Jeannine Geuns


Adres

Pakistan
Adres: Sister GEUNS Jeannine, Tatarko Yagangat School, Sultanabad, sector III, MANGHOPIR-KARACHI 75890, Pakistan

Leven en werk

Zuster Jeannine Geuns is afkomstig uit het Limburgse Zolder. Zij is 55 jaar en vertrok eerst als sociale werkster naar het buitenland. Zij is later toegetreden tot de “Sociëteit van Maria”, een Franse gemeenschap opgericht na de Franse revolutie. Zuster Jeannine werkt in het Manghopir Complex Project, waar zij directrice is. Dit complex is gelegen aan de rand van de buitenwijken van de miljoenenstad Karachi op een stuk rotsachtig woestijnland. Het project is gegroeid uit een “Rexroth Initiative” dat op het einde van de jaren ‘60 primaire verzorging verschafte aan de talrijke leprapatiënten die de stad Karachi toen telde. Einde jaren ‘70 werd passende scholing en opleiding meer en meer ervaren als “het” middel om leprapatiënten te-rug in de maatschappij te loodsen. Goedkope gronden werden aangekocht en tijdens de ja-ren ‘80 rees onder impuls en de leiding van Zuster Jeannine een groots sociaal complex op: Manghopie Complex Project.

Brieven

Karachi - 19 april 2004

E-mail van Katelijne Suetens, medewerkster van Jeannine Geuns.

Hartelijke groeten vanuit Karachi. Ik ben net terug van twee maanden met mijn jonge gezinnetje in België en Europa en vond tussen mijn mails ook diegene die je in februari stuurde i.v.m. de nakende storting van De Brug. Heel erg fijn ! Ondertussen is die storting ook bij de bank aangekomen, maar nog niet op onze rekening. Het vereiste formulier is echter ingevuld, dus zal ik u weldra ook de details kunnen doorgeven. Hartelijk bedankt.
Het schooljaar begint hier in Pakistan weer in april en is dus net van start gegaan. De resultaten van de hoogste twee klassen zijn nog niet bekend, dat gebeurt van overheidswege en dat vergt dus het nodige geduld.
Verhalen over de kinderen… Er zijn er zovelen met een droevig verhaal, waarvan we hopen dat het hen nu iets beter gaat, vooral de kinderen van het internaat dan. Maar ook de kinderen van de lepra-families hebben het vaak heel erg moeilijk door de armoede. Hun ouders hebben meestal zware han-dicaps, vooral aan de handen, en kunnen dus weinig werk aan. Bovendien is een van de weinige werkgelegenheden hier in Manghopir waar leprapatiënten terecht kunnen de steenkapperijen en be-halve dat het heel slecht betaald en ongeveer de slechts mogelijke job is voor mensen wiens handen en voeten gevoelloos zijn, is het ook heel er gevaarlijk. De veiligheidsvoorschriften (voor zover die er al zijn) worden om 'economische' redenen meestal aan de laars gelapt en dus moeten de arbeiders met dynamiet werken waarvan de lonten veel te kort zijn en waarvan ook de kwaliteit niet betrouwbaar is. Om de zoveel maanden bereikt ons wel weer het verhaal dat de vader van een van de kinderen let-terlijk in stukken uiteengereten is door een explosie die fout gelopen is. Het is echt meer uitzondering dan regel, maar de mensen hebben geen andere kans op een inkomen, dus moeten ze wel en dat weten de aannemers van de steenkapperijen maar al te goed. Eens een moeder haar echtgenoot heeft verloren is ze helemaal aan de 'goodwill' van de gemeenschap overgeleverd en dat is meestal niet al te best. Wij proberen te helpen door hen werk te geven in ons borduurcentrum en de kinderen gratis naar school te laten komen. Gelukkig zijn er ook nog enkele andere organisaties in de omgeving die bijspringen met rantsoenen of wat geld. In de gemeenschap van de Afghaanse vrouwen is het bij-na uitgesloten dat ze zelf gaan werken. Behalve als onderwijzeres of verpleegkundige kunnen vrou-wen in Pakistan al op niet veel plaatsen terecht en zulke opleidingen kunnen leprapatiënten dan weer niet volgen omwille van het stigma.
….
Jeannine is momenteel nog in België tot het einde van deze maand.
Alvast heel hartelijke groeten van allen hier en tot later.

