Jan Van Mol


Adres

Salvador Da Bahia - Brazilië
Adres: VAN MOL Jan, Joao Coquiero, C.P. 7862, SALVADOR BAHIA, Brasil

Leven en werk

Geboren te Antwerpen op 17 december 1947.
Voor zijn broodwinning ging hij bij de bank werken; in zijn vrije tijd was hij jeugdleider bij de chiro.
Gegrepen door de grote nood van de derde wereld, voelde hij aan dat hij aan zijn leven een zinnigere bestemming kon geven dan het maken van carrière hier in België.
Hij leerde Portugees en trok erop uit naar Brazilië (1973). In de dorre gebieden van het landelijke noordoosten, waar uitgebuite landbouwers hun kinderen van honger zagen omkomen, zette hij kippenkwekerijen op het getouw om de mensen aan een inkomen en aan voedsel te helpen.
In die streek van Arara noemden de mensen hem : "Joao Coqueiro", Jan de palmboom, omdat hij met kop en schouders en met zijn blonde haardos hoog boven de plaatselijk bewoners uitstak.
Als stadsjongen voelde hij zich echter meer aangetrokken door de uitdaging die een grootstad bood. Hij volgde de massa's berooide boeren, die met hun gezin in de overbevolkte stad neerstreken. Die men-sen woonden in krottenwijken (invasies, favelas) in precaire miserabele omstandigheden, vrijwel in de onmiddellijke omgeving van flatgebouwen en patriciërshuizen.
Jan ging wonen in hun wijk en begon met het bouwen van kleine huisjes. De krotbewoners vonden het fijn hieraan zelf te kunnen meewerken en hun huisje, naar vermogen zelf te betalen, zodat het hun on-vervreemdbaar eigendom werd.
Het huizenbouwproject is nu al fel uitgegroeid, het produceert honderden huisjes per jaar en het wordt praktisch helemaal door Brazilianen beheerd en draaiend gehouden. Jan is toezichter en moderator. Jan is al met zijn volgende fase bezig: de opleiding van bouwvakkers en technici.
Naast zijn huizenproject is Jan eveneens bezorgd over het lot van de talloze straatkinderen in Brazilië. Hij zorgt voor opvang, opleiding en voedselvoorziening.
Geld, materiële hulpmiddelen voor de projecten komen uit Europa, voornamelijk uit Vlaanderen. Geen druppel op een hete plaat, wel een steeds groeiende zinnige hulpverlening.
Verwonderlijk eigenlijk dat één mens met zo weinig zoveel kan tot stand brengen!

Brieven

Salvador Bahia - augustus 2004

Verslag van de bibliotheek Jorge Amado, rua Caixa d’Agua, fazenda coutos 1, CEP. 40760-250, SALVADOR BAHIA, Brasil.
We stellen aan Inge Beyers voor: de werking en de activiteiten van de bibliotheek Jorge Amado, gele-gen aan de rua da caixa d’agua in de wijk fazenda coutos I (refentiepunt, naast de vereniging van ‘be-ter-wonen’). De cijfers hierbij zijn van het voorbije jaar. De bibliotheek is van groot nut in de wijk en in de verdere wijken (fazenda coutos II en III), VISTA ALEGRE, ALTO DE COUTOS, PARIPE). Ze doet dienst als steun voor de studie, alsook om boeken uit te lenen, voor enquètes, als studiezaal, voor cul-turele activiteiten (verhalen beluisteren, video’s bekijken, recyclage cursussen, theateropleiding, voor-drachten voor de gemeenschap).
Bijgevoegd een verslag van 2003 en 2004.
Getekend: Tatiana Bina da Anunciçao.

Correspondent: Inge Beyers

Salvador Bahia - 25 juni 2004

Dank u wel voor uw briefje.
Ik heb vier volksbibliotheken gestart en de bijdrage van De Brug gaat als jaarsalaris naar één van de bibliothecaressen. In elk van die bibliotheken komen er per maand gemiddeld een goeie duizend mensen over de vloer.
Om de drie maanden schrijf ik 'Nieuws uit Arara " dat verscheidene mensen in Kalmthout ontvangen en waar ik een overzicht geef over de politieke-economisch-sociale situatie van het land. Verder staan daar persoonlijke indrukken in en verhaaltjes over gewone mensen. Daarin kan men ook heel de ge-schiedenis van die bibliotheken volgen.
Ik vind dat de mensen van De Brug best rechtstreeks contact met Tatiana van de bibliotheek kunnen opnemen. De taal kan geen probleem zijn want er zijn mensen in Kalmthout die het Portugees mees-ter zijn.
Ik heb het probleem voorgelegd aan Tatiana en ze zal u schrijven. Naar mijn aanvoelen is dat de bes-te oplossing.
Met vriendelijke groeten.

Correspondent: Inge Beyers

Salvador Bahia - 13 juni 2002

De giften zijn via Jeka binnengekomen zoals voorzien en werden naar hier doorgesluisd. Normaal zouden al die mensen een ontvangstbewijs moeten hebben gekregen.
In Brussel hebben ze beslist dat ik dan maar op pensioen moet gaan, maar ik kan hier toch niet direct gaan lopen. Ik heb nog minstens een jaartje nodig om hier alles af te ronden.
Wegens omstandigheden ga in voorlopig niet naar België. Moest daar toch verandering in komen, dan laat ik het wel weten.
In alle geval, hartelijk dank aan alle mensen van De Brug voor hun bijdrage.

