brief waarin ik ook ‘goed’ nieuws vond. Op voorhand dank ik zeer hartelijk voor de 64.000 fr. die nu voor het project bestemd worden. Ik weet niet hoeveel euro dat zal zijn. Als ik de volgende keer naar België kom zal die omzetting voor mij wel een hele kopbrekerij zijn! Nu kan ik het gewoon aanvaarden.
Het geld zal best ten goede komen aan ‘Pour un sourire d’enfant’ het schone werk van dat Franse koppel, Mr. et Mme de Pallière, voor de kinderen van de vuilnisberg. Vandaag waren er weer een hele hoop van hun kinderen in ons J.S.-centrum om hun oren te laten testen, te kuisen en te verzorgen. We hebben hier een zuster, Sr. Adelphe, en een Khmervrouw, Sophany, die getraind zijn als audiolo-gists en die ook de nodige apparatuur hebben. Australische dokters hebben hen een training gegeven en ze komen binnenkort weer terug om hen nog wat bij te trainen. Ze hebben veel werk, want de kin-deren van de dorpen hebben heel veel oorproblemen wegens armoede, tekort aan hygiëne, de afwe-zigheid van de medische verzorging en de hoge prijs van antibiotica.
Ja, het vorige project voor de Aids-patiënten onder de leiding van de paters van Maryknoll is meer en meer in moeilijkheden wegens het groeiend aantal. Het aids-probleem in Cambodja wordt een echte epidemie. Het is tragisch zoveel mensen vroegtijdig te zien sterven. Zoveel kinderen worden ineens wees nadat ze hun ouders hebben zien sterven.
En toch is het Kerstmis. Het Jezuskindje komt toch ook voor al die geteisterde families. Maar het blijft voor hen toch bijna onbekend. Kerstmis is hier zelfs geen feestdag op school. Het gaat ongemerkt voorbij. Ongemerkt ja, tenzij we onze vreugde een beetje met hen delen door bezoeken of kleine ge-schenkjes die hen wat opbeuren. Met mijn gezondheid gaat het zeer goed. Er was bij mijn aankomst een klein loos alarm geweest. Sopheap komt bijna elke zondag wat leren lezen, schrijven en tellen met de Vlaamse boekjes die ik meebracht. In de namiddag breng ik hem naar huis.
Ik wens u allen nog een zalig kerstfeest! En moge de kerstvreugde u dragen door het nieuwe jaar!

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 8 augustus 2001

Briefje van J. Noonan, m.m.
Beste pater Vincent en vrienden,
De gift van uw vereniging aan ‘the Seedling of Hope’ wordt bij ons allen zeer gewaardeerd. Het geld wordt speciaal gebruik bij de families met Aids-patiënten. Wij hebben verschillende families waarvan beide ouders AIDS hebben en die, door hun ziekte, niet meer in staat zijn te werken. Giften zoals deze van uw vereniging zorgen ervoor dat zij en hun kinderen geholpen worden. Het wordt o.a. ook gebruikt om sommige kinderen toch naar school te kunnen laten gaan.
Dank u!

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 2 mei 2001

Sorry, ik heb u lang doen wachten op een antwoord op uw brieven en nieuws. Om verschillende rede-nen en ook uit luiheid heb ik altijd het antwoord uitgesteld (het is mijn eerste brief in mijn tachtigste jaar!).
April is een heel hete, afmattende maand geweest, maar gelukkig waren er veel vakantiedagen we-gens het Khmer Nieuwjaar. Dan konden we uitblazen. De laatste drie dagen heeft het wat geregend en zijn we een beetje opgefrist. Begin maart had ik ook het bezoek van mijn nicht en we zijn samen naar de tempels van Angkor Wat geweest.
Ondertussen heeft de Brug nog veel werk gedaan en in februari-maart zijn de stortingen toegekomen. Hartelijk dank voor de schone bijdrage van 57.000 ft. Zoals afgesproken gaat het naar het AIDS werk van de paters Maryknoll. Ze hebben nu een tehuis voor terminale gevallen, voor personen die alleen staan en die geen familie hebben of uitgestoten zijn door hun familie. Het grote probleem zijn nu de kinderen van ouders die aan AIDS gestorven zijn en die dikwijls zeer arm zijn. De zusters van Moeder Teresa hebben nu aan hun hospitaal voor TB een zaal voor een 20-tal Aids-patiënten die verzorging nodig hebben. Nu beginnen ze ook aan de bouw van een afdeling voor kleine kinderen met AIDS.
Het is ook interessant dat wij in ons JS-centrum zeep produceren. Er zijn drie soorten: één tegen de muggen, één tegen de luizen en een derde tegen schurft. De samenstelling van de zeepjes is bereid door een Australische scheikundige en de installatie hier is ook opgezet door een Australische wel-doener. We produceren niet voor de markt, maar voor de armen en voor NGO organisaties. Nu vond men bij toeval dat de zeep tegen schurft ook efficiënt is in de bestrijding van de huidaandoeningen bij Aids-patiënten. Vandaar nu een grote vraag voor deze zeep. De moeilijkheid voor ons is wel dat in-grediënten voor de zeep gedeeltelijk moeten uit het buitenland komen en dan hebben we grote last met de douane, ze weten nooit zelf welke taks op die producten moeten geheven worden.
Misschien ben ik te laat, maar indien ik nog een project kan voorstellen zou ik het werk van een Frans koppel willen aanbevelen Hun NGO heet ‘Pour un sourir d’enfant’. En zij heten De Pallière. Het is een organisatie die werkt met de straatkinderen die dagelijks werken en zoeken op de grote berg waar al het vuil van de stad wordt gestort. Het is een rokende, stinkende berg, waar honderden mensen nog iets trachten uit te vissen van al het huisvuil, te midden van een grote wolk vliegen. Heel veel kinderen zoeken daar ook: weggelopen kinderen, armen of wezen, enz.. Deze NGO is daar elke morgen om 5.30 uur in een klein bamboehuisje op die hoop waar ze kinderen iets te eten geven en waar een ver-pleegster hun talrijke wonden verzorgt. Kort bij die plaats hebben ze een school gebouwd waar ze de-ze kinderen proberen aan te trekken in hun vrije tijd of om hen weg te houden van die vuilhoop. Zo nodig betalen ze nog enkele centen die ze moesten verdienen door plastiek te verkopen, voor een verre oom of zo iets. Ze hebben wel over de 300 kinderen en ze werken met vrijwilligers, Khmer en vreemdelingen. De klassen zijn aangepast aan kinderen om hun scholing bij te werken. Op school worden ze ook netjes gekleed en natuurlijk gewassen. Een pracht werk!
Wel de Brug mag er zijn. Het is ongeloofluik hoe een kleinschalige organisatie volledig afhangend en gerund door privé initiatief, zo een waaier van goed kan doen in ver afgelegen landen.
25 Jaar lang en nog verder uitbreidend! Proficiat aan allen en iedereen die zich vrij maakten in deze drukke tijd. En ik zing (maar ik heb geen stem meer) samen met de stemmen uit alle werelddelen har-telijke dank!
Aan u ook hartelijk dank voor al wat ge gedaan hebt in bestuur en andere activiteiten. Het is natuurlijk Wim Olyslager die me ‘onder’ de Brug bracht. Maar u hebt me voortdurend over de Brug geholpen! God zal het u lonen... tot in de derde generatie.
‘Our Khun Charan’ zeggen ze hier voor ‘hartelijk dank’.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 9 maart 2000

