Maurice Van Genechten


Adres

Burkina Faso
Adres: VAN GENECHTEN Maurice, Bredabaan 837, 2170 Merksem

Leven en werk

Geboren op 2-8-1938 te Hove.
Zijn ouders zijn: Van Genechten Hendrik en Gabriëls Amandine.
Lagere school gedaan in Albrecht Rodenbach-school in Hove.
Secundaire school gevolgd: 6° leerjaar in Sint Jan Berchmanscollege op de Meir in Antwer-pen en al de volgende jaren tot in de retorica in het Klein Seminarie te Hoogstraten.
Ingetreden in de congregatie van de Missionarissen van Afrika.
• Filosofiejaren van 1957 tot 1959 in Boechout
• Het noviciaat 1959-1960 in Varsenare (tegen Brugge)
• Theologiejaren van 1960 tot 1964 in Heverlee.
Wijding 1964.

1. Vertrek naar Afrika: 1965 tot 1971 naar bisdom Mahagi in de parochies Aru, Essebi, en Ariwara.
2. Verblijf in België: 1971 tot 1974: missiologie in Leuven en pastorale dienst in de St. Jo-zefparochie te Mortsel-Boechout.
3. Vertrek naar Burkina-faso: 1974 tot 1984 in bet bisdom Bobo-Dioulasso parochie Bama.
4. Verblijf in België: 1984 tot 1991: missieanimatie in verband met P.M.W. in het bisdom Brugge, Antwerpen en Gent.
5. Terugkeer naar Burkinafaso, bisdom Bobo-Dioulasso, parochie Konadugu :van 1991 tot 1996.
6. Verblijf in België van 1996 tot 2000 in bisdom Antwerpen, parochie Kalmthout-Centrum als pastoor.
7. Terugkeer naar Burkinafaso:
• van 2000 tot 2003 in bisdom Fada N’Gourma, parochie Dori
• van 2003 tot op heden in bisdom Banfora, parochie Konadugu

Brieven

Konadugu - 30 november 2004

Van harte vele groeten en vredevolle Kerstvreugde vanuit de provincie Leraba. Er is wel wat gebeurd, sinds mijn laatste schrijven, dat absoluut niet te voorzien en ook niet te wensen was.
Begin oktober begon ik last te krijgen van zeer onaangename en pijnlijke symptomen, die duidelijk verwezen naar een prostaatziekte. Onderzoeken en analysen in Bobo-Dioulasso gaven bevestiging van mijn vermoedens. De rest was rap in kannen en kruiken. Op 12 oktober was ik dus onverwachts thuis voor de nodige (bevestigende) onderzoeken en inderdaad “medicatie alleen” kon me reeds de deugddoende vrije loop terug bezorgen. Gepakt met genoeg pilletjes kon ik dus gerust terug vertrek-ken op 6 november, want het nieuwe pastorale jaar moest dringend opgestart worden.
Maar jaarlijkse controles voor hart, diabetes enz... door de dokters die me goed opvolgen wezen nogmaals uit (voor de derde maal !) dat het harde, warme klimaat van Burkina geen “aan te raden bio-toop” meer is voor mij en dat ik, persoonlijk, er maar de gevolgen uit moest trekken.
Dat deed ik natuurlijk niet alleen, maar in dialoog met de provinciaals in Burkina en in België en aldus werd het duidelijk dat juni 2005 een verandering van “decor” zou inluiden voor mijn leven en werken. Afscheid nemen en zich elders engageren voor dezelfde idealen, dat is wel de “roden draad” in mijn leven. Dat zal zeker geen verrassing zijn voor God, die ik wil dienen in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid. Maar dit perspectief kan geen aanleiding zijn om me niet ten volle te blijven ge-ven tot de laatste dag. Mag ik dan ook niet op jullie medeleven en hulp
blijven rekenen ? Want er blijft nog heel wat te doen.