Correspondent: Inge Beyers

Salvador Bahia - 2 mei 2000

Beter laat dan nooit, maar eindelijk schrijf ik u dan toch een briefje. Uw brief van 1 november ll. is hier eind januari toegekomen. Het was dan toch te laat om te reageren want 19 december was al lang ge-passeerd. Als u mij nog schrijft zou ik toch liever hebben dat ge het per fax verstuurt, want de post laat hier echt te wensen over. Mijn fax staat altijd aan en dan zijt ge zeker dat het toekomt.
Ondertussen heb ik ook al geschreven via e-mail met de heer Verpoten. In alle geval, ik hoop dus dit jaar op tijd te zijn. Ik vraag steun voor ons naaiatelier in de ‘CONGO’. Vorig jaar hebben we namelijk geld bekomen van Braziliaanse organisatie om de noodzakelijke machines te kopen, maar er is na-tuurlijk nog geld nodig voor de werkingskosten. Ik heb dit ook reeds aan de heer Verpoten meege-deeld.
Ik begrijp trouwens dat de Brug haar regels stelt, anders loopt het natuurlijk uit de band, maar de communicatieproblemen zijn echt aan de post te wijten.
Zo; ik wens u nog het beste en u kunt er zeker van zijn dat wij hier ons best doen om alles draaiende te houden.
Met vriendelijke groeten.

Correspondent: Luc De Schepper

Arara - januari 1997

Overgenomen uit ‘Nieuws uit Arara’
Ik ben een kleine bibliotheek aan het bouwen boven op ons bureeltje van het huizenbouwproject. Dat bureeltje is gelegen in de wijk genaamd Barini, en op een bepaald moment kwam er iemand op me af en die zegde dat moest ik aan geld kunnen geraken om een kleine openbare bibliotheek te bouwen, dat hij daar dan zou voor zorgen. Hij had gehoord en trouwens ook zelf gaan onderzoeken en beves-tigd gezien dat ons bibliotheekje van de ‘Congo’ zo goed functioneert. En dat is nog waar ook. De mensen komen daar boeken uitlenen en de jongeren komen er studeren en verrichten er opzoekin-gen. Ja, dat was tegen geen dovemansoren gezegd. De man in kwestie is één van de weinige men-sen die ik ken uit de volkswijken die regelmatig leest. Hij heeft niet veel gestudeerd maar ik ken weinig mensen die joyce gelezen hebben (ook in België niet). Aangezien wij een plat dak hebben op ons bu-reeltje dat een verdieping verdraagt, ben ik nog niet zo lang geleden met de werken begonnen, met een beetje geluk staat het hele geval onder dak op het ogenblik dat bij deze tekst aan het lezen zijt. We hebben er ook een klein vergaderzaaltje in voorzien waar lessen kunnen gegeven worden. Ik denk eraan om een TV en een video te installeren zodanig dat de mensen eens iets anders kunnen zien dan Jean Claude Van Damme (erg populair hier). Het gebouwtje zelf wordt een pareltje. Niet dat er duurdere materialen worden gebruikt of zo, neen, gewoon iets mooi klein en fijn dat door zijn eenvoud en zijn mooie metselwerk onmiddellijk de aandacht op zich vestigt.
Het doet me deugd van in zo’n gewone volkswijk zo eens iets heel schoons ze maken. Trouwens, de wijkbewoners zijn niet blind en iedereen heeft er de mond van vol. Ik ben er erg blij mee, want dan begint onze ~ ook zo’n beetje culturele uitstraling in de wi;k te krijgen. En dat is toch we1 heel belangrikk. Het is toch wel ellendig dat mensen die dan zoveel mocite hebben gedaan out te leren lezen en schrijven nergens aan ecu bock of tijdschnift kunnen geraken. ik reken op u altemaai voor ecu extra bijdrage. Met welgemeende dank en tot een volgende keer.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - 15 mei 1997

Mijn beste dank aan alle mensen van De BRUG die ons werk hier steunen. Ik heb het bedrag van 35.000 fr. goed ontvangen en dat werd zoals voorzien besteed aan de bibliotheek van de Congo. In-dien we dit jaar weer op uw steun mogen rekenen gaat dat weer naar onze bibliotheekje, dat steeds volgepropt zit met jonge mensen.
Voor ons is het hier een eindeloos regenjaar geworden, we kijken dus verlangend uit naar de zomer want de voorbije zomer was nikske waard.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - 22 juli 1996

Dank voor uw brief die blijkbaar lang onderweg is geweest. Op één april ll. heb ik reeds melding ge-maakt voor de 34.000 Bf. die ik als steun mocht ontvangen. Waarvoor besten dank.
Zoals u misschien wel weet houden we hier een medische post open die geleid wordt door vrouwen en die speciaal gericht is op vrouwen en hun kinderen. Aan deze post is een kleine bibliotheek ver-bonden. Er worden niet alleen boeken uitgeleend, maar vele kinderen komen daar hun huiswerk maken en de aankomende jeugd krijgt gelegenheid tot het naslagen van een aantal tijdschriften en encyclopedie.
Daarom zou ik u willen voorstellen dat uw bijdrage van dit jaar zou gaan naar het meisje dat deze bib-liotheek in stand houdt. Ze is altijd trouw aanwezig en zeer gedienstig en dus iemand van onschatbare waarde voor de gemeenschap. Haar jaarsalaris is een goeie veertigduizend frank.
Met deze wens ik iedereen van de Brug hartelijk te danken in naam van onze mensen.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - 1 april 1996

Met deze wens ik U hartelijk te danken voor het bedrag van 34.000 Bf. dat U ons toekende voor de steun aan onze projecten.
U mag ervan overtuigd zijn dat het geld goed besteed zal worden. De situatie van Brazilië is ver van rooskleurig en zelfs de toeristen staan pal van de hoge levensduurte. Inderdaad, in vele gevallen is het leven hier duurder dan in België en dat met een minimumloon van een 3.000 Fr. per maand.
Bijgevolg wordt het voor ons ook heel moeilijk om de projecten in stand te houden, maar met veel ge-loof en vertrouwen in God doen we toch maar voort.
In naam van onze mensen, nogmaals hartelijk dank