Ik ben ver ten achter met mijn briefwisseling, vooral met u. Verleden week ben ik teruggekomen van een reis naar India. Ik ben er mijn oud werkterrein gaan opzoeken en heb weer contact genomen met mijn oude compagnons. Ik had willen gaan einde januari maar moest het uitstellen omdat op de lucht-lijnen geen plaatsen meer vrij waren. Ik ben ook wel erg vermoeid teruggekomen wegens een twee dagen reis zonder slaap.
Ik moet dus nog uw brief van 13 december beantwoorden. Ja, ik heb juist bij mijn terugkeer de lijst aangekregen van Hubeje met de namen van de weldoeners. Ik heb een totaal bedrag gekregen van 64.000 fr. zoals in het boekje staat, maar niet 62.000 fr. zoals vermeld in uw brief.
Zoals u schreef, het is fantastisch hoe u allen samen zoveel hulp kunt bijeen brengen. In elk geval zeer hartelijk dank.
Ik stuur hierbij een rapport van het werk met de Aids-patiënten. Ge kunt lezen dat het project een beetje verandert met opname van patiënten die geen thuis meer hebben. Het is een veel zwaardere taak met nodige langdurige medische verzorging.
De schoonbroer van een van mijn beste Cambodjaanse vrienden is juist aan Aids overleden en zijn vrouw heeft ook al de uiterlijke symptomen. We moeten nog het jongste kindje testen. Het zou ook HIV-drager kunnen zijn. Er is hier nog schrijnende onwetendheid en exploitatie.
Moest u het mij vragen zou ik nog hetzelfde Aids-project voorstellen voor het volgend jaar.
Nog zeer hartelijk dank en ik feliciteer u allen met uw veelzijdige initiatieven om zoveel ontwikkelings-projecten te kunnen steunen.
Laten we samen bidden voor de vele mensen in schrijnende nood.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 3 juli 1998

Hartelijk dank voor uw brief van 11 juni. ik bewonder die geweldige inzet en succes van De Brugac-ties. Hartelijk gefeliciteerd l En natuurlijk allen die genieten van de steun van de Brug zullen zeggen ‘Doe zo voort’, niet juist voor de centjes maar vooral om zovelen van uw helpers effectief bruggen-bouwers te laten zijn met hart en handen. Ja, waarlijk er ontbreken nog vele bruggen tussen Noord en Zuid, Oost en West.
Zoals ik vroeger schreef is de speciale school “Apsara” nu overgenomen door Marist-broeders en is verhuisd naar de andere kant van Phnom Penh. Maar gelukkig komt nu een minibusje de kinderen van het tehuis hier afhalen en terugbrengen.
Ja, ik schreef u laatst dat ik mijn jaarlijkse retraite in Bangkok ging doen: ik doe dat privaat in ons Je-zuïetenhuis van Bangkok. Ik moest toch naar Bangkok voor een controle bij de hartspecialist. Maar al-les is OK.
Cambodja bereidt zich voor op de verkiezingen van 26 juli. Een gevaarlijke tijd want één partij heeft al-le macht in handen en wil het ook behouden met alle middelen. Veel buitenlanders en ook rijkere Cambodjanen verkiezen hun familie voor meer veiligheid naar het buitenland te sturen.
Voor 1999 zou ik graag nogmaals het kindertehuis willen voorstellen. Er komt een kleine uitbreiding. Sr. Adelphe is voor twee weken in Da Nang (Vietnam) geweest en heeft er geleerd hoe plastieken oorafdrukken te maken voor het ankeren van gehoorapparaten. Er is wel een school voor doven in Phnom Penh, maar dat is om gebarentaal aan te leren. We willen arme kinderen helpen die toch niet potdoof zijn: met een oorapparaat kunnen ze gewoon contact krijgen met hun normale entourage. Gewoonlijk hebben die geen klas kunnen volgen. We hebben al wat materiaal en installeren een klein ‘laboratorium’ voor het testen en fitten. We hebben al wat kandidaten van zogezegd “doofstommen” op de lijst: ze zijn ongeveer ‘stom’ en ‘ongeletterd’ omdat ze niet konden horen.
Ik vermeld hier nog twee kinderen die bijgekomen zijn:
MEN: 11 jaar, hij is een parel van een jongen, altijd kalm en goedgezind en op school krijgt hij altijd 10/10. Zijn werk is altijd “af”. Die jongen komt van een dorp in Siem Reap. Toen er een brand was, liep hij weg langs een huis dat ineens ontplofte. Zijn twee benen waren vreselijk verminkt. In het hospitaal van Siem Reap hebben ze één been onder de knie afgezet. Ze zagen ook geen middel om het tweede been te redden. Hij werd naar Phnom Penh gestuurd en daar hebben ze hem kunnen helpen, maar in dat been heeft hij TBC en osteoporosis in de hiel. Zo moet hij nu lopen met één kunstbeen en een ap-paraat aan het andere been dat hem belet op zijn hiel te steunen. De behandeling zal wel zes maan-den duren. Zijn apparaat moet regelmatig aangepast worden in het revalidatiecentrum. Hij loopt overal rond. Ik weet niet of hij later naar huis zal teruggaan: zijn ouders veranderen dikwijls van plaats om werk te vinden en ik weet niet of hij daar naar school zou kunnen gaan.
KEITJA: een lief en knap meisje van 10 jaar. Ze heeft een klompvoet en een hand dat enkele vingers mist. Ze komt van Kompong Thom, een 150 km ten noorden van Phnom Penh. Haar voet is geope-reerd in de maand mei en nu draagt ze een speciaal apparaat om haar voet recht te zetten. Ze zal la-ter wel terugkeren naar haar huis want haar vader is leraar in de school van haar dorp. Dat geeft u wat nieuws van hier.
Ondertussen wens ik jullie allen een zalige vakantie met hopelijk fijn zomerweer.
Nogmaals hartelijk dank en tot later.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 13 april 1998

Verleden week kreeg ik op dezelfde dag uw brief aan en de lijst van giften gestuurd langs Hubeje. Ook de bank in Bangkok heeft de overschrijving gekregen van de giften. Hartelijk dank voor de 44.000 Fr. voor het tehuis voor de gehandicapten. Nu ook alle overschrijvingen bestemd zijn voor Les Petits Amis aangekomen zijn, ga ik die brengen naar Sebastien Marot, de directeur van dat straatkinderen-tehuis.
Nu wat nieuws over het kleine tehuis voor gehandicapte kinderen. Ze zijn nog ondergebracht in een deel van een villa tegenover ons huis. Na de drie eerste kinderen die er waren, is er één terug naar huis gestuurd. (ik beb in mijn vorige brief waarschijnlijk de twee namen Chan en Vuth verward). Chan was zo moeilijk dat de school hem weggestuurd heeft. Zo werd hij terug naar zijn familie gestuurd, maar zijn moeder zette hem uit het huis en hij was terug op straat. Gelukkig heeft iemand hem ont-moet. Nu hebben we hem kunnen laten opnemen bij Sebastien in zijn ‘Petits Amis’. Daar is hij meer in ‘t oog te houden. Benji gaat nog naar de klas bij de saleziaanse zusters en hij leert een beetje bij, maar spreekt toch nog niet. Hij is ongeveer 8 jaar maar met een ontwikkeling van een kind van 4-5 jaar. Vuth is een heel rustige en vlijtige goede student in het derde jaar van de speciale Aspara-School. Hij gaat nu weer voor korte tijd naar her revalidatiecentrum om zijn speciale stokken aan te passen aan zijn grote. Ondertussen kwamen nog een hele reeks kinderen langs in het tehuis. Som-migen slechts voor een tijd, tot ze moeten geopereerd worden en zich hebben aangepast om het ap-paraat voor hun been. Anderen komen hier voor recuperatie na de operatie (de meesten zijn polio-gevallen). Stophon is een knappe jongen van 13 jaar, hij is nu tijdelijk in het revalidatiecentrum voor apparatuur. (Het revalidatie centrum is gelegen aan de andere kant van de stad over de rivier). Tanda-ro is 7 jaar en kreeg zijn apparaat voor één been. Hij is nu terug naar huis. Bundy is 9 jaar en heeft misvormde voeten (klompvoeten). Hij is geopereerd aan het rechterbeen en is nu in behandeling in het revalidatiecentrum. Hij is tijdens de weekends bij ons. Het tweede been zal later geopereerd wor-den.
Er zijn hier ook twee broertjes (7 en 15 jaar), allebei doofstom. We trachten dat ze aanvaard worden in een school voor dove kinderen.
In dit huis zijn ook dikwijls ouders tijdelijk ondergebracht. Zij komen vanuit de dorpen met hun zieke kinderen naar de stad voor behandeling in gespecialiseerde hospitalen. Om te slapen hebben ze en-kel een matje nodig. Op 13 april is het hier Nieuwjaar voor de Cambodjanen Na het verlof verwachten we meer kinderen.
U ziet, het is een beetje een open huis, maar de weduwe Mao behandelt allen als een echte moeder. Het geeft haar leven een betekenis. Sister Adilephe, een Cambodjaanse zuster die als nurse in ons team werkt, is de animator van dit tehuis. Zij onderhoudt de contacten met de families in de dorpen en controleert financies en herstel.
Er is toch een groot vraagteken. De speciale Asparaschool zal na enkele maanden overgenomen worden door twee Australische broeders (Maristen) en de school wordt verplaatst naar een heel ande-re kant van de stad. Dan moeten we weer naar andere oplossingen zoeken.
Het is hier heel warm. Sinds maanden wachten we op een druppel regen! Hier klimt de temperatuur elke dag tot 38 graden.
Deze brief zal met wat vertraging vertrekken, omdat de post minstens drie dagen niet werkt wegens Nieuwjaar. Ikzelf ga op het einde van de week naar Bangkok voor mijn jaarlijkse retraite. Een goede gelegenheid om voor u en de talrijke weldoeners te bidden uit dankbaarheid.
Nog beste wensen van blijvende paasvreugde.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 24 januari 1998