Correspondent: Inge Beyers

Karachi - 12 september 2003

Hartelijke groeten vanuit zonnig maar niet meer zo heel heet Karachi. Als het zo verder gaat mogen we ons dit jaar gelukkig prijzen met een zeer korte, hete periode, maar afwachten want normaal kan het hier tot half november nog aardig warm worden.
Ik sluit hierbij het formulier ,,Project opvolging” en ,,Ontvangen steun” bij en ook het ontvangstbewijs voor het geld van De Brug in 2003. Ik hoop dat dit alles volstaat voor jullie anders verneem ik het wel... ik kom binnenkort, waarschijnlijk einde september, even naar België toe.
Hoe gaat het intussen met Rafael? Ik hoop dat hij het goed stelt en dat zijn broertje blij is met het nieuwe leven in huis. Ook hier maken we de laatste maanden een kleine babyboom mee onder ons personeel en allemaal jongetjes! Dat is fijn om aan te zien want het zijn allemaal jonge mensen, die via ons werk met elkaar in contact zijn gekomen en zo ben ik een beetje ,,oma” van elk van hen.
Soms gaat het ook mis: een jonge vrouw die als maatschappelijk assistente voor ons Hindoe project werkte en die niet zo lang geleden met de broer van haar collega was getrouwd en ook in verwachting was, besloot een einde aan haar leven te maken. Ze kon de spanning en de vele traumatische erva-ringen die ze al had meegemaakt niet meer verwerken. Voor ze met de jongen van haar keuze trouw-de, was ze door haar ouders gedwongen te trouwen met een andere man en sinds hun huwelijk wa-ren ze dan ook op de vlucht geweest voor de politie, die andere man en zelfs haar eigen broers en ouders die de familie-eer wilden ,redden’. Er is nog zo veel onrechtvaardigheid waarvoor niet meteen een oplossing in het verschiet ligt in dit land...
Maar, wij trachten te helpen, op onze manier: onderwijs en een thuis voor zij die er geen hebben. om blijvende veranderingen tot stand te brengen en we blijven geloven dat alle beetjes helpen. Zolang anderen zoals jullie ons helpen, doen we voort!
Onze warme dank voor jullie steun en tot later bericht.