Correspondent: Jos Roosens

Arara - maart 1996

Nu had ik gedacht om deze keer eens te kunnen schrijven met alleen maar goed nieuws, maar ik vis weer eens achter het net.
Verinha werd nog maar eens overvallen Het gebeurde ‘s morgens vroeg toen ze het bureautje aan het openen was. Er verschenen twee jonge gasten die zogezegd naar werk zochten. Ze stapten samen met haar binnen en toen keek Verinba in de loop van een revolver.
Beide mannen wisten waarvoor ze gekomen waren, namelijk voor de transportbonnetjes. Volgens de wet moeten we namelijk transportbonnetjes geven aan onze werknemers. Ik zou dat het liefst ineens in hun salaris insluiten, maar onze jongens hadden toch liever de bonnetjes.
Uiteindelijk heb ik toegegeven, hoewel met tegenzin, maar we leven per slot van rekening in een de-mocratie, en ik wil zoveel mogelijk de plaatselijke gewoonten respecteren. Die bonnetjes zijn een uit-vinding van de regering en uiteindelijk dient dat allemaal om de mensen nog afhankelijker te maken; bonnetjes voor dit, bonnetjes voor dat, in plaats van een degelijk minimumloon te garanderen, dan heeft niemand bonnetjes van doen. Die beide snaken wisten dat er uitgerekend die dag bonnetjes in het bureautje waren, wat eigenlijk niet zo verwonderlijk is, aangezien ze overal de eerste zaterdag van de maand worden afgerekend. Daarbij kont dat onze jongens allemaal in de krottenwijken leven en dat iedereen altijd alles weet, dat is nu eenmaal zo.
Enfin, een groot verlies was het niet, nog geen 2.000 frank aan bonnetje: maar het betekent toch een grote streep door de rekening. Verinha was ervan overtuigd dat ze gerust. zat in het nieuwe bureautje en die zekerheid is ze nu definitief kwijt.
Ik vraag me af hoe lang dat meisje dat nog kan volhouden. Het is eigenlijk geen leven. Voor haar is dat nu al de vierde keer...
En meteen zijn we bij het basisprobleem van heel die maatschappij aangeland. De armoede is een broeinest voor de misdaad. Die jonge gasten dat heeft de godganse dag niks te doen. Er is geen werk, er is geen school, er is geen ontspanning. Dan kan het toch niet anders dan dat daar geweld van komt. Die mannen moeten toch ook hun energie kwijt. En overvallendoen is niet alleen spannend, maar geeft ook nog een zeer groot gevoel van enorme macht. Dat is toch wel erg aantrekkelijk als ge het vergelijkt met het monotone bestaan van rondhangen in de krottenwijken, zonder eigenllijk goed te weten wat met het verdere leven aan te vangen.
Ze hebben mijnheer Rabin doodgeschoten, de eerste minister van Israël. Spijtig, ik denk dat mijnheer Rabin echt zijn best deed om vrede te bereiken, maar de vorige generatie heeft het Palestijnse pro-bleem gewoonweg laten rotten en eenmaal het zover is, wordt het veel moeilijker om een scheefge-groeide situatie weer recht te trekken. Ge ziet wat er in Ruanda gebeurd is, meer dan een miljoen do-den op een goede drie maand tijd.
Wel, dat is in Brazilië ook zo. Als er niet dringend wat gebeurt, dan ontploft de boel hier ook. En dan zijn de gevolgen niet te overzien.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - mei 1995

Uit het vele nieuws dat Jan ons stuurde, pikten wij het volgende uit voor u:
Met ons huizenbouwproject gaat het goed. Ik ben zojuist in de Paraiba geweest en het schijnt er alle-maal van een leien dakje te lopen. Nu ja, Elba, die daar verantwoordelijk is, is een vrouwtje dat haar mannetje kan staan.
Ook hier in Bahia gaat het vlot. We hebben zeer veel inschrijvingen. Vorig jaar werden er bijna 10.000 zakken cement afbetaald, dat betekent een inkomen van meer dan twee miljoen bfr. Helemaal niet slecht dus. Op dit ogenblik is het wat een probleem dat de prijs van een zak cement niet gestegen is terwijl alle andere bouwmaterialen wel in prijs gestegen zijn. Zoals u weet kosten onze huizen 300 zakken cement, wat nu niet meer klopt. Ik wacht nog een beetje af, misschien komt er toch een prijs-stijging van de cement, zoniet zullen we de prijs
moeten verhogen. Want met verlies werken is niet vol te houden.
Bij de Congo hebben we een nieuw gebouwtje gezet waarin een schooltje werd ondergebracht. Tot hiertoe beschikten we maar over één lokaa1 en dat was te weinig. Verder werd er een schoonheids-salonnetje geïnstalleerd dat de vrouwen zelf zullen trachten draaiend te houden.
Verder zijn we bezig het ganse domein te ommuren. Het zijn eigenlijk zotte kosten, maar er zit niets anders op: koeien, paarden, varkens, ze zaten er allemaal binnen. Draad spannen helpt niet, want die wordt steeds gepikt.
Een ander probleem is dat met de laatste loonsverhoging de kosten van de Congo flink zijn gestegen. 42 % meer loonkosten is niet niks en dat terwijl de dollar niets meer opbrengt.
Ik reken dus op u allen om heel die santenboetiek in gang te houden.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - 27 maart 1995

Met deze wens ik u hartelijk te danken voor de storting van 41.000 Bf. welke u mij liet geworden voor ons werk. Dit jaar zijn we van plan dit geld te gebruiken voor de uitbouw van een schoonheidssalonne-tje. De vrouwen van de “Congo” zijn zelf op het idee gekomen om zoiets op te starten, teneinde wat geld in het laatje te brengen. Wij beloofden hen te helpen met de investering en zij zullen het zaakje draaiend houden.
Ik meen dat dit een goed initiatief is en ik heb er ook alle vertrouwen in dat ze het zelf zullen kunnen beredderen.
En zo werken we verder met kleine beetjes groeit het toch wat uit tot iets degelijks.
Ook hartelijk dank voor het boekje van de Brug dat ik goed ontvangen heb.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - maart 1995