Hartelijk dank voor uw vriendelijke wensen en voor de hulp. Ja, het nieuwe centrum voor de gehandi-capte kinderen krijgt meer vorm. Het centrum blijft juist tegenover ons voornaamste J.S.centrum in de voorstad, goed gelegen en dicht bij de speciale school “Aspara” en ook bij de kleuterschool van de zusters van Don Bosco.Gisteren was ik er op bezoek toen de kinderen van school terugkwamen. BENJIE, die niet praat maar toch bij de zusters enthousiast naar school gaat, toonde mij fier de eerste gekribbelde letters van het Khmeralfabet. Hij drukt zich uit met gebaren en begint toch eerste geluiden re maken die wat op woorden gelijken. WUTH is zwaar gehandicapt aan zijn benen. Hij gebruikt een ijzer stel om naar de Aspara-school te gaan, maar het is toch pijnlijk om er mee te gaan. Hij heeft het niet gemakkelijk op school omwille van te weinig discipline en zelfcontrole. CH Ik ben nu een maand terug in Cambodja en sta hier weer in het veelzijdig werk. Ik had u vroeger gesproken over een tehuis voor straatkinderen een 40 km buiten Phnom Penh, maar ik heb er voor het ogenblik geen contact mee kunnen nemen. Ik stel dus eerder een ander werk voor dat door do Brug ken geholpen worden.
AIDS wordt een groot en explosief probleem in Cambodja. Do prostitutie, vooral in Phnom Penh en in de grensstreek, is geweldig gestegen en statistieken over HIV onder de prostituees zijn zeer veront-rustend.
Dit jaar hebben de zusters van Moeder Teresa bij hun hospitaaItje een kleine afdeling bijgebouwd, ge-reserveerd voor terminale AIDS patiënten. Onze sociale werkster en ook die van Maryknoll organisatie en de parochie kijken uit naar gevallen van AIDS-lijders, vooral in de arme wijken van de stad. Ze blij-ven de families bezoeken om ze aan te moedigen zo mogelijk de patiënten in hun eigen huiskring te verzorgen. Ook trachten we een oplossing te vinden voor gezinnen waar vader of moeder aan AIDS overleden zijn. Zelfs een van onze chauffeurs is ziek geworden door AIDS. Verschillende organisaties lanceren ook wel voorlichtingsacties onder de bevolking, maar weinigen onder de armen zijn zich be-wust van het gevaar.
Een Cambodjaanse zuster van Ia Providence, die in onze groep werkt, tracht ook een kleine “familie” te stichten voor gehandicapte kinderen. Een oude weduwe, Mao, zorgt op dit ogenblik voor 3 gehan-dicapte kinderen. Een jongen, Benji, is een wees, is 7 jaar, maar is als een kind van 4 jaar. Hij kan nog niet spreken. Hij was vroeger in een gewoon weeshuis van de staat en werd slecht verzorgd. De twee andere jongens (6 jaar) komen uit zeer arme, grote families en zijn fysisch gehandicapt. Ze gingen niet naar school Nu verblijven ze gedurende de week in de “familie” en Mao brengt ze elke dag alle 3 naar een speciale school. Tijdens de weekends gaan de twee oudsten terug bij hun ouders om de na-tuurlijke familieband levend te houden, terwijl Benji bij Mao blijft. Ze verblijven voorlopig in een bijhuis van een klein productiecentrum, maar we zoeken voor hen een gepast klein huisje. Tegelijk is het een nieuw zinvol leven voor deze oude kinderloze en zeer toegewijde Mao, wiens man 3 jaar geleden voor haar ogen werd vermoord. We merken dat de kleine Benji al heel wat open gekomen is en zich al pro-beert uit te drukken.
Dit laatste initiatief zou ik willen aanbevelen aan de Brug. Misschien kan het later nog wat uitbreiden. Ik zal binnenkort eens een foto maken van deze kleine ‘familie’.
CHAN, die 9 jaar is en ook zwaar gehandicapt omwille van polio, kan langzaam en wat scheef gaan met een speciale stok. Hij is de kalmte zelf en is de consolatie van de leraar in de school. Hij was vroeger een straatraper. Alle drie schijnen uiterst gelukkig een familie te vormen met moeder Mao. Nu komen er nog drie bij: KROUCH en TAN, twee jongens van 10 en 7 jaar, met zware handicap door po-lio en MOM, een meisje van 15, ook zwaar gehandicapt door polio. Deze drie gaan eerst nog naar een rehabilitatiecentrum voor prothese of rolstoel. Allen, behalve Benjie, gaan tijdens de weekends terug naar hun uiterst arme natuurlijke familie.
In onze technische School voor gehandicapten is het nieuwe schooljaar begonnen met nieuwe jon-gens- en meisjesstudenten: een 70-tal, maar we verwachten nog een tiental laatkomers. Een van de nieuwe studentinnen is een vrouw die in de gevechten van juli ll. niet alleen haar twee benen, maar ook baar man verloren heeft. Voor de rest gaan de andere activiteiten van onze organisatie goed voort. Die hebben gelukkig niet te lijden van de politieke chaos in het land. De financiële crisis in de landen die rondom Cambodja liggen, hebben Cambodja zelf niet veel beïnvloed. We zitten hier nog strak verbonden met de Amerikaanse dollar, de voornaamste munt in Cambodja. Maar wegens de onzekere politieke toestand komen er geen nieuwe investeringen en hebben sommige landen, zoals USA, hulp stopgezet. Ook toeristen blijven weg. We hebben juist een nieuw nummert gedrukt van ons nieuwsblaadje “Hello”.
Het zal u door mijn broer in Gent opgestuurd worden. Ik wens u voor 1998 veel geluk en voorspoed. Felicitaties voor uw zo succesvol en toegewijd werk! Nogmaals hartelijk dank.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 23 november 1997