Op zondag 7 november reed ik dan met mijn wagen van Ouaga naar Bobo. Wat laat vertrokken, kwam ik rond 20.00 uur (al goed donker!) tussen Boni en Hundé, op de grote route nationale n° 1, en viel in de handen van “des coupeurs de route”. Vijf gemaskerde mannen, die, met een grote droge boom de weg gebarricadeerd hadden en bussen, camions en persoonswagens tegenhielden, revol-vers in de handen. Ik, “ toi, le blanc”, werd door twee revolvers bedreigd en moest uitstappen en al mijn geld afgeven. In mijn hemdzakje had ik 2000 ft. CFA (ong. 3 euro) en gaf die af. Maar dat kon niet : waar is je portefeuille? Ik gaf die af en daar stak maar 5000 fr. CFA (ongeveer 7,5 euro) in. En de rest ? En in je heupzakje ? Ik gaf dat af en ze vonden er enkel
maar mijn paspoort! Magere vangst! “On va te tuer”, zeiden ze. Maar meer had ik echt niet.
Gelukkig had ik al mijn geld in Ouaga op mijn rekening gezet. Toen moest ik de wagen verlaten en vooruitgaan (rapper ! ! met stampen tegen mijn achterste !!) om verder weg mensen te vervoegen die (reeds) op de asfalt lagen met het voorhoofd op de grond. Daar heb ik ook wel 100 minuten gelegen bedreigd door revolvers. Ze doorzochten toen (zo zag ik later) de bagage in mijn wagen en ze hebben toen enkel “mijn cellulaire” (GSM) gepikt. Geen enkele interesse voor mijn laptop of mijn radio. Toen we (een 25 mensen) bemerkten dat ze er niet meer waren, zijn we opgestaan en verder gebold. Met de schrik ervan af gekomen ! Weeral veel geluk gehad bij een klein ongeluk. Dat is altijd mijn ervaring geweest in mijn leven. Maar ik zal er wel op letten om ‘s nachts niet meer op ongekende wegen te bol-len. Ik heb dit nog nooit meegemaakt, alhoewel er regelmatig overvallen gemeld werden en worden. ‘n Mens is nooit te oud om bij te leren!
Goed aangekomen in Konadugu, hebben we het pastorale werk voor dit jaar bekeken en verdeeld. We dragen nog wel sectorale verantwoordelijkheden (bv. voor mij jongeren, aids-sensibilisatie, biblio-theek ...), maar de dorpen worden meer onder ons priesters verdeeld en aan hen ook toevertrouwd. Zo zijn er 14 dorpen die we (min of meer) regelmatig volgen.
Zo kreeg ik 6 dorpen waar alles nog moet starten (contact, eerste groepen catechese in de colleges en/of in de dorpen, elementaire infrastructuren om er te kunnen verblijven en werken, langzame en geduldige vorming van de christenbasis gemeenschap) toevertrouwd. Ik moet echt bekennen dat die nieuwe taken me echt verblijden. Het accent ligt daar sterker op de menselijke relaties die de mensen moeten samenbrengen en ze helpen doen kiezen om zich in te zetten op vele manieren van dienst-baarheid om zo menselijke en gelovige gemeenschappen tot leven te roepen die iets uitstralen. Dat spreekt me ten zeerste aan en het vraagt ook wel heel wat inzet en werk.
Wat in al die (beginnende) dorpen van groot belang is , zijn de volgende punten:
- het vormen van een gemeenschap, waar verantwoordelijken het leven en het organiseren van de gemeenschap (hoe klein ook) op zich nemen en mensen zoeken voor het organiseren van de woord-dienst zonder priester ‘s zondags of de eucharistie met priester
- het organiseren van catechese voor volwassenen in Jula en/of in Frans, voor kinderen (op school of niet), of voor de colleges, alhoewel het leeuwenaandeel daarvan wel aan mij doorgespeeld wordt
- in deze dorpen zijn er gelovige functionarissen (meestal van overal in ‘t land), autochtone mensen van het dorp (die interesse tonen voor het geloof) en jongeren van overal voor de colleges en die moeten een missionaire zorg hebben voor elkaar
- in deze dorpen (toch drie op de vijf) moet een bibliotheek baat brengen aan studenten en cultuurlief-hebbers, moet een sensibilisatie en zorg voor zieken (aids-patiënten) tot stand komen (met anderen) en een zorg voor armen
- en in al deze dorpen (toch vijf op zes) is er geen enkele infrastructuur om leven en werken voor pas-torale werk(st)ers en christengemeenschap mogelijk te maken: geen enkel zaaltje, geen “pied-à-terre”, niks ! En ik zou er toch 2 à 3 polyvalente zaaltjes willen achterlaten : Weleni, Wolokoto en Dakoro (ondanks zijn administratieve traagheid om ‘een eigendomstitel te bekomen).
Ik ben maar vanaf 8 november gestart en begonnen met die vijf punten. WELENI is gestart met die vijf punten (2 groepen catechese in college, 1 groep volwassenen in ‘t Frans en 1 groep in ‘t Jula). KIN-KALABA is ook gestart (3 groepen catechese in college en 1 groep volwassenen in ‘t Jula). Dan is er ook WOLOKOTO, ‘n dorp dat reeds 3 jaar stilaan op stap is (3 groepen catechese in ‘t Jula voor dor-pelingen en 1 groep voor functionarissen in ‘t Frans). Dit dorp hoopt later ook een college te bekomen !‘? En dan ben ik half gestart met DAKORO waar er 2 groepen catechese zijn in het college. En nu nog KAWOLO en TURNI voor de volgende dagen. Het is een boeiend werk: tot leven roepen, samen-brengen en gemeenschap vormen, Zijn inspiratie en Zijn Geestdrift ervaren om te dienen, om te ge-tuigen en om te vieren, om vol te houden tot het einde en om dan nog verder te doen, gelijk waar en gelijk hoe!
Grote dank voor uw vriendschap, medeleven, gebed, schrijven en edelmoedige steun.
U zijt altijd mijn grote bron van enthousiasme geweest. Blijft u het a.u.b., ook over juni 2005 heen.
Ik omhels u allen. Dank voor uw medeleven en steun, ook in de toekomst.
Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar 2005.