Jan vertelt ons het volgende:
En toen kwam ik iemand tegen, professor aan de universiteit, intelligent persoon, met brede visie, en het ene woord brengt het andere mee en zo verneem ik op een bepaald moment dat haar grootste frustratie is dat ze eigenlijk niks doet voor het gewone volk alhoewel ze dat zo graag zou doen. Ik zeg dus, maar madame toch, als ge wilt dan moogt ge bij ons op zaterdagmorgen les komen geven aan de metsers. Die zullen blij zijn dat ze wat te weten komen van de geschiedenis van hun land.
Dus dat werd meteen afgesproken en opdat madame zo’n beetje het project en de mannen in het da-gelijkse leven zou leren kennen spreek ik met haar een dag af dat ze samen met Gil een tournee zou maken in de krottenwijken. Nadien zou ze dan bij mij een stukske komen eten en zouden we verder afspreken hoe we de lessen in mekaar zouden steken.
En daar staat ze dan, bezweet en bestoft en ze vraagt me verontwaardigd of ik soms denk dat ze geen krottenwijken kent? ik zeg, jawel mevrouw, maar het ging er ons toch om dat u van dichtbij het project zou leren kennen.
Ah ja, die huizen, die moesten dringend een nieuw raam meer hebben. Maar mevrouw, de mensen willen geen raam meer, want ze zijn bang voor dieven. En de WC moest anders geplaatst worden. Maar mevrouw, we maken het plan op samen met de mensen, de indeling van het huis gebeurt vol-gens de zin van de eigenaar. Enfin, ik kreeg te horen dat ik er niks van verstond, dat ik niet naar de mensen moest luisteren, maar ze moest opvoeden, want dat de mensen van al die dingen niks ver-staan, maar wij wel, dat de krottenwijken vuil en smerig waren, dat ik de mensen eens vlug zou kun-nen organiseren om de boel op te ruimen, dat ik bij elk huis een grote sterfput moest graven en patati en patata.
Enfin, dat ging nog zo een tijdje door en ondertussen begon ik me af te vragen of ons volkje wel ge-diend zou zijn met zo’n betweter. Dus, ik onderbreek haar woordenvloed, ik zeg, madame, komaan we gaan eten en tussen haakjes, ge moet op zaterdagmorgen geen les komen geven aan ons jongens.
Ze stond paf. Hoe, vraagt ze verwonderd? ik zeg, awel ja madame, als gij het allemaal beter weet, da’s ongezond voor ons jongens, dan boort ge ze nog dieper de put in. Per slot van rekening hebben de mensen geen geld, dus kunnen ze hun situatie niet verbeteren zoals gij dat zoudt willen.
Dat heeft allemaal met geld niks te maken, riep ze. Enfin, we zijn rustig gaan eten en daar is het bij gebleven.
En dat is nu echt typisch voor de middenklasse. Die weten het allemaal beter, ze zetten er nooit een voet en als ze dan toevallig eens iets goeds willen doen, dan komen ze mensen onderdrukken.
Ik doe dus maar rustig voort met mijn volkske van de krottenwijken. Het is welt allemaal niet zo pre-cies, maar ze leren bij, ze organiseren zich, ze worden zelfbewust en ik hoop dat ze later voldoende onafhankelijk zullen zijn om diegenen die hoog van de toren komen blazen de pas af te snijden.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - december 1994

Jan vertelt ons een stukje van zijn veelzijdige activiteiten:
Ons huis voor de straatkinderen bestaat reeds een jaar. Het gaat toch allemaal rap, vind ik. Aan de ene kant is een jaar zo voorbij. Maar aan de andere kant gebeurt er toch heel wat.
De eerste verjaardag werd met de nodige luister gevierd. Het was een aangename avond en de vice-burgemeesters is met ons komen mee feesten. Daar ben ik erg tevreden over want het is toch belan-grijk dat de autoriteiten op de hoogte zijn van ons werk. Die vrouw viel me overigens best mee en ik had de indruk dat ze ons werk echt genegen is. Ik kon het natuurlijk niet nalaten om kritiek te geven op de trage rompslomp van de administratieve gemeentelijke diensten, feit waar die mevrouw ook niets kan aan veranderen, maar alle, ze kon er toch mee lachen, we verstonden mekaar.
De Sinal functioneert dus een jaar, maar we hebben daar nog altijd geen enkel document van al-hoewel alle nodige documentatie werd ingediend voor we de zaak opstartten. Dat is allemaal geen probleem zolang er niets verkeerd loopt. Enfin, ik heb iemand die niets anders doet dan de gemeente-lijke diensten aflopen om het allemaal in orde te krijgen. Geduld dus!
Ons restaurant functioneert zeer vlot. We bereiken nu een honderdvijftig kinderen van wie ongeveer de helft dagelijks komt middagmalen. Ze zijn dus tamelijk onregelmatig. Het hangt er natuurlijk van af waar ze ergens in de stad zijn, want die kinderen zijn zeer mobiel.
Sinds begin mei kunnen ze nu ook bij het vallen van de avond een bord soep bekomen. Verder heb-ben we fulltime een verpleegster in dienst en komt er één keer in de week een dokteres. We hebben het mini-ambulatorium nu voliedig geïnstalleerd. Voor kinderen naar wie nooit iemand heeft omgeke-ken is dat natuurlijk een luxe. En ik moet zeggen dat we hun vertrouwen gewonnen hebben, want ze gaan altijd gretig in op nieuwe voorstellen.
Verder hebben we twee leraars in dienst die hen zo het een en ander trachten bij te brengen. Dan komt er ook nog regelmatig een psychologe om meer persoonlijke bijstand te verlenen.
We hebben nu een ijsmachientje besteld en als alles naar wens verloopt zou dat deze maand moeten geïnstalleerd worden dan gaan we ijskreempjes produceren.
Zo ziet ge maar dat het straatkinderenproject weeral een hele boterham geworden is. Zowel de Congo als de Sinal worden door Dora geleid en ik mag wel zeggen met vaste hand. Dora is ook enorm creatief en weet van aanpakken. In alle geval, ze heeft haar handen vol en werkt dus nu fulltime voor onze projecten. En het huis voor de straatkinderen is nog altijd even mooi als de dag dat het ingehuldigd werd. Het wordt heel goed onderhouden en de kinderen respecteren alles. Er werd niets kapot gemaakt en niets gestolen in het ganse voorbije jaar. Ik sta er pal van.
Beste vrienden, ge ziet dat het de moeite waard was om deze verjaardagen te vieren. Ikzelf ben con-tent met ons werk, ik vind dat het echt iets betekent voor de mensen. De laatste jaren hebben we heel wat kunnen verwezenlijken dankzij uw hulp. Ik hoop verder op uw steun te mogen rekenen. Ik heb natuurlijk nog veel centjes nodig, want we vinden regelmatig iets nieuws uit.
En zij die graag eens komen kijken mogen dat gerust doen. Er werd nu een rechtstreekse vlucht Brussel-Salvador geopend en voor minder dan 1.000 dollar zit ge hier na nog geen 10 uur vliegen in de tropenzon. En zij die het hier zien, gaan het zo schoon vinden dat zij de rest van hun dollars achterlaten en er daarna nog meer sturen zodat we ons werk kunnen uitbreiden.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - 3 april 1994