Ik ben nu een maand terug in Cambodja en sta hier weer in het veelzijdig werk. Ik had u vroeger ge-sproken over een tehuis voor straatkinderen een 40 km buiten Phnom Penh, maar ik heb er voor het ogenblik geen contact mee kunnen nemen. Ik stel dus eerder een ander werk voor dat door do Brug ken geholpen worden.
AIDS wordt een groot en explosief probleem in Cambodja. Do prostitutie, vooral in Phnom Penh en in de grensstreek, is geweldig gestegen en statistieken over HIV onder de prostituees zijn zeer veront-rustend.
Dit jaar hebben de zusters van Moeder Teresa bij hun hospitaaItje een kleine afdeling bijgebouwd, ge-reserveerd voor terminale AIDS patiënten. Onze sociale werkster en ook die van Maryknoll organisatie en de parochie kijken uit naar gevallen van AIDS-lijders, vooral in de arme wijken van de stad. Ze blij-ven de families bezoeken om ze aan te moedigen zo mogelijk de patiënten in hun eigen huiskring te verzorgen. Ook trachten we een oplossing te vinden voor gezinnen waar vader of moeder aan AIDS overleden zijn. Zelfs een van onze chauffeurs is ziek geworden door AIDS. Verschillende organisaties lanceren ook wel voorlichtingsacties onder de bevolking, maar weinigen onder de armen zijn zich be-wust van het gevaar.
Een Cambodjaanse zuster van Ia Providence, die in onze groep werkt, tracht ook een kleine “familie” te stichten voor gehandicapte kinderen. Een oude weduwe, Mao, zorgt op dit ogenblik voor 3 gehan-dicapte kinderen. Een jongen, Benji, is een wees, is 7 jaar, maar is als een kind van 4 jaar. Hij kan nog niet spreken. Hij was vroeger in een gewoon weeshuis van de staat en werd slecht verzorgd. De twee andere jongens (6 jaar) komen uit zeer arme, grote families en zijn fysisch gehandicapt. Ze gingen niet naar school Nu verblijven ze gedurende de week in de “familie” en Mao brengt ze elke dag alle 3 naar een speciale school. Tijdens de weekends gaan de twee oudsten terug bij hun ouders om de na-tuurlijke familieband levend te houden, terwijl Benji bij Mao blijft. Ze verblijven voorlopig in een bijhuis van een klein productiecentrum, maar we zoeken voor hen een gepast klein huisje. Tegelijk is het een nieuw zinvol leven voor deze oude kinderloze en zeer toegewijde Mao, wiens man 3 jaar geleden voor haar ogen werd vermoord. We merken dat de kleine Benji al heel wat open gekomen is en zich al pro-beert uit te drukken.
Dit laatste initiatief zou ik willen aanbevelen aan de Brug. Misschien kan het later nog wat uitbreiden. Ik zal binnenkort eens een foto maken van deze kleine ‘familie’.
Nogmaals hartelijk dank voor uw hulp en interesse.
Frikadellen met krieken of appelmoes van uw acties brengen me wel het water in de mond, maar het zal andere miseries en honger laven op veel plaatsen.
Met Gods zegen.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 21 mei 1997

Een tiental dagen geleden ben ik bij Sebastien geweest in zijn tehuis voor straatkinderen. Ik heb hem het geld van de Brug overhandigd nI. 980 $. Hij was uiterst blij en beloofde mij u het laatste nieuws van zijn werk te geven. Beneden waren jongens bezig met moto’s te herstellen en op de verdieping was er een klasje met meisjes aan het werk aan hun naaimachines.
Het centrum van Sebastien is nu gelegen vlakbij het beruchte museum ‘Tuol Sleng”. Het was in de oude tijd een grote school en de Rode Khmers hebben het omgevormd in een gevang met folterka-mers. Duizenden gevangenen hebben er vastgezeten, werden er gefolterd en werden dan buiten de stad afgemaakt. Niemand kwam er levend uit. Alle gevangenen werden gefotografeerd en een zelfbe-schuldiging werd afgedwongen en geregistreerd. Alles is daar tentoongesteld. Een pakkende docu-mentatie van onmenselijke wreedheid. Het is voor de toeristen één van de bezienswaardigheden van Phnom Penh.
Ondertussen is het hier weer bijna oorlog geweest tussen de twistende partijen. Drugssmokkel op gro-te schaal schijnt hier hoogtij te vieren, maar elke partij beschuldigt de andere en het gerecht zit in de zak van de partijen.
Terwijl de armen in de miserie blijven zitten, ziet men in Phnom Penh laatste modellen van zeer dure wagens vermenigvuldigen als paddestoelen en men ziet ook grote gehouwen en huizen opkomen. En niemand kan of durft vragen te stellen vanwaar het geld komt !!!
Dat is natuurlijk voor ons een rede te meer om ons in te zetten voor de ‘silent majority”, die niets in de pap te brok ken hebben.
In onze technische school voor gehandicapten hebben we dit jaar voor de eerste keer ook meisjes aanvaard. Van de kleine honderd zijn er u 15 meisjes. De meesten zijn verminkt door landmijnontplof-fingen of als gevolg van polio.
Polio is in de jaren 80 een grote plaag geweest in Cambodja, omdat gedurende de communistische tijd er geen geld was voor inentingen. Het aantal polioverminkten van de laatste 20 jaar is zeer hoog. Gelukkig is er sinds twee jaar een intensieve actie om het hele land te vaccineren tegen polio. Het is vooral de Japanse regering die de actie financiert.
Vandaag krijgen we weer een extra helper: een jonge Jezuïet uit Japan. Hij zal natuurlijk moeten be-ginnen met de lokale taal te leren, gelijk ook twee Koreaanse Jezuïeten sinds een maand bezig zijn. Allen zullen deelnemen in onze projecten met de vluchtelingen, gehandicapten en de armen in de dorpen.
Maar de overgrote meerderheid van de talrijke medewerkers in onze projecten zijn toch de Cambod-jaanse vrouwen en mannen die met heel veel toewijding en motivering zich inzetten voor het welzijn van hun minder bedeelde medeburgers. Enkelen zijn Christen, maar veruit de meerderheid zijn Boed-dhist. In dit land vertegenwoordigen de Christenen slechts een heel kleine minderheid. Maar de ver-standhouding is eer goed.
Begin augustus hoop ik naar België in verlof te komen en ik hoop wel de gelegenheid te hebben u te ontmoeten.
Nog een hartelijke groet, hartelijk dank en verenigd in gebed.
P.S. De post is hier heel onbetrouwbaar, maar ik hoop dat u toch mijn brief van 22 maart ontvangen hebt.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 23 maart 1997

Hartelijk dank voor uw brief van 9 januari.
Hier is eindelijk een antwoordje met goed nieuws. Ik kreeg zojuist een brief van Brussel met de twee lijsten van mijn weldoeners. De eerste met de weldoeners van de periode november en december, en een tweede voor januari en februari. Gelukkig had ik uw lijstje van de weldoeners van de Brug. Ze wa-ren ingeschreven op 31.12.97. Zover alles goed. Nochtans hebben ze uit Brussel nog geen geld ge-stuurd, tenzij het juist in Bangkok is aangekomen: dan zal ik de storting vinden op de bankrekening van maart. Zo gauw het geld op onze rekening staat, zal ik het geven aan Sebastien en u ook verwitti-gen.
Ik heb zojuist getelefoneerd met Sebastien. Hij zei mij dat alles goed gaat en dat hij nu 500 straatkin-deren bijstaat in zijn tehuis, in families of op straat.
Het voornaamste nieuws hier is dat de Rode Khmers toch naar het eind van hun geschiedenis komen Het grootste deel van hun aanhangers heeft zich al afgescheurd van hun leiders en zijn overgelopen naar de officiële regering. Hele streken die door hen bezet werden, zijn nu open en de mensen zijn er nu voor de eerste keer vrij te reizen naar de rest van het land. Onze organisatie had ook het laatste jaar bijstand gegeven aan enkele nederzettingen van dorpen die weggevlucht waren uit de zone waar ze niet gerust gelaten werden door de Rode Khmers. De families leefden onder plastiek of in schame-le huisjes op de zijkant van de weg. We hielpen hen met hen wat kippen te laten kweken en met een primitieve school te organiseren. Nu beginnen ze terug te gaan naar hun dorpen, als er tenminste geen mijnen zijn.
Nog hartelijk dank en hartelijke wensen voor veel Paasvreugde. Tot binnenkort.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 18 juli 1996