Correspondent: Bert De Bock

Sindou - 16 mei 2004

Beter laat dan nooit, zegt de volksmond. Dan maar aan de slag om wat nieuws van hier te verzenden. Ik moet het ook eerst aan den lijve ondervinden, want ik heb nog nooit jets verzonnen.
Wat de gezondheid betreft, was ik een verwittigd man. Na de 4 overbruggingen van 2002 was de raad van de geneesheren duidelijk: Burkina met zijn klimaat en zijn warmte…. af te raden voor mij! Plots breken met Burkina zonder de belasting voor mijne ‘tikker’ te ervaren was moeilijk. Ik ging dan toch maar terug! Dori was zo boeiend dat ik de warmte (met zijn uitputtende vermoeidheid die er altijd bij hoort natuurlijk!) niet zo sterk aanvoelde.
Ik werd dus vorig jaar naar Konadugu overgeplaatst ‘omwille van mijn hartje’! Als ze mij iets vragen ‘op ‘n heel brave manier’ (bijna op twee kniekes!), ja, dan ben ik verkocht en dan zeg ik ‘ja’. Dus sinds november is het al Konadugu wat de klok slaat. De ervaring van de gezondheid? Staat de barometer op regen, frisse nachten, overdekte hemel, koudere windjes. . . dan leef ik weer op. Maar als de tem-peratuur stijgt en de warmte omhult me dag en nacht, wel dan ben ik K.O. en voor niks goed. Zeker als ik naar de scholen en naar de dorpen ben geweest. Vermoeidheid, gevolg van de warmte of ge-volg van mijne tikker die (te) veel moet pompen?
Sommige confraters fluisteren me: “Maurice, je moet het veel rustiger aanpakken”, maar dan denk ik: het is voor mij gemakkelijker het klimaat te veranderen (‘n kwestie van 5 uur vliegen), dan mijne aard te veranderen!
In elk geval 2005 (mei) wordt een jaar van medische controle en van de beste oplossing voor mij vol-gens de geneesheren. Dit maakt me rustig omtrent de kwestie van mijn gezondheid en zo ben ik voorbereid op alle eventualiteiten! Laten we dat dan samen maar rustig afwachten en zo heb ik dan geantwoord op alle mogelijke vragen omtrent mijn gezondheid.
Ook al leefde en werkte ik reeds eerder in Konadugu, toch is er wat veranderd in 8 jaar tijd. Op gebied van onderwijs wordt gans onze provincie (Leraba) beschouwd als ‘analfabetenzone’ . Dus moet on-derwijs er sterk gepromoot worden. Lagere scholen rijzen er als paddestoelen uit de grond. Sinds twee jaren geeft de staat alle schoolmateriaal gratis aan de kinderen (in onze provincie). Onze papete-rie-winkel, die vroeger goed winst maakte, heeft het nu moeilijk om te overleven! Tegen ‘gratis’ valt er niet te concurreren.
De middelbare scholen (de staat wil in elk departement een middelbare school) zijn er zeven in aantal. Maar professoren zijn er veel te weinig. In elke school ontbreken er professoren voor respectievelijke vakken. Die lessen moeten dan gegeven worden door leerkrachten van andere scholen. Ze worden hier ‘vacataires’ genoemd, en die kunnen maar lesgeven op uren dat ze zelf vrij zijn.
Wat is het gevolg? Dat alle vrije namiddagen (dinsdag, donderdag, zaterdag) benomen zijn door die vacataires en er dus voor vrije catechese geen plaats meer te vinden is. Of op zeer slechte uren. Wat heb ik me moeten wringen om in de 6 scholen toch catechese te geven aan de jongeren. Enkele groepjes zijn zeer getrouw. Het voornaamste is dat er een traditie groeit, iets dat iedereen normaal vindt : dat er catechese plaats vindt in de school en dat er tijd voor gemaakt wordt en dat de overgrote meerderheid van Muzelmanse jongeren dit ook normaal vindt. Catechese op school is een hele opga-ve, maar er staat heel wat op het spel.