Dank u voor uw vriendelijk briefje.
Het heeft even geduurd voor ik u terugschrijf, maar dat komt door de omstandigheden hier. Ik ben weer eens overvallen geweest en het is me duidelijk geworden dat een dievenbende me niet meer zal gerust laten.
Ik ben dus gedwongen geweest van hals over kop te verhuizen en ik zit nu op een klein kamertje in het centrum van de stad. Mijn bezittingen of wat daar nog van over is, zijn her en der verspreid. Het gevolg is natuurlijk dat ook mijn correspondentie in het honderd is gelopen, want al mijn paperassen werden overhoop gehaald. Enfin, met de tijd zal ik wel terug georganiseerd geraken. Misdaad wordt hier een zeer ernstig probleem. Een echtpaar werd vorige wed in koelen bloede doodgestoken door overvallers, ze woonden vlak is mijn geburen, dus ik ben de dans eigenlijk nog goed ontsprongen.
Ik wens van harte de mensen van de Brug te danken voor hun steun en ik dank voor de 41.000 Fr. die mij werd toegestuurd. Ik weet eigenlijk niet welke de voorkeur is van De Brug om het geld te investe-ren. Dit geld kan bijvoorbeeld dienen voor het loon van onze kokkin in het restaurant van de straatkin-deren. Met dit geld kan ik vijf maanden loon uitbetalen.
Verder wil ik er wel op wijzen dat de subsidies die ik van de regering ontvang telkens beperkt zijn voor 3 jaar. Voor onze medische post Congo en het huizenproject Bahia krijg ik dit jaar geen enkele subsidie meer, voor de straatkinderen is het het laatste jaar.
Tot een volgende keer