Hartelijk dank voor uw laatste brief van 10 juli. Misschien is de situatie hiermee opgeklaard. Inder-daad, ik heb de lijsten van Hubeje nagekeken en ik zag dat reeds op 21.12.95 deze stortingen op mijn rekening kwamen. Het geld is hier in februari aangekomen en ik heb het aan de bestemmeling reeds diezelfde maand gegeven. Het was afgesproken dat het zou gaan naar “Les petis amis”, een opvang-centrum voor straatkinderen van Phnom Penh, waar Sebastien Marot voor zorgt.
Ik heb deze morgen naar Sebastien getelefoneerd (drie dagen heb ik vruchteloos getracht hem te be-reiken). Hij bevestigde dat hij toen Wim bedankt had voor de storting. Hij zal trachten een nieuwe kopij te maken van zijn brief en hem dan op te sturen naar Simone.
Graag zouden we de volgende bijdrage naar hetzelfde werk van Sebastien laten gaan, omdat hij geen grote organisatie heeft die hem financieel steunt.
Nogmaals hartelijk dank en gelukwensen voor het 20-jarig jubileum van de Brug. Met een hartelijke groet en een vurig gebedje voor jullie toegewijd werk.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Phnom Penh - 25 juni 1996

Hartelijk dank voor uw brief van 19 juni. En ik wil u ook gelukwensen met het schone werk van steun en broederlijke verbondenheid waarvoor ge u reeds sinds zo lang hebt ingezet. Al heb ik in Wim een uitzonderlijk goede vriend verloren, toch hoop ik contact te behouden met de Brug, langs Simone, Jos De Winter en uzelf. Vriendschapsbanden zijn zo kostbaar in het leven. Ik heb Jos De Winter leren kennen hier in Cambodja.
Wat betreft uw laatste storting: de stortingsberichten worden door HUBEJE slechts om de twee maan-den doorgezonden en ze bereiken mij dan minstens 4 maanden later. Ik heb geen gelegenheid meer gehad om confirmatie te krijgen van Wim. Maar in zijn fax in januari had hij mij gevraagd een volgende bijdrage van de Brug nogmaals te geven aan “Les Petits Amis” van Sebastien Marot.
Ik weet niet of het mogelijk is later bij mogelijke volgende stortingen mij te laten weten hoeveel gestort is en onder wiens naam.
In elk geval bedank ik de Brug zeer hartelijk voor de schone bijdrage. Het geld zal zeer goed van pas komen voor de opvang van de straatkinderen.
Nog een hartelijke groet en een bede voor Gods beste zegen.

Correspondent: Gerarda Hoefman

Puol Kok - 5 juni 1996

Zoals u aankondigde in het laatste nummer van de Brug heb ik mijn sponsor Wim Olyslager verloren. Maar wat veel erger is, ik heb in hem een echte vriend verloren en ik ben niet de enige, want zijn vriendenkring was groot, ook hier in Cambodja. Toch wil ik de band behouden met de Brug.
Jesuit Service Cambodja heeft zijn vijfde jaar beëindigd Ter gelegenheid van dit ‘jubileum’ werd be-slist het rapport 1995 van onze projecten in een netjes gedrukte brochure rond te sturen naar de wel-doeners en vrienden van JS (of JRS). Het tijdschrift geeft een beetje een idee wat ons werk hier is (brochure in bijlage).
Maar voor de Brug stel ik liever lokale projecten voor, waarmee wij rechtstreeks niets te maken heb-ben, maar projecten die ik waardeer en die volgens mij echt hulpwaardig zijn en die het ook broodno-dig hebben.
Voor een volgende bijdrage van de Brug zou ik een ander project willen voorstellen. Het is nog een opvangplaats voor straatkinderen van Phnom Penh. Met zijn wezen of uitgestoten of weggelopen kin-deren van gebroken of uiterst arme families, en ze komen dikwijls van ver. Het tehuis is gelegen op den buiten, een 30 km buiten de stad. Het is eerder een groot open veld, gelegen naast een nieuw dorp dat gesticht werd door Cambodjanen die teruggekomen zijn uit de vluchtelingenkampen van Thailand. E zijn een 50 tal kinderen ondergebracht. Het is een lange zaal in hout, gebouwd hoog op cementen palen, zodat les kan gegeven worden onder het gebouw. Het gebouw zelf werd gefinan-cierd door een boeddhistische non uit Korea die aanwezig was bij de inhuldiging. Ikzelf was er ook bij.
Het is volledig Cambodjaans, en de middelen om het te runnen zijn erg schaars. Men zou graag een vijver graven om water te kunnen vergaren en zo wat aan groenteteelt doen voor de kinderen. Het is vooral gesteund door een parlementair die probeert weldoeners te interesseren in dit project.
Uw laatste bijdrage was voor een tehuis voor straatkinderen in Phnom Penh zelf dat geleid wordt door een Fransman, Sebastien Marot, en zijn vrouw.
Nogmaals hartelijk dank voor uw vriendelijke interesse en uw hulp. Met Gods zege.

Correspondent: Gerarda Hoegfman

Tuol Kok - december 1995

Overgenomen uit het tijdschrift “Nieuws uit Cambodja”

DE BRUG(1) SCHENKT 2 IRRIGATIEP0MPEN.
41.000 frank van De Brug ging naar een project voor plattelandsontwikkeling. Er werden 2 irrigatie-pompen mee gekocht. Deze pompen werden geschonken aan 2 kleine dorpen die nooit de lening voor zo’n pomp zouden kunnen afbetalen.
Dit voorjaar is het uitzonderlijk droog en warm geweest in Cambodja en de pompen werden onmiddellijk ingezet om de velden waar rijst gezaaid moest worden onder water te zetten. Met zo 1 pomp kan de oogst voor een heel dorp gered worden in geval van droogte.

(1) De Brug is een vereniging in Kalmthout die zich inzet om projecten te steunen waar derdewereldwerkers uit Kalmthout en omstreken actief zijn.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 15 mei 1995

Eindelijk kreeg ik bericht van de storting van de Brug. HUBEJE stuurde mij de korte lijst van maart-april. De 41.000 Fr. van De Brug worden vermeld onder de datum van 30.4
Natuurlijk nogmaals hartelijk dank. Ik zorg zo vlug mogelijk voor een foto.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 5 mei 1995