In elk geval de relaties zijn gelegd met de directies en de professoren. Zo ook met de jongeren, vooral met hen die bewust kiezen en trouw volgen. En de mogelijkheden en moeilijkheden zijn beter in kaart gebracht. Het is zoals de mensen hier die een nieuw veld willen aanleggen : het eerste, grote werk is het veld ontdoen van alle struikjes, onkruid en teveel aan boomkes enz. ‘Debroussailer’, om het duide-lijker te zeggen! Dat was dus mijn ervaring van dit eerste jaar catechese in de middelbare scholen. En de grootste vreugde (of droefheid) die nog moet komen, is de hoop dat katholieke leerkrachten ‘n handje zullen (en willen) toesteken voor catechese (of niet).
‘n Andere ervaring dit jaar is het werken met de beweging van de J.E.C. (voor ons K.S.A.). In dit land werd dit jaar hun 50-jarig bestaan gevierd. Vanuit Banfora (centrum van ons bisdom) zit men achter ons aan om ‘secties’ op te richten in onze middelbare scholen. Theoretisch zijn er zeven secties mo-gelijk. Maar ook hier een eerste grote ervaring van onmacht : er bestaat geen traditie, geen verworven en doorgegeven kennis van doel, methode, pedagogie, mogelijke activiteiten enz. bij deze jongeren. En daar bovenop de moeilijkheden in de scholen om over vrije namiddagen te beschikken of de jonge-ren die elk weekend naar hun dorp (moeten?) gaan om proviand op te doen voor de week. Denk dan ook maar aan de grote afstanden tussen ons en die scholen en aan de moeilijke communicatiemidde-len (geen telefoon!) om te plannen of om te veranderen. Ook dat is een ervaring ‘bezaaid met moei-lijkheden’. Ik weet het : moeilijk gaat ook, maar de vraag is nu : gezien al die punten (die je eerst moet ontdekken en ervaren), hoe pakken we dat het best aan voor 2004-2005?
Ik hoor al mensen fluisteren : dat moet niet gemakkelijk zijn voor Maurice, hij zit nog altijd in zijn start-blokken! En ik antwoord : goed gezien en geraden. Wil dit nu zeggen dat ik niet meer enthousiast ben of wat uitgeblust ben? Bijlange niet! Maar de moeilijkheden zijn er en nu is het uitkijken naar mogelijke oplossingen en een betere aanpak.
Wat ik ondertussen wel heb vastgesteld is het volgende : ik heb dit jaar wekelijks contact gehad met Weleni, Kankalaba, Dakoro, Sobara en ook (minder) met Wolokoto. Dat zijn vijf ‘chef-lieux’ van depar-tementen waar er iets van ‘n christengemeenschap aan het groeien is (ook al is het moeizaam). Maar elk departement telt nog 10 of 9 of 7... andere dorpen waarmee we niet het minste contact hebben. En dan stel ik me de vraag : is het niet mogelijk van in ‘équipe’ de taken anders te verdelen en grotere verantwoordelijkheden te geven aan ieder per departement (vanaf september 2004)? En dan denk ik er ook bij : was ik maar dertig jaar jonger en had ik maar geen overbruggingen gehad. Dan kan ik ook gemakkelijker de infrastructuur optrekken die nuttig is en gepland is. Het uitblijven van de eigendoms-titels werkt ook wel op mijn systeem! Dat van Weleni is sinds vorige week in orde. Het is nu Dakoro dat ik volgende week wil aanpakken.
Beste Vrienden, van harte dank voor uw blijvende belangstelling en uw trouw medeleven met mij en Burkina. Dank zij uw interesse, uw bidden, uw kaartjes en brieven, uw mateloze steun, kan ik mij hier ten dienste stellen van de mensen, van de projecten, van de kerk en van de Heer. Ik weet dat mijn aanwezigheid hier gehypothekeerd is door mijn gezondheid. Maar voor mij gaat mijn leven gewoon verder, hier ofwel in Vlaanderen. Ik heb zeer goede herinneringen aan mijn dienstjaren aldaar. Dank aan uw allen die overal achter mij hebt gestaan om me te bemoedigen. Het beste aan u allen en graag tot ziens, tot schrijfs of tot later.