Correspondent: Jos Roosens

Arara - maart 1994

Als ik u zeg dat 1993 een zwaar jaar geweest is, dan heeft dat o.a. te maken met die overvallen. In maart schreef ik u over de overval die plaats had op onze medische post. In mijn vorige brief ging het over de overval bij mij thuis en deze keer hebben we het weer zitten gehad bij Verinha, op het bouw-centrum.
Ik was daar met bezoekers, ondermeer het Filippijnse echtpaar, toen er opeens een jonge gast van een jaar of 16 met een revolver voor onze neus stond. Hij was vergezeld van een kind van een jaar of 8. Ik had geluk dat mijn bezoekers kalm bleven en alles rustig afgaven: fotoapparaat, horloges, porte-feuille. En weg was hij. Ik zeg dat ik geluk had omdat hier regelmatig in de krant staat dat iemand werd neergeschoten toen hij reageerde op een overval. Dat is een goede raad voor iedereen die overvallen wordt: afgeven wat gevraagd wordt, dan loopt ge het minste risico.
Die jonge gast kende ik reeds van naam: Marcelinho. Hij was reeds berucht in de wijk, omdat hij tij-dens een overval een taxichauffeur had vermoord. Het probleem in Brazilië is dat er omzeggens geen wet bestaat op wapenbezit. En zulke kinderen geraken gemakkelijk aan wapens, omdat ze misbruikt worden door volwassen misdadigers. Ze zijn klein en snel en knappen de meest riskante karweitjes op.
Een week later werd Marcelinho gevonden op een braakliggend stuk grond. Vermoord. Volgens de krant werd hij in zijn slaap door collega’s vermoord. Of het inderdaad collega’s waren blijft voor mij een open vraag.
Het is natuurlijk zo dat als het gerecht niet functioneert, de bevolking het recht in eigen handen neemt. In de week dat Marcelinho werd vermoord werden op twee verschillende plaatsen in onze wijk twee jonge mensen gelyncht. Ik ben gaan klacht neerleggen bij de politie en ze kenden Marcelinho daar al-lemaal. Ik zei hen dat Marcelinho gedreigd had Verinha dood te schieten en dat hij op straat rondliep met een revolver. Jaja, dat wisten ze wel, maar ze hadden geen wagen en dus konden ze niets on-dernemen. Ik vroeg hen of ze wisten dal Marcelinho reeds een moord op zijn geweten had, en ik drong aan hem in rekenen. Maar geen nood, vandaag of morgen zou iemand hem toch doodschieten. Dat was het antwoord dat ik kreeg. Het is dus niet te verwonderen dat er doodseskaders georgani-seerd worden. Veel mensen zijn bang en voelen zich totaal onbeschermd.
Als ge hier een pintje gaat drinken op een terras in het Historisch Centrum, dan zit ge daar even rustig als op de Vogelmarkt in Antwerpen. Daar zijn ook gauwdieven, maar toch is alles er onder controle. De krottenwijken daarentegen zijn volledig aan hun lot overgelaten en het is nogal logisch dat de weinige politiemannen die er zijn en die bovendien over weinig middelen beschikken, niet bereid gevonden worden om hun hachje te riskeren. Ook voor hen is de overmacht te groot.
Verinha is niet meer in staat daar nog verder te werken. Het is de derde keer dat het haar overkomt en ze heeft gewoonweg de kracht niet meer. Ik begrijp dat het teveel voor haar is geworden. Verinha werkt nu al bijna tien jaar met mij, ze is een moedig vrouwtje op wie ik altijd hebben kunnen rekenen en ik voel dat ze het niet meer aankan. We hebben dus besloten een ander bureeltje te openen in de wijk waar ze woont. Daar kent ze iedereen, daar woont haar hele familie en daar voelt ze zich besch-ermd. En de mensen zullen wel vlug het nieuwe adres vinden. We zijn dus aan het uitkijken naar een terreintje of een klein gebouwtje waar we opnieuw kunnen beginnen. Zo ziet ge maar dat het allemaal niet zo eenvoudig is en dat de stijgende misdaad zwaar begint te wegen voor de bevolking.
En Marcelinho? Wat heeft Marcelinho gekregen in het leven? Hoe is hij opgegroeid? Marcelinho is één van de miljoenen slachtoffertjes van dit onrechtvaardige systeem.
Wel beste vrienden, ik ben blij dat ik U nu ook eens goed nieuws kan melden. Heel goed nieuws zelf.
Ik heb de indruk en het gevoel dat er in heel de Braziliaanse situatie een keerpunt is gekomen, een heel belangrijk keerpunt. Ik denk dat deze kentering later in de geschiedenis zal vermeld worden als gebeurt in het jaar 1991, het jaar dat de Brazilianen president Collor de laan uitstuurden, omwille van corruptie. Het was de eerste keer in de geschiedenis van Latijns-Amerika dat zulke gebeurtenis plaats vond volgens de democratische spelregels.
Wel, op het ogenblik is er hier een corruptieschandaal ontploft dat in eerste instantie 7 volksvertegen-woordigers zwaar geraakt heeft. De 7 dwergen” noemt men ze in de volksmond, omdat ze allemaal ongeveer slechts 1,60 m groot zijn. Het gaat om verduistering van miljoenen dollars.
Dat er zo’n corruptieschandaal losbarst is natuurlijk niet nieuw, wel nieuw is dat daar een staatszaak van gemaakt wordt, dat iedereen de zaak van nabij volgt op TV. en dat de politiekers in kwestie hun mandaat kwijtspelen. Nu verscheuren de wolven mekaar, want de getroffenen zijn uiteraard heel boos en beginnen uit de biecht te klappen. En er rollen koppen. Er zijn zelfs belangrijke politieke figuren van de oppositie die flink hun vingers verbrand hebben en die waarschijnlijk ook allemaal zullen moeten opstappen. En dat is iets nieuws. Vroeger werd dat allemaal in de doof pot gestopt.
De pers speelt op dit ogenblik een belangrijke rol in Brazilië. Ze klaagt aan op een degelijke manier, met bewijzen en al erbij. Als het Congres er inderdaad in slaagt zichzelf uit te zuiveren, dan zullen we een hele stap verder staan. En ik heb zo het gevoel dat het er dik in zit. De ganse maatschappij is het geknoei beu en wil dat er verandering in komt. Dat is heel belangrijk. Het is een rijpingsproces en ik denk dat we de goede richting ingegaan zijn.
En dan wordt het net als met de Berlijnse Muur: op een mooie dag werd hij afgebroken.
Nu iets over onze medische post CONGO. Die draait op het moment uitstekend. We zitten nu over de 1.500 leden en we zouden het zo willen houden, want veel meer gaan we toch niet aankunnen.
Als het God belieft en we aan de centjes kunnen geraken, zou ik volgend jaar een klein laboratorium willen installeren om de meest essentiële onderzoeken ter plaatse te kunnen doen. Nu moeten we de mensen daarvoor ergens anders naartoe sturen en het duurt gewoonlijk enkele maanden voor ze met het resultaat afkomen. Ja, zo functioneren de officiële gezondheidsdiensten hier nu eenmaal. En als ge het particulier laat doen, dan hebt ge het resultaat natuurlijk onmiddellijk, maar dat kost stukken van mensen.
Dus mijn droom is een klein laboratorium te bouwen. Ik vraag u dus allen om in deze kersttijd ook nog maar eens aan ons te denken en eens een extra gift te doen, zodat we zo vlug mogelijk van start kun-nen gaan.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om u allen te danken voor de steun die ik mag ondervinden. Uite-indelijk hebben we samen toch al heel wat op poten gezet, dus dat laboratorium zullen we ook nog wel in orde krijgen.
Enfin, ik wens dus iedereen ne zalige kerst, ne plezante oudejaarsavond en een schoon 1994 met al wat ik u kan wensen.