Ik heb nog niets gezien van De Brug op mijn rekening van Hubeje. Ik krijg slechts elke twee maanden een rapport. Het laatste gaf de stortingen van januari en februari 1995. Het stond er niet bij.
Nee, de pompen werden niet gekocht. Toen ik het voorstelde was het al te laat. De oogst was al verlo-ren. Nu heb ik het nog eens besproken met Sr. Ath. Ze gaat nu die twee pompen kopen. Ze zei me dat juist de dag tevoren nog een dorp een lening had gekregen voor de aankoop van een pomp die ze dan nadien afbetalen. De twee pompen die ze gaat kopen zullen dan zijn om uit te lenen aan kleine dorpjes die dat niet kunnen betalen. Ze zullen nu vlug van pas komen want nu moet men beginnen de rijst te zaaien op kleine velden, om het later uit te planten. Daarvoor zou een kleine pomp veel kunnen helpen en in geval van droogte veel kunnen redden. Dit jaar is het uitzonderlijk droog en warm ge-weest. Ik zal proberen een foto te krijgen van de aangekochte pompen.
Hier nog een voorbeeld van onze “fait-divers”. Een kleine maand geleden werd hier voor ons huis een meisje van een jaar of 10 wenend gevonden. Onze kokkin en P. Ashley namen het in ons huis en konden het wat tot bedaren brengen en stilletjes aan luisteren naar haar geschiedenis. Haar moeder was vroeger gestorven en haar vader heeft haar verkocht aan een tante. Voor deze tweede moeder moest ze hard werken op de markt en werd ze slecht behandeld. Ze zei dat die tante haar nu weer wilde voort verkopen en ze liep weg. Ze wou niet dat we naar haar huis zouden gaan. We hebben haar hier opgenomen en onze kokkin heeft wat vragen gesteld aan de kooplul op de markt en die zei-den ook dat het kind het inderdaad hard te verduren had. Ze is nooit op school geweest. In ons huis begon ze direct het khmer alfabet te kopiëren zonder te letters te kunnen lezen. Nu brengen we haar elke dag naar de Zusters van Mother Theresa waar andere kinderen haar wat leren lezen. Ik weet nog niet hoe we haar probleem gaan oplossen. Dat verkopen van kinderen is hier vrij gewoon. Ik heb het ook met mijn eigen ogen een paar kaar gezien in het kamp. Dat is een soort adoptie waar het kind be-handeld wordt als een dienstmeisje en samen mag eten met de anderen. Maar hun lot kan erg ver-schillende zijn.
Een maand geleden was ik geïnviteerd door Sonn Subert en Son Sann voor de opening van een te-huis van straatkinderen. De fondatie was gesticht door een Zuid-Koreaanse boeddistische zuster die er ook
aanwezig was. Het tehuis is gelegen een 30 km buiten Phnom Penh op een groot stuk land, naast een dorp. Het zijn voornamelijk vluchtelingen van Site 2. Er is alleen een gebouw opgetrokken op hoge pi-laren met en boven één grote lange zaal in hout. Niets meubilering. Ook een goede rij toiletten werden gebouwd. Ze zouden onder het gebouw klassen willen installeren. Er waren nog maar een twintigtal kinderen die uit verschillende streken van Cambodja naar Phnom Penh getrokken waren. De vrouw die de controle doet lijkt mij heel efficiënt. Ik zou dit willen voorstellen voor de Brug.
Ik heb ook nog een ander projectvoorstel: Little Friends is een recent initiatief in Phnom Penh dat on-derdak biedt aan straatkinderen. Een jonge man, Kim Roth, die zelf straatkind was en met een beurs in het buitenland kon gaan studeren is en verantwoordelijk voor. Het gaat om weeskinderen of verla-ten kinderen tussen 6 en 14 jaar die overleven door te bedelen of te stelen. Verontrustend is dat die na een tijd vervallen in prostitutie of gangsterbendes.
Het centrum geeft onderdak, eten, medische opvang en heropvoeding zodat ze terug de draad kun-nen opnemen in school. Er werd een huis gehuurd waar ze terechtkunnen in een familiale omgeving.
Een initiatief dat steun verdient omdat elk kind recht heeft op een toekomst. Bovendien wordt dit initia-tief gerund door een Cambodjaan. Ik ben de mensen onlangs gaan opzoeken om te vragen of ze me wat meer informatie konden opsturen.
Deze zomer kom ik op vakantie naar België. Mijn verblijf is gepland van half augustus tot half oktober.
Vriendelijke groeten.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 1 december 1994

Ik heb twee voorstellen voor de Brug.
Ik heb u geschreven dat we vroege droogte kritiek wordt voor de oogst in vele delen van Cambodja. De bijdrage van De Brug zou daar juist iets kunnen aan verhelpen. Hier is een keuze van 2 mogelijke projecten.
1. Bij Sisophon, niet ver van de grens, hadden een hele groep ex-vluchtelingen zich gevestigd op land en velden die de regering hen gegeven had voor re- integratie. Het is als een nieuw dorp. Als ze dit jaar de grond kunnen telen, zullen ze eigenaar worden. We hebben hen geholpen in het voorjaar voor het ploegen van de rijstvelden, onder de directie van de sociale werkster Sok Eng. Nu dreigt hun eerste oogst op te drogen. Dus pompen en buizen moeten gehuurd worden om de oogst te redden. De onkosten zouden bij de 1.000 dollars zijn.
2. Sister Ath geeft leningen aan sommige van haar dorpen om een irrigatiepomp te kopen die betalen ze daarna terug. Kleine dorpjes kunnen dat niet aan. Ze stelt voor om twee pompen te kopen die ze kan uitlenen aan die kleinere dorpen om aan de noodtoestand te verhelpen.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 20 april 1994

Uit een brief van 20 april '94

Eindelijk kreeg ik vandaag de lijst van de giften gestuurd langs de procuur in Brussel. Daarin staat ook de 41 .000 Bf. vermeld van De Brug. Hartelijk dank.

Een ooggetuigen-verslag van de correspondent van de pater die deze zomer 6 weken in Cambodja verbleef.
Met de verkiezingen van juni 1993 werd een punt gezet achter bijna 31 jaar oorlog. Een coalitierege-ring werd op de been gebracht, een regering die voor de haast onmogelijke taak staat om een land dat volledig verwoest is terug leefbaar te maken. Alle basisinfrastructuur is vernield. Een voorbeeld: in de hoofdstad Phnom Penh, waar meer dan 1 miljoen mensen wonen is geen stromend water, geen elektriciteit en buiten enkele grote straten zijn de straten in zo’n slechte staat dat je er niet met de au-to door kan. Zeer veel huizen zijn vernield en met duizenden leven ze op straat en zoeken ze beschut-ting onder de bomen of in armzalige krotten van papier en karton. Overal dolen kinderen door de stra-ten.
Het land is bankroet, ambtenaren worden niet of onregelmatig betaald (loon is minder dan 1.000 Bf./maand). In de hospitalen zie je onmenselijke toestanden en taferelen, geen ziekenfonds om bij te springen in de kosten van de medicatie die ginder even veel kost als hier.
Het ministerie van sociale voorzorg heeft geen geld. Tienduizenden families waarvan de vader in de oorlog gedood werd zitten zonder inkomen en zonder uitkering van de staat. Geen geld voor opvang van (volgens officiële cijfers) 200.000 weeskinderen, geen geld voor onderwijs.
1O miljoen landmijnen maken grote delen van het land ontoegankelijk voor landbouw. Elke dag, tot vandaag, worden 10 mensen de benen afgerukt door die mijnen.
De armoede legt een hypotheek op de broze vrede. In Cambodja zijn nu weer meer dan 50.000 men-sen hun dorpen ontvlucht voor de agressies van de Rode Khmers die zich verschuilen in het regen-woud langs de grens met Thailand.
De honderdduizenden mensen die de oorlog overleefd hebben en meer dan 10 jaar in onmenselijke omstandigheden in de vluchtelingenkampen in buurland Thailand zaten, dreigen, nu ze eindelijk terug zijn in hun land, een hongerdood te sterven.
In deze chaos werkt pater Vincent Dierckx met zijn team van 12 medewerkers. Op verschillende vlak-ken verrichten zij titanenwerk (en blijft er weinig of geen tijd voor een briefje voor de Brug...) Het team van J.R.S. (Jesuit Refugee Service) woont in een huis net buiten het centrum van Phnom Penh. Een stenen huis met beperkt comfort, geen elektriciteit of stromend water. Ook geen airconditioning, met als gevolg tijdens de dag slopende hitte en dan slapeloze nachten, zwemmend in het zweet. Een cen-trum voor een hele reeks bewonderenswaardige activiteiten, een gekend adres waar armen kunnen komen aankloppen.
Een greep uit hun activiteiten:
Rural development: één zuster coördineert heropbouw of beter gezegd de heropleving van meer dan zestig dorpen. Ze rijdt week in, week uit, met haar brommer van dorp tot dorp. Zij praat er niet alleen over leningen aan de JRS “Grameen bank”, gezondheidszorg, koe-bank, rijstbank, enz. Ze praat in de eerste plaats over opbouwen van de dorpsgemeenschap waarin echte solidariteit, behulpzaamheid en leren delen op de eerste plaats komen. Zo worden boeren aangemoedigd spontaan het land van zie-ken en weduwen te ploegen en de armen en zieken mee te betrekken in het dorpsleven.
Gardening Class: doel is het leren aanleggen van een productieve moestuin. Eén dag per week komt een groep van 15 vrouwen samen en leren ze er hoe voldoende water te hebben in de tuin tijdens het droog seizoen. In plaats van mijlenver water aan te sleuren, leren ze water in de bodem te houden door de “zandige grond te mengen met eigen gemaakt compost. Ze leren groten te kweken die aan-gepast zijn aan de grond en het klimaat. Ze leren afsluitingen maken rond de wei, zodat het vee de moestuin niet leeg graast.
Technical school: hier worden geen hoogtechnische stielen aangeleerd De cursus start met leren le-zen en schrijven. Daarna Ieren de studenten (allen gehandicapt) een stiel zodat ze zelfstandig kunnen leven (electricien, meubelmaker, lasser, enz.) Afgestudeerden zijn erg gevraagd vooral door NGO’s. Opnieuw elektriciteit leggen in een hospitaal van Red Cross, scholen bouwen en schoolmeubilair ma-ken.
Mekong Weelchair: mannen die afstudeerden in de technische school voor gehandicapten hebben ook een werkplaats waar rolstoelen worden gemaakt. Elke maand 60 rolstoelen! Het JRS-team trekt elke maand door Cambodja om de rolstoelen uit te delen. Een levensgevaarlijke onderneming want op vele plaatsen schuilt gevaar door landmijnen, muitende soldaten en bandieten.
Zo’n rolstoel is een mirakel in het leven van vele gehandicapten... het was een zondagochtend toen Pros naar het JRS-huis kwam met zijn geamputeerde vrienden Tet en Kha. Ze kregen allebei een rol-stoel. Nu staat Tet niet meer te bedelen aan de markt, hij verkoopt visnetten die door zijn vrouw ge-maakt worden. Kha, zijn vrouw, heeft nu ook een klein kraampje voor hun huis.