Correspondent: Bert De Bock

Konadugu - 7 maart 2004

Van harte vele groeten en dank voor het nr. 1 van de nieuwe jaargang en voor het vele nieuws dat er telkens rondgedeeld wordt.
Voor mij is het nog steeds wachten op het bekomen van de "eigendomstitels". Voor mij is het dus dubbel wachten en wachten op de staat die die titels op levert en wachten op onze pastoor die zich met de zaak bezighoudt. "La patience est de l'or".
Ondertussen zijn we op weg voor Pasen en naar het doopsel van volwassenen en jongeren!
Een zalig paasfeest en een deugddoende paaswake met de vernieuwing van de doopbeloften.
Het beste. Tot later!

Correspondent: Bert De Bock

Konadugu - 28 november 2003

Zoals beloofd wil ik u nu meedelen, na een eerste contact met mijn nieuw werkterrein, wat mijn nieuw project wordt in Konadugu.
Konadugu is de naam van een groot dorp, dat behoort aan de Senufo’s, gevestigd in het Zuid-Westen van Burkinafaso. Konadugo is ook de naam van een parochie, wiens oppervlakte samenvalt met het gebied van de provincie Leraba. Senufo’s, Turka’s, Wara’s,.. maken de oorspronkelijke bevolking uit van deze provincie. Hoe groot deze provincie is, hoe talrijk zijn bevolking is, kan ik nu nog niet meede-len, maar daar zal ik wel achter komen.
Wat een gedacht kan geven zijn de volgende gegevens:
Om de administratie dichter bij de mensen te brengen, wordt een provincie (er zijn er 45 in dit land dat toch 9 maal groter is dan België) onderverdeeld in “préfecturen”. De provincie Leraba is onderverdeeld in 8 préfecturen. Ik schat dat er een honderdtal dorpen geteld worden in de provincie. Ik was vandaag in de préfectuur van Sobara en de 8 dorpen van die préfectuur tellen een bevolking van 26.400 men-sen. Dat geeft een zeker idee.
Nog een ander element dat een idee geeft is de schoolgaande jeugd.
Er zijn in de parochie 46 lagere scholen. Douna, als dorp, telt 4 lagere scholen en de centrale lagere school telt bij de 700 leerlingen. Onderwijzend personeel met zo’n 3 inspectieploegen voor de lagere scholen alleen, dat is niet rap te tellen.
Wat de secundaire scholen betreft, zijn er 2 “lycées” (1° cyclus van 4 jaar en 2° cyclus van 3 jaar) en 53 “colléges” (enkel 1° cyclus). Het aantal leerlingen is variërend, maar alles samen toch naar de 1.700 toe. Deze jongeren komen van dichtbij, maar ook van verderweg. Hun problemen zijn het vin-den van een “logeur’” en mogelijkheden om te studeren en om leer(s)boeken te vinden. Afstanden zijn er genoeg, want het verste collége ligt op 47 km van Konadugo en ze zijn goed verspreid over de ganse parochie.
Deze streek is gans anders dan de sahel; rijker aan regenval, aan bebossing, aan vruchtbare “bas-fond’s”. Ze genieten hier van een “auto-suffisance alimentaire” en ze verbouwen veel katoen. “Te kort aan grond” en “uitputting van de grond” zijn wel gekende groeiende problemen.
Op religieus vlak telt de Islam en de traditionele godsdienst in onze parochie vele adepten, en zijn de christenen in een sterke minderheid. In enkele dorpen (7) bestaat er een autochtone christengemeen-schap en verder zijn er dan vele functionarissen die christen zijn.