Correspondent: Jos Roosens

Arara - december 1993

Welja, ieder zijn beurt is niks teveel. Verinha werd al twee keer overvallen, de Congo één keer en deze keer was het mijn beurt. Ik kwam ‘s avonds laat thuis, zo tegen middernacht en het enige waaraan ik dacht was op mijn bed te vallen en slapen, maar er waren een paar anderen die daar heel anders over dachten. Dus, ik stapte niets vermoedend mijn huizeke binnen en ik was al op mijn kamer toen er oneens drie gewapende jonge kerels achter mij stonden. Bij het binnenkomen had ik onmid-dellijk gezien dat er iets loos was, maar ik meende dat de snoodaards reeds het hazenpad gekozen hadden. Maar neen, daar stond ik met twee revolvers tegen mijn kop gedrukt, terwijl een derde mij een flinke messteek in het dijbeen gaf. Alles was reeds één grote warboel, alles hadden zij doorzocht, maar ze wilden meer hebben.
Ik moest op de grond gaan liggen, mijn handen en voeten werden samengebonden en ik werd de mond gesnoerd. Terwijl een man mij in het vizier van zijn wapen hield gingen de anderen verder op zoek. Toen was er eentje zo vriendelijk mij er op attent te maken dat ze de ganse nacht gingen blijven. Mijn handen begonnen zeer te doen omdat de bloedstroom afgesneden was en dus trachtte ik zo goed en zo kwaad als het ging van mijn oren te maken. Eén van hen maakte toen mijn handen los maar ze begonnen opnieuw te dreigen me van kant te maken. Ik hield me weer een tijdje koest en maakte hen toen duidelijk dat ze die vod van mijn mond mochten wegnemen, iets waar ze onder het uiten van veel dreigementen toch weer op ingingen. Goed, ik voelde mij al beter.
Ondertussen hadden ze een paar flessen sterke drank gevonden en begonnen ze daar van te drinken. De keukendeur werd ingebeukt en toen konden ze ook nog eten. Toen vroeg er eentje of ik geen hoofdkussen wou. Dat nam ik dankbaar aan. En of ik geen deken wou? Ook goed, zeker in deze periode, augustus is hier de koudste maand van het jaar. Ik hoopte maar dat die snoeshaan die met die revolver voor mijn neus stond te spelen, niet per ongeluk de trekker zou overhalen. Enfin, ja, 45 jaar is een schone leeftijd, ik mag niet klagen. Ik heb mijn kop kunnen uitwerken in het leven en er zijn er velen die daar de kans niet voor krijgen, maar aan de andere kant zou ik er toch nog graag 45 jaar bijdoen, ondanks alles ben ik er gaarne bij. Ik had al een paar keer gezegd tegen die kerel dat hij zijn blaffer kon opzij leggen, wat hij dan ook deed, maar nadien kon hij toch niet aan de verleiding weer-staan er weer mee te spelen. De andere had de radio aangezet en stond al te dansen.
Ik kreeg dorst en ik gebood hen voor mij een flesje bier open te doen. Een van hen kwam kort daarna uit de keuken terug met een fles bier en hij had warempel ook nog een glas bij. “Den baas drinkt uit een glas”, riep hij.
Het waren drie jonge gasten, 17 à 20 jaar schatte ik ze, jong en onervaren. Geen enkele voor-zorgsmaatregel hadden ze genomen, geen masker, niets. Een van hen begon zich te verontschuldi-gen: ze konden nergens werk vinden en diefstal was de enige oplossing. De hele nacht, die duurt lang dacht ik, en ik zei dat ik ging slapen. Dat dutje deed me deugd. Ik werd opnieuw wakker tegen 4 uur, vroeg toelating om een plasje te doen wat me werd toegestaan onder de gebruikelijke dreigementen. Een beetje later hoorde ik één van hen telefoneren, blijkbaar om te verwittigen dat ze klaar waren, want een auto kwam hen ophalen. Te voet konden ze natuurlijk niet alles dragen.
Mijn handen werden terug op mijn rug gebonden. Uit de boeken van Karl May herinnerde ik mij op-eens dat als ge in zo’n geval de vuisten balt, de koorden nooit te erg spannen. Ze hadden niet in de gaten dat mijn handen dikke vuisten waren toen ze me bonden. Ze wilden me een prop in de mond stoppen, maar dat weigerde ik pertinent. Toen kwam er eentje af met sparadrap. Daar liet ik hem ge-willig mee doen, want ik had gezien dat het de mijne was en die was toch niets waard. “Ik zal de deur achter mij dichttrekken dat er geen dieven binnenkomen” riep er ene. Jaja, die vent had zin voor hu-mor. En weg waren ze. Daar lag ik .... -
Door wat grimassen te maken had ik zo mijn mond vrij. Mijn voet los van de andere krijgen was een klein kunstje. Daarna slaagde ik erin mijn brilletje op mijn neus te zetten zodat ik de situatie toch al kon overzien. Toen ging ik op zoek naar het mes waarmee ze me gestoken hadden. Eenmaal dat ge-vonden duurde het niet lang voor ik mijn boeien had losgesneden. En wat was ik blij dat ik de boeken van Karl May had gelezen! Hadden ze mijn handen echt samengesnoerd zoals de eerste keer dan had ik ze niet kunnen loskrijgen.
Enfin, ik had nog kleren aan mijn lijf en ik had het geluk op korte tijd mijn sleutelbos terug te vinden. Eén van mijn documenten heb ik maar drie dagen later teruggevonden, dus ge kunt denken hoe mijn huis er uitzag.
Wat ze mee hadden? Wel zo ongeveer alles wat niet te heet of te zwaar was. Gelukkig regende het die dagen en was een deel van mijn kleren nog in de was. Die heb ik dus nog...
Het slot van de historie is dat ik nu weer heel wat tijd verlies met de politie die natuurlijk toch weer niets gaat vinden en dat ik meen er goed aan te doen mij een stevige waakhond aan te schaffen. Want het brave beest dat ik hier heb rondlopen zat ‘s morgensvroeg nog altijd in een hoekje onder de pompbak...
Verder ben ik een ervaring rijker. Het zal een tijdje duren eer ik de meest essentiële zaken terug bij mekaar heb, maar ja, als een mens gezond is kan hij veel aan.
Allez, nu weet ge het weer allemaal. Ik wist niet wat schrijven deze keer, maar ge ziet dat men hier helpt om aan onderwerpen te geraken.