Het geld van de Brug werd dit jaar gebruikt om weeskinderen afkomstig uit het vluchtelingenkamp te helpen overleven. In oktober kon deze groep van 20 kinderen intrek nemen in een mooi weeshuis dat met geld uit Frankrijk is opgetrokken. De kinderen hebben nu een degelijk dak hoven het hoofd en door privé-sponsoring is er voldoende geld om de kinderen te voeden en ze school te laten lopen. Eén lichtpunt in al die ellende.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 20 november 1992

Hartelijk dank voor uw brief van 10 november met alle informatie. Nu zijn alle financiële mysteries op-gelost.
We hadden een zeer goede vergadering in Hua Hin: er was een grote delegatie van Phnom Penh, waaronder Zr. Ath, Zr. Denise, Jub e.a. zodat ik een beetje mijn toekomstplannen kon bespreken.
De week voor de vergadering had in Phnom Penh de eerste uitreiking van diploma’s voor de gehandi-capten plaats. Ze waren allen zeer blij. De nieuwe afgestudeerden zijn zeer fier en hebben nu een zelfvertrouwen gekregen. Ze toonden het dan ook duidelijk. Er was ook een afgevaardigde van het ministerie aanwezig op de uitreiking.
De nieuw gepromoveerden zullen nu aan andere gehandicapten een stiel leren. Jub, de fijne Thaise jongen die directeur is van de technische school, heeft voor mij in Hua Hin vlug een rapport opge-maakt van de motivaties en activiteiten en plannen. Hij kwam een beetje laat aan in onze vergadering want hij kwam van Battambang waar hij, zoals ook in Siem Reap, bezig is een werkplaats te installe-ren voor die nieuw gevormde techniciens. Deze werkplaatsen zijn geen scholen maar wel werkplaat-sen waar ze hun kost zullen kunnen verdienen en waar ze tegelijk ook de plaatselijke gehandicapten zullen laten werken als leergasten. De 36.000 Fr. worden daarom gebruikt om het nodige gereed-schap aan te schaffen.
Bedank dus de Brug voor hun gift. Het zal heel goed besteed worden. Voor het volgend jaar zou ik het “Depression Center’ van Mme Phaly when voorstellen, want het is erg dringend. Nu de meeste men-sen uit het vluchtelingenkamp “Site 2” gerepatrieerd zijn, wil Mme Phaly een centrum bouwen in Cam-bodja om daar haar werk voor te zetten. Zij heeft hiervoor geen hulp gevonden bij de lokale regering. Eerst moet er een terrein aangekocht worden in de buurt van Phnom Penh. Daar gaat ze dan een huis laten optrekken voor haar “uitgebreide familie”; enkele zieke moeders konden niet zelfstandig vertrek-ken uit Site 2 en zij bleven met hun kinderen in het kamp om samen met Mme Phaly naar Cambodja te gaan. Ze wil dus opnieuw een open huis oprichten om mensen die door de miserie in psychische nood geraken, bij te staan.

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - 27 september 1992

Hartelijk dank voor uw kort briefje m.b.t. de Brug. Het heeft me een beetje opgefleurd. Ja, ik voel me deze dagen wel een beetje in de put wegens alle soorten problemen en moeilijkheden.
Maar TOCH schijnt de zon: gisteren was het groot feest in het kamp. Voor een volle week werd Pchum Ben gevierd: gisteren was het de laatste en de voornaamste dag. Het is het voornaamste feest voor de Khmer (ge kunt het vergelijken met Kerstmis voor ons). Op die dag gaan alle families naar de pagode met geschenken voor de monniken en dan zijn ze opperbest gekleed. Het is een feest waarin men vooral de voorouders herdenkt.
De repatriëring is nog volop aan de gang. Bijna elke dag vertrekt er een konvooi van autobussen. En-kele dagen geleden toen ik van Aran kwam, kwam ik een konvooi tegen van 25 autobussen en 15 camions. Ze waren niet alleen van Site 2.
Men kan nu merken dat het veel minder druk is in de “straten” van Site 2. Ook de markt is fel ver-kleind. En men ziet dat heel wat verwaarloosd wordt in het kamp. Het gebouw waar ik les geef in de technische school van Dong Rek heeft enkele dagen geleden onder water gestaan. Ik gleed bijna uit in de modder.
Er komen zo’n 60 tal studenten naar mijn klas maar ze zitten op kramakele stoelen of tafels, of ze staan recht. De technische school werkt als zodanig niet meer er is nog alleen een kleine groep die een cursus “computer” krijgt en dan zijn er nog enkele klassen van Frans en ook nog de klassen waar ik Engels geef. De studenten ingenieur zijn allen vertrokken naar Phnom Penh.
Het nieuws uit Cambodja is ook niet zo goed. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen die te-rugkeren hebben nog geen huisvesting kunnen vinden of maken en leven onder plastic of in een krot, en velen zouden graag terug willen vluchten naar Thailand. Sommigen komen ook terug voor een job in het kamp en laten hun familie achter in Cambodja. De regering van Phnom Penh discrimineert nog altijd sterk de ex-vluchtelingen. De helft van mijn “internen” zijn al vertrokken en hebben bijna allen een job voor UNTAC als vertalers. Sommigen hebben me geschreven over hun werk. Ze gaan dikwijls rond in de provincies als vertalers voor buitenlands personeel van UNTAC. Eén van hen ging zelfs met de helikopter mee, en bezocht ook Aran. Ze worden betaald volgens hun kennis van het Engels of het Frans. (± 200 dollar per maand)