Correspondent: Inge Beyers

Karachi - 23 maart 2002

Ik ben hier weer met een briefje uit Manghopir, wij werken ijverig voort aan de noden van de dag.
Binnen een week is het al weer Pasen. De tijd vliegt voorbij! De aangename winter begint plaats te maken voor de eerste echt warme dagen, tegen mei zitten we hier weer te broeien! Karachi is rustig geweest gedurende de laatste maanden, net deze week echter heeft de ambassade opnieuw een be-richtje gestuurd dat we waakzaam moeten blijven en niet buiten gaan als het niet echt nodig is. Er was een aanslag op een kerk van de internationale gemeenschap in Islamabad waarbij vijf buitenlanders omkwamen en daarnaast is het ook Muharram. Dat is de rouwmaand van de Moslims en dan laaien de gemoederen tussen Sjiieten en Soennieten af en toe hoog op. Vooral tijdens de grote processies in de stad, waarbij de Sjiieten zichzelf kastijden met kettingen en messen. Een goede tijd dus om binnen te blijven en een brief te schrijven.
We zijn sinds oktober 2001 heel erg druk geweest hier in M.D.P. met noodhulp aan Afghaanse vluch-telingen. Velen zijn in de afgelopen 10, 15 jaar naar Karachi gekomen, op de vlucht voor de oorlog, ongeacht of het nu tegen de Russen, de Taliban of onder mekaar was. De laatste maanden zijn er nog duizenden en duizenden nieuwe vluchtelingen bijgekomen, die omwille van de Amerikaanse bombardementen en het nieuwe geweld in hun land niet meer in hun huis konden blijven. De meeste van hen hebben alles achtergelaten op hun vlucht en komen hier aankloppen bij familie of verre ken-nissen, maar die kunnen meestal amper voor hun eigen gezin zorgen. Heel gek was dat de Pakis-taanse regering steevast bleef beweren dat Karachi geen vluchtelingenprobleem had. Peshawar en Quetta, ja, maar niet in Karachi en dus bekommerde niemand zich om de Afghanen hier. Gelukkig kregen we van Caritas Oostenrijk al gauw de vraag, of ze hulp voor Afghaanse vluchtelingen niet via onze projecten konden verdelen, omdat ze van overal fondsen binnenkregen, maar geen betrouwbare wegen hadden om het geld goed te kunnen besteden. We hebben dan met ons personeel een ‘Af-ghaan-team’ opgezet en eerst zijn we begonnen met de grootste noden te lenigen, voedsel, dekens, truien en tenten. Momenteel werken we samen met UNHCR aan de repatriëring van de vluchtelingen die willen terugkeren en dat zijn er heel wat! Elke dag vertrekken er hier nu twee volle bussen en dat is nog lang niet voldoende. Hopelijk maakt UNHCR zijn belofte, om snel ook een kantoor in Karachi te openen, nu gauw waar, want ik weet niet hoelang wij dit nog kunnen volhouden en het zou spijtig zijn als we het werk nu niet kunnen afmaken.Ook ons dagdagelijkse werk gaat natuurlijk verder hier in Manghopir voor de leprapatiënten en hun families en ook in Adam Goth voor onze Hindoes. We had-den net een zeer goed bezoek van Caritas Oostenrijk, die beloofden om verder te doen methet steunen van ons huizenproject en als we dat willen mogen we zelfs nog meer, nog sneller bouwen. Maar het grote probleem is en blijft natuurlijk de salarissen voor ons personeel, die niemand wil betalen. Ik begrijp dat nog altijd niet. Iedereen wil meteen helpen om een school te bouwen of een eerstehulp-post, maar als je dan vraagt hoe we de onderwijzers of de verpleegkundige moeten betalen, dan ha-ken ze allemaal af. Dat moeten we dan zelf maar zien waar te maken door van de mensen geld te vragen voor onze diensten. Maar dat is zo eenvoudig niet. Mensen die amper geld hebben om twee keer op een dag te eten, hebben niets over om hun kinderen naar school te sturen, maar als die kin-deren niet naar school gaan, dan gaan ze ook weer in dezelfde ellende belanden als hun vader en hun moeder. Het is voor mij des te meer onbegrijpelijk omdat we bijna altijd met Europese donors werken en die weten toch ook dat in Europa niet één kind naar school gaat zonder overheidssteun, maar dat bestaat hier nu eenmaal niet. Ik probeer dus zoveel mogelijk mensen warm te maken om een kind te sponsoren, voor € 210 per jaar kan een kind de middelbare school dan afmaken en daar-naast werken we nu ook intensief aan een fonds waar we geld investeren om later de salarissen van te kunnen betalen. Dat is een werk van lange adem, want het is enorm veel geld dat we nodig hebben willen we binnen een jaar of tien, wanneer het project volledig in Pakistaanse handen zal zijn, genoeg bij elkaar hebben om de dagdagelijkse onkosten van de intrest te betalen. Maar ik hoop dat het idee om met één donatie aan ons fonds, klassen van dertig kinderen voor altijd onderwijs te garanderen, de mensen zal aanzetten tot gulheid. Het zou moeten.
De laatste maanden ben ik ook intensief bezig geweest met de hulp van DDR. Pfau, met het klaar-stomen van een aantal van onze lokale mensen, die nu langzaam de verantwoordelijkheid voor M.D.P. en Rah-e-Najat beginnen over te nemen. Het is fijn om terug te denken aan de tijd toen ze hier voor het eerst kwamen en nu, bijna vijftien jaar later, te zien hoe ze gegroeid en geëvolueerd zijn en klaar zijn om op hun beurt aan andere dezelfde kansen te geven. Momenteel heb ik nog niet echt het gevoel dat ik het zo veel rustiger aan kan doen, maar ik ben er gerust in dat dat wel zo zal zijn en dat ik dan tijd zal hebben om me, misschien samen met Dr. Pfau (al lijkt die nog niet meteen af te rem-men) met andere, nieuwe dingen kan gaan bezig houden. In elk geval, in september, oktober, kom ik naar Europa want het is weer tijd voor onze tweejaarlijkse ‘promotie toer’. Ik hoop echter ook de tijd te vinden voor een paar rustigere dagen in België en dan kunnen we eens telefoneren en eventueel iets afspreken.Tot dan alvast en een zalig Pasen en heel veel warme groeten vanuit Karachi.