Bij de verdeling van de verantwoordelijkheden in de priesteréquipe, kreeg ik de sector van de jeugd toegewezen. Zowel de rurale jeugd in de dorpen (een zevental dorpen) als de studerende jeugd in de lycées en de colleges. Ik ben dus nu volop bezig met het kennen van de jongeren in de dorpen en in de secundaire scholen (allemaal staatsscholen). En nu is het overgaan naar samen plannen en orga-niseren.
Voor de studerende jongeren werden reeds goede infrastructuren op punt gezet door de parochie: Sindou, Douna, Lumana en Sobara hebben een polyvalente zaal met mogelijkheden tot bibliotheek, studie, vergaderingen, catechese, zangkoren enz. In Douna loopt er ook een experiment van een “foyer” (met 27 jongeren op internaat). “Polyvalente zaal” en “foyer” hebben reeds hun nut bewezen, maar men kan er nog aan sleutelen.
Daarom heb ik nu gekozen om een polyvalente zaal te bouwen in Dakoro en daarna een foyer in Sin-dou. De polyvalente zaal zal een grote zaal bevatten (zoals in Dori) maar ook één kleinere kamer als bibliotheek en nog een kamertje als verblijfplaats voor de verantwoordelijke. Dat brengt de kostprijs op 12.000 euro’s. De verlichting met zonnepanelen is een sterke verhoging van de nuttigheid van zo een zaal, maar ze worden gestolen en daarom twijfel ik daaromtrent nog.
De “foyer” en de kostprijs, daar heb ik geen ervaring van en de prijs hangt ook af van het aantal ka-mers dat men wil houwen. Maar ik denk dat 6.000 euro’s te kunnen bolwerken.
Dit zijn de projecten voor het jaar 2004: de polyvalente zaal in Dakoro eerst en dan de “foyer” in Sin-dou. Ik heb ook de erantwoordelijkheid voor de “foyer” in Douna en voor de (re)organisatie van de bi-bliotheek in de ganse parochie (met zijn filialen in de colleges in vijf van de acht préfecturen). Dat maakt dus een goed, verenigd actieterrein voor de jongeren: infrastructuren in polyvalente zalen enn foyers, bibliotheken, I.F.C.-beweging, catechese, contacten met leerkrachten en studenten, zoeken naar verantwoordelijken en medewerkers en regelmatig contact met de 8 préfecturen.
Beste vrienden van de Brug, van harte dank voor uw bereidwilligheid om een grote steen bij te dragen voor de verwezenlijking van deze dienst aan de jongeren (en volwassenen) van de provincie LERABA en van de parochie KONADUGU..
Pater Maurice Van Genechten
B.P. 13 Sindou (Prov. Leraba)
Burkinafaso

Dori - oktober 2002

Pater Maurice Van Genechten hoeft aan de meeste van onze leden niet meet voorgesteld te worden.
Pater Maurice was enkele jaren pastoor te Kalmthout-centrum. Kortelings vertrekt hij terug naar Burki-na Faso.
Pater Maurice vraagt steun voor de opbouw van een centrum voor gezondheid en sociale promotie. Dit centrum is gelegen te Niansogoni (3.400 inwoners). De bevolking bestaat hoofdzakelijk uit land-bouwers met een zeer laag inkomen. Het is daarom dat zij zich tot ons richten voor de oprichting van het centrum.