Correspondent: Wim Olyslager

Tuol Kok - februari 1991

“Donderdag 11 november 1990. Een brand in het kamp Site 2 heeft er 770 huisjes vernield; er zijn geen slachtoffers” stond er laconiek in een krant in Bangkok. In het kamp heerst er een bedrukte stemming: “Wat zal er ons nog overkomen?”
De brand was ontstaan in het oudste gedeelte van het kamp, waar de bamboehuisjes heel dicht tegen mekaar staan; alleen te voet of met de fiets kon men hier terecht door de “smalle straatjes”. Midden in die wijk was er een markt, de oudste van het kamp, toen nog illegaal. Ze hadden die plaats uitgeko-zen, omdat de politie daar niet kon bijgeraken met hun jeeps, en te voet konden ze reeds van ver ge-signaleerd worden.
Later werd die “zwarte” markt toegestaan door de Thaise soldaten, maar werd er taks geheven op de verkochte goederen. Op die gezellige markt kon je alles vinden: voedsel, nepsieraden, zeep. De meesten hebben geen geld maar betalen er met het extra rijstrantsoen dat ze verdiend hebben door te werken op een of andere administratieve dienst van het kamp of in een van de hospitalen.
Nu rest er op die plaats enkel nog een uitgestrekte verkoolde vlakte. Om 3 uur ‘s nachts was ergens brand ontstaan en in een mum van tijd was er een muur van vuur en vlammen tot 20 m hoog die de kurkdroge bamboehuisjes verslond. Het moet daar een vreselijk schouwspel geweest zijn; die hon-derden mensen, opgeschrikt uit hun slaap, renden in paniek naar buiten om zichzelf en hun kinderen in veiligheid te brengen. Een wonder nog dat er geen slachtoffers zijn gevallen, maar 770 gezinnen hadden voor de zoveelste keer weer alles verloren.
De bladerloze bomen met kromme stammen stonden daar als naakte skeletten, een landschap dat Salvator Dali zeker zou geïnspireerd hebben. De plaatsen van de huisjes kon men alleen nog herken-nen aan de grote cementen vaten waarin de mensen tijdens het regenseizoen het water dat van de daken droop, konden opvangen. De meesten lagen omver en waren gebarsten door de grote hitte.
Blauwe vlekken in het zwarte landschap duidden de plaats aan waar enkele mensen, schuilend onder een stuk blauw plastic, hun potje aan het koken waren. Dat was de eerste hulpverlening geweest: stukken plastic en kookpotten. Beschermd tegen de brandende zon onder zulk een dak, gaf een vrouw haar baby de borst en ze lachte me toe: had ze niet haar grootste schat kunnen redden?
Treurende mensen heb ik daar niet gezien. Het duurde niet lang of ik was omringd door een hele schare lachende kinderen die mekaar verdrongen om op de foto te komen die ik van dit rampgebied maakte. Door een geldinzameling onder de buitenlandse hulpverleners die hier met mij werken en een bijdrage uit de geldreserve die ik dankzij jullie heb opzij gezet, werd genoeg geld ingezameld om aan elke familie 100 Baht (135..Fr.) te bezorgen, waarmee ze het noodzakelijkste op de hoofdmarkt kon-den kopen.
In lange rijen moesten de mensen, meestal vrouwen met een kind op de arm neerzitten of hurken op de betonnen vloer van een speelterrein. Zij die geen hoed meer hadden, beschermden hun hoofd te-gen de brandende zon met hun rantsoenkaart (tijdens de dag continu boven de 40°). Geduldig bleven ze wachten tot de tractor kwam aangereden met een lange aanhangwagen beladen met pakken kle-ren. Het was een solidariteitsbijdrage van de mensen van het kamp.
Wanneer in ons land hulp gevraagd werd voor de armuen in Roemenië of voor de vluchtende Koer-den, dan konden de mensen wat overtollige spullen uitzoeken in hun kasten. Hier hebben ze geen kasten en is er niets overtollig; toch werden van de vrachtwagen 770 bundels kieren afgeladen. De laatsten hebben meer dan een uur in de zon zitten wachten: alles moest ordelijk verlopen.
Er volgden koddige tafereeltjes. Zo zaten drie vrouwen ergens in de schaduw hun pakjes kleren te onderzoeken. Een van hen trok een bloesje aan en trachtte de knopen vast te krijgen; het lukte haar nauwelijks, want het was een meisjesbloes, er zou wel een ruilactie volgen.
Nog ruim 10 dagen moesten ze schuilen overdag tegen de brandende zon en ‘s nachts tegen de kou-de wind onder wat plastic of in een van de grotere bamboehutten die normaal dienst doen als klaslo-kaal, totdat de vracht wagens van UNBRO nieuwe bamboestaken aanbrachten uit Thailand. De jon-gens uit de hogere klassen kregen dan enkele dagen vrijaf om te helpen bij de opbouw van de klassen.

Correspondent : Wim Olyslager


De problemen in het kamp zijn in de voorbije 6 maanden verergerd en vele vluchtelingen kwamen bij pater Dierckx smeken om hulp. In maart was er opnieuw een brand in het kamp waarbij 250 bamboe-hutten vernield werden.
UNBRO heeft sinds 1 mei 1991 het rijstrantsoen, dat overigens al ontoereikend was, nog eens met meer dan 10 % verminderd.
In februari laaide het oorlogsgeweld in Cambodja hevig op waardoor honderden “New Arrivals”, nieu-we vluchtelingen in Site 2 zijn aangekomen Deze mensen hebben in hun haast alles achter gelaten en werden in het kamp in grote gemeenschapshutten samengestouwd. Geen deken, geen muskietnet, zelf s geen pot om te koken hadden ze kunnen meenemen op hun vlucht.
Al deze mensen kunnen alleen maar hopen op de sympathie van de buitenwereld, op onze sympathie en steun.

Phnom Penh - 31 mei 1999

Hartelijk dank voor uw dubbele brief langs e-mail en op de kaft van het Brugboekje! Ik heb mijn papieren eens nagekeken en inderdaad, ik heb uw brieven wel degelijk ontvangen. Al mijn excuses. De mot zit in mijn geheugen zowel als het uitstelduiveltje.
Hartelijk dank voor de 56.000 ft., al de weldoeners waren op de lijst die hier toegekomen is een paar weken na uw brief van 11 januari met de namen. Het kindertehuis heeft nog dezelfde gehandicapte kinderen met nu en dan tijdelijk nieuwe, die voor consultatie kwamen en later na een operatie in het tehuis zullen komen verblijven.
Voor een volgende bijdrage zou ik graag eens een andere groep willen sponsoren.
Een groep die werken met Aids- en HIV patiënten. Eén van onze paters werkt ook in die groep samen met ‘Maryknoll’ en andere vrijwilligers, vooral Cambodjanen. Cambodjanen zijn van nature schuchter en in het begin willen ze geen eigen initiatieven nemen.
Gisteren had ik een interessant gesprek met Joanna, een “Maryknoll-zuster” van Peru die fulltime werkt voor Aids-lijders. Er is nu een opmerkelijke ontwikkeling sinds die groep begon 3 jaar geleden. Motivering breekt door de schuchterheid door.
Er is een klein centrum voor onderzoek. Huis- en ziekenhuisbezoeken doen heel veel goed. HIV-dragers zelf helpen andere eenzame zieken met hun bezoeken en aanmoedigingen. Het grote pro-bleem is nog het plaatsen van kleine kinderen waarvan de ouders sterven aan Aids. Prostitutie en verspreiding van Aids slaan hier alle records. Maar meer hulp is misschien op komst.
Ik hoop u in september te ontmoeten. Ik kom weer op verlof voor 2 maanden en dit ter gelegenheid van mijn diamanten jubileum als Jezuïet. Wat vliegen de jaren voorbij!!!
Nog zeer hartelijk dank!

Correspondent: Gerarda Hoefman

Tuol Kok - 3 januari 1993

Brief van het project van Mevr. Phaly

Dank voor uw brief. Hierbij zend ik u een kort verslag voor “de Brug”.
Eerst en vooral bedankt voor de gift die ik mocht ontvangen. Deze gift zal dienen om mijn project in Cambodja te verwezenlijken. Het kleine centrum dat ik wil opbouwen komt ten goede aan:
1. kinderen jonger dan 15 jaar
2. verwaarloosde kinderen
3. kinderen die lijden onder de armoe
4. depressieve kinderen en kinderen zonder hoop of toekomst.
Om deze kinderen te helpen willen wij een opvangcentrum en een kantine bouwen.
Dit opvangcentrum heeft tot doel om de kinderen:
1. te voorzien van voedsel, logies, kleding, dekens en muskietennetten.
2. dagelijkse zorgen en raad te geven.
3. de nodige gezondheidszorg te geven.
4. activiteiten voor te stellen
5. te begeleiden en regio’s te bezichtigen waar zij nuttige zaken kunnen leren.
Voor de kantine zouden wij de volgende zaken willen aankopen potten, pannen, borden, tassen, vor-ken, schotels en rijst. Wij geven ieder kind 0,50 kg rijst. Voor 60 kinderen is dat dus 30 kg per dag. Ook voorzien wij andere kinderen uit de streek. Dat komt dan op 930 kg per maand.
Ook willen wij zorgen voor een geschikte kamer voor 60 kinderen. Daarvoor voorzien wij 60 bedden, stoelen en 2 tafels.
Dank op voorhand en ik stuur u mijn beste groeten voor de genegenheid die ik mag ondervinden.

Correspondent: Wim Olyslager