Correspondent: Inge Beyers

Karachi - 19 juli 2001

Heel hartelijk dank voor uw sympathieke brief en voor de foto van uw familie. Fijn dat we volgend jaar misschien in aanmerking komen voor steun van De Brug, want momenteel moeten we nog elk jaar te-gen een behoorlijk budgettekort vechten.
Daar zijn verschillende redenen voor: ten eerste omdat onze doelgroepen financieel nog steeds in een precaire situatie zitten en hun bijdrage tot de diensten die ons project hen biedt vaak alleen maar symbolisch zijn en de kosten van het hele project niet kunnen dragen.
Ten tweede is er in Pakistan geen overheidssteun. Vele Belgische scholen en ziekenhuizen zouden snel over de kop gaan eens ze het zonder overheidssteun moesten doen...
Het derde probleem is dat we aanzienlijke sommen van buitenlandse donor-organisaties krijgen voor grote projecten: huizenbouw, bouw van een school of een primaire gezondheidspost en dergelijke, maar dat geen enkele donor-organisatie bereid is om de dagdagelijkse kosten zoals salarissen voor de werknemers, auto’s en benzine en reparaties van materiaal en gebouwen enz. te financieren. Hoe wij dan geacht worden om goed gebruik te maken van hun grote donaties, daar staan ze blijkbaar niet bij stil.
Desalniettemin, met een hoop vrienden en sympathisanten slagen we er tot nu toe nog steeds in om de eindjes aan elkaar te knopen en de mensen vooruit te helpen. We spelen met het plan om een fonds op te richten waarvan later, wanneer ik er niet meer zal zijn en de Pakistanen het project heb-ben overgenomen, deze dagdagelijkse kosten kunnen gedekt worden. We zijn druk bezig met het on-derzoeken van de investeringsmogelijkheden waarna we een campagne speciaal voor dit doel op po-ten gaan zetten.
Momenteel is sponsoring van de schoolkinderen en de meisjes van het internaat een van onze meest succesvolle middelen om hen een kans op onderwijs te geven. Voor een familie in België is het een peulschil om een kind voor een jaar onderwijs te bieden, maar voor het betreffende kind en voor ons is het een hele hul Daarom behouden wij graag het voorstel zoals het u door François De Meulder is toegestuurd: sponsorship voor 10 kinderen aan 180 US$ per jaar.
Van de meer dan 800 kinderen die hier school lopen (en dan hebben we het nog niet over de meer dan 300 kinderen in ons Hindoeproject staan er meer dan 150 op de zogenaamde ‘sociale lijst’. Dat wil zeggen dat ze van ons boeken, uniformen, een schooltas en schoenen krijgen en dat ze maar symbolisch schoolgeld geven. Het zijn voornamelijk jonge leprapatiënten. gehandicapte kinderen, kin-deren van leprapatiënten (die omwille van hun handicap niet voldoende kunnen verdienen) en jonge meisjes uit getormenteerde gezinnen die in ons internaat verblijven.
Als wij voor steun van de Brug in aanmerking komen, laat u ons zeker wel weten wat u voor rapporten en nieuws over de kinderen en het project wenst.
Ik hoop dat dit korte brietje is wat u in gedachten had. Indien u meer informatie nodig heeft, dan laat u het me weten en dan stuur ik het u zo snel mogelijk toe. Hopelijk ziet de Brug wat in ons project hier in Karachi. Wij kijken uit naar nieuws van u!