Correspondent: Bert De Bock

Dori - oktober 2002

In de parochie van Dori, is een sector, namelijk Gorgadji. Daar zou ik dit jaar een project willen verwe-zenlijken.
Deze sector telt meerdere dorpen en met enkele van deze dorpen heb ik meer contact omwille van de groeiende christengemeenschappen die, samen met de andere mensen van die dorpen, zich inzetten voor de leefbaarheid van die dorpen.
Ik moet ze bewonderen dat ze in zulke streken (de sahel is ‘n mensonvriendelijke streek) willen blijven vechten.
Ze moeten er kampen met een regentekort, met onvruchtbare gronden, met ‘n korte regencyclus van 3 maanden, met een zeer warm klimaat. Dat is werken zonder veel te verdienen, berekenen zonder echt te kunnen plannen.... En toch de boer hij ploegde voort, . .
Mijn eerste zet was: regelmatig bij hen komen en hun leven delen. Daarom heb ik in twee dorpen een klein huisje gebouwd waar ik kan vertoeven. In twee ander dorpen komen er nog twee huisjes bij. Zo kunnen we plannen, activiteiten organiseren (alfabetisatie in hun taal en in ‘t Frans ; vrouwen bijeen-brengen voor vorming; catechese organiseren....) en vergaderingen houden. Dit moet nu allemaal: onder de schaduwrijke boom’! Natuurlijk alles gaat.
Ik wil in twee van die dorpen een “polyvalent zaaltje” zetten, dat dus meerdere functies kan vervullen. Namelijk in Cekeledji en Lelly. Als infrastructuur van en voor een groeiende gemeenschap.
Dat is een simpel, rechthoekig zaaltje, gebouwd in stevig materiaal en op een solide wijze. Daarin kunnen dan veel activiteiten plaats vinden,., tot bidden toe.
Specialisten zeggen dat je om zoiets te bouwen moet rekenen op 6 miljoen CFA fr. of 9160 euro. Dat dus voor één gebouw.
Dat is geen klein bier, dat weet iedereen. Ik hoop toch dat het er komt.
Zoniet dit jaar dan toch volgend jaar.
Ik ben in blijde verwachting dat de brug zijn hulp beloofd....
Dit is een klein project maar een grote steun voor mensen die moeten overleven in een vijandige Sa-hel.
Van harte dank en tot schrijfs.

Correspondent: Bert De Bock

Dori - 4 oktober 2002

Van harte vele groeten vanuit Don. En als ik het goed verstaan heb, dan is er nog onlangs een brief van hier in uw bus gevallen met wat nieuws over gezondheid en regenseizoen, over politiek en de pastorale ploeg die hier leeft en werkt.
Ondertussen zijn we enkele maanden verder en is er meer zekerheid over een elk jaar steeds op-nieuw prangende vraag: wat wordt dit regenseizoen? En hier moet je voorzichtig spreken: niet veral-gemenen voor heel het land, maar wel denken aan provincies. De vier provincies van de Sahel (Oud-alan, Seno - waar Don de hoofdstad van is -, Yagha en Soum) zijn kwetsbaarder dan de rest. De re-gen kan b.v. laattijdig komen, zoals dit jaar, zodat de mensen maar laat konden zaaien ( begin juli of nog later). Dat was al een slechte start. En dan viel de regen in augustus wel overvloedig, zodat alle gewassen begonnen te bloeien en de mensen toch hoop gaf op een goed jaar. Maar ze bleven op hun hoede, want september kan verrassend uitpakken met een hele droge periode zoals dit jaar. De gierst en de maïs willen dan korrels vormen en hebben daarvoor heel wat regen nodig. Maar dan draaide plots de hemel de kraan dicht “begin september”. Al wat gezaaid is in “des basfonds” waar het stag-nerend water de bodem langer vochtig houdt kon die droogte opvangen, maar al de rest kwijnde weg zodat de oogst (tot 70 of 80% ) naar de vaantjes is. En dan krijg je brieven van dorpen en mensen die de alarmklok luiden, want je moet dus voorraad voorzien tot oktober 2003 ! Hoe doe je dat zonder oogst?
Natuurlijk dat zulk een reddingsactie ons petje te boven gaat en dat vooral de staat hier een actie moet voeren. Maar wij willen ons ook inzetten en ons broodje bijdragen, vooral omdat dit een be-wustmaking moet bevorderen van mensen en groepen. Dit jaar werken we intensief rond: “promotion humaine et auto-prise en charge de nos communautés ». En in elke parochie bestaat daarvoor een structuur die verantwoordelijk is voor bewustmaking en actie: ze heet OCADES (organisation catholi-que pour le développement et la solidarité).
Eind oktober tot eind november koopt Ocades gierst, maïs ... op ,want dan zijn de prijzen het laagst (de mensen moeten onkosten doen -om vele redenen - en verkopen dan van hun oogst in streken waar de oogst beter was). Ocades koopt dan op en stockeert om gratis aan armen te bedelen en aan
sociale prijzen te verkopen als de prijzen veel hoger gaan liggen. Maar haar kapitaal is niet zo groot en dus zou ik er wat aan willen toevoegen met uw gulle hulp. Het aankopen moet wel in november gebeuren, daarom wil ik nu IN OKTOBER uw hulp vragen om de ‘hongerpil’ te kunnen verzachten.
Vermits de nood nu het hoogst is, vraag ik ook liever NU uw hulp dan met mijn Kerst- en Nieuwjaars-brief. Mijn beste, hartelijkste dank op voorhand. En graag tot een volgend schrijven.

Correspondent: Bert De Bock

Dori - 30 april 2002

Na een repatriëring van enkele maanden om gezondheidsredenen, kan ik me nu wederom tenvolle in-zetten in de Sahelzone en in de parochie van Dori. Ik ben geen onbekende voor De Brug. In het jaar 2000 had ik reeds een (groter) project ingediend met als objectief een C.S.P.S. te helpen bouwen in Nyesogoni, gelegen in de parochie Konadugu waar ik geleefd en gewerkt heb alvorens te dienen in de parochie van Kalmthout.
Sinds november 2000 ben ik werkzaam in het noorden van de Sahel, meer bepaald in Don. De le-vensomstandigheden zijn er zeer hard (ieder kent de problemen van de Sahel). De autochtone bevol-king bestaat uit Peulen, die, naast de veeteelt, zich ook meer en meer toeleggen op landbouw. Op et-telijke plaatsen en dorpen komt men functionarissen tegen. En dan ook vindt men in vele dorpen landbouwers van andere rassen, die daar sinds generaties gevestigd zijn. Dit zijn vooral mossis die het moore spreken.
Omwille van de taal heb ik meer contact met de sector Gorgadji. Er leven daar een 26000 mensen in 14 dorpen. Met vijf dorpen heb ik meer contact omdat en christengemeenschappen zijn. Ten dienste van de ontwikkeling van de streek bestaat er sinds 1967 een grote NGO-l’UFC genaamd (Union Fra-ternelle des Croyants) die christenen en moslims verenigt - die goed werkt.
Om en goed te kunnen werken heb ik en vorig jaar 2 “pieds-à-terre” gebouwd (heel simpel van 3 op 4 meter). Dit jaar zou ik en nog twee willen bijbouwen om in die andere dorpen ook te kunnen verblijven. En dan ook nog 2 polyvalente zaaltjes (daar er geen enkele infrastructuur is) om al de activiteiten te kunnen ondersteunen: alfabetisatie van volwassenen en kinderen, vormingsacties voor vrouwen, ver-gaderingen voor allerlei doeleinden, catechese- en gebedsruimte
Om alles in duurzaam materiaal te bouwen moet men rekenen dat één “pieds-à-terre” komt op 1200 euro’s en één polyvalente zaal op 7.700 euro’s. Dat zou dus een totaalbedrag uitmaken van 17.800 euro’s. Ik weet dat dit niet weinig is, maar ik wil dit waarmaken over enkele jaren.
Als ik kan rekenen op een jaarlijkse bijdrage zolang het project loopt, dan zal ik heel blij zijn.

Correspondent: Bert De Bock