Correspondent: Inge Beyers

Karachi - september 2000

Zuster Jeannine Geuns is afkomstig uit het Limburgse Zolder. Zij is 55 jaar en vertrok eerst als sociale werkster naar het buitenland. Zij is later toegetreden tot de “Sociëteit van Maria”, een Franse gemeen-schap opgericht na de Franse revolutie. Zuster Jeannine werkt in het Manghopir Complex Project, waar zij directrice is. Dit complex is gelegen aan de rand van de buitenwijken van de miljoenenstad Karachi op een stuk rotsachtig woestijnland. Het project is gegroeid uit een “Rexroth Initiative” dat op het einde van de jaren ‘60 primaire verzorging verschafte aan de talrijke leprapatiënten die de stad Karachi toen telde. Einde jaren ‘70 werd passende scholing en opleiding meer en meer ervaren als “het” middel om leprapatiënten terug in de maatschappij te loodsen. Goedkope gronden werden aan-gekocht en tijdens de jaren ‘80 rees onder impuls en de leiding van Zuster Jeannine een groots soci-aal complex op: Manghopie Complex Project. Dit project wil voorzien in de materiële, persoonlijke en sociale basisbehoeften van alle groepen die aan de rand van de maatschappij leven uit hoofde van hun godsdienst, hun socialisme, het kastenstelsel, de politieke ontwikkelingen of die nog gediscrimi-neerd worden op basis van ziekte, handicap, geslacht of gewoon achteruitgesteld worden als jong meisje of jonge vrouw.
De hulpvoorzieningen zijn heel persoonlijk gericht en streven naar de ontplooiing van het individu. Het hele complex is ondertussen uitgegroeid tot een volwaardig scholen- en sociaal centrum dat o.a. vol-gende afdelingen omvat:
• kleuterschool, basisschool en secundair onderwijs voor 822 moslims en christenen.
• opvangcentrum van 50 meestal verstoten, afgewezen of verkrachte meisjes.
• leather workshop and embroidery centre (werkplaatsen voor lepralijders).
• opvanghuis voor 60 leprapatiënten.
• ouderlingentehuis met 30 arme en volledig verlaten ouderen.
• nieuwe school met 330 kinderen in de sloppenwijk van Karachi.
• katholieke lagere school voor de allerlaagste kaste.
De algemene onkosten van zo’n groot complex worden voor de helft gedekt door Duitse en Oosten-rijkse caritatieve instellingen. Voor het overige is zuster Jeannine aangewezen op giften van sympa-thisanten uit Pakistan en België en verder uit inkomsten van de werkplaatsen.
De bijdrage van “de Brug” zou aangewend worden om het schoolgeld te helpen dekken van de arm-sten der armen, t.t.z. de marginalen, de kinderen van melaatsen en drugverslaafden, hindi-meisjes, Afghaanse vluchtelingen, enz. Dankzij de steun van “De Brug” zouden ongeveer 10 kinderen school kunnen lopen die anders aan de zelfkant van de maatschappij zouden blijven.

Correspondent: Inge Beyers