Correspondent: Jef Wauters

Arara - 15 december 1992

Met deze wens ik u allen hartelijk te danken voor uw bijdrage aan onze projecten.
Begin 1993 zijn we van plan een huis te openen voor de opvang van straatkinderen. Er is een restau-rant in voorzien en de bedoeling is de kinderen te begeleiden en weerbaar te maken in de maat-schappij. In dit huis zouden we graag een klein dispensarium inrichten waar we deze kinderen kunnen verzorgen.
Het gaat hier om eenvoudige dingen medicamenten verstrekken, injecties geven, vaccinaties toedie-nen, wonden verzorgen en dergelijke. We hebben daartoe een minimum aan degelijk medisch materi-aal nodig waaronder ook een steriliseerapparaat, wat ook niet zo goedkoop
is.
Ik vraag u dan ook of ik ook deze keer nog eens beroep mag doen op uw hulp.
In naam van onze kinderen dank ik u van harte.

Correspondent: Jef Wauters

Arara - Kerstmis 1991

Ingesloten vindt u een foto van het medisch sociaal centrum dat mede dank zij uw hulp in stand kan wordt gehouden.
In de loop van 1991 zijn er meer dan 7.000 kinderen over de vloer gekomen voor consultatie en wer-den er maandelijks een 100-tal vrouwen begeleid in hun zwangerschap.
Er zijn plannen om er volgend jaar een klein lokaaltje aan te bouwen waar lessen snit en naad kunnen georganiseerd worden en dat tevens dienst zou doen als kinderkribbe.
Om onze medische dienst draaiend te houden hebben we per maand 100.000 Bf. nodig. Ik vraag U daarom ons komend jaar te blijven steunen. Dit is een klein project van vrouwen voor vrouwen met een zeer grote betekenis voor de lokale gemeenscbap.
Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar !

Correspondent: Jef Wauters

Arara - maart 1991

Hartelijk dank voor uw brief. Laat de mensen van “De Drug” weten dat ik hen zeer dankbaar ben voor het vertrouwen dat zij in mij stellen en voor de nieuwe toelage.
Vorig jaar heb ik dit geld besteed aan een elektriciteitscursus. Dit jaar zal het geld gebruikt worden voor ons centruin voor de straatkinderen. Twee van de jongens, die geslaagd zijn in de CUFSUS elek-triciteit, zullen de volledige installatie leggen in het oude huis dat we in het centrum van de stad heb-ben gekocht.
Zoals ge ziet heeft de elektriciteitscursus ziin vruchten afgeworpen zodat wij in staat zijn installaties te laten aanleggen door onze eigen jongens.
Nogmaals mijn beste dank.

Correspondent: Jef Wauters

Arara - 8 januari 1990

Met deze wens ik u hartelijk te danken voor de bijdrage voor ons project welke U mij liet geworden.
Dit geld werd besteed voor de organisatie van een elektriciteitscursus voor onze jongens. Dit jaar gaan we deze cursus opnieuw inrichten en ik hoop te mogen rekenen op uw bijdrage.
Vriendelijke groeten.

Correspondent: Jef Wauters

Antwerpen - juli 1989

Ik maak van mijn verblijf in België gebruik om U een briefje te schrijven.
Ik dank u voor uw steun aan mijn projecten in de voorbije jaren; tal van mensen uit de favela’s zijn mede dank zij uw financiële hulp aan een huisje en aan woonzekerheid geraakt.
Ik ben in België om bij het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en hij ABOS informatie te ver-strekken over mijn nieuwste project.
U weet wellicht dat van alle bevolkingsgroepen in de derde wereld het de vrouwen zijn die het zwaarst getroffen worden door de armoede. Er verlaten en alleen voorstaan met verscheidene kinderen die moeten groot worden gebracht, terwijl de materiële middelen ervoor totaal ontbreken, is een schier onmogelijke opgave. Ik heb een initiatief gelanceerd waardoor die alleenstaande vrouwen samen iets kunnen doen aan hun problemen, waardoor zij weer kansen en hoop op levensmogelijkheden krijgen voor henzelf en voor hun kinderen.
Abos is bereid mijn project te erkennen en te steunen, ik moet er echter zelf eerst wel 7,5 miljoen voor bijeenbrengen. Ik heb dus elke financiële steun, die mij wordt aangeboden, dringend nodig. Ik ben dan “de Brug” dankbaar voor de som van 40.000 fr. die zij voor mijn projecten heeft gereserveerd. Dit geld zal worden gebruikt voor het opstarten van mijn nieuwe project. Ik dank U voor uw hulp en ik groet u hartelijk.

Correspondent: Jef Wauters

Arara - maart 1989

In zijn kerstboodschap stelt Jan Van Mol ons zijn nieuw project voor.
Als inleiding geeft hij een heldere analyse van de situatie van de vrouw bij de derdewereldgroepen in Brazilië. Hij scheef hoe de vrouwen, veel meer dan de mannen, geconfronteerd worden met de mise-rie, hoe zij de stoottroep vormen die de schokken het eerst moet opvangen, die hun gezin daarmee beschermen (met de man vaak als het lastigste kind).
De tekst van de gehele brief is de moeite van lezen overwaard, hij kan op eenvoudige aanvraag wor-den verkregen bij de projectaanschrijver Jef Wauters, Middendreef, 17, tel. 666 56 86.
Jan Van Mol heeft dynamische vrouwen samengebracht en ze de vrije hand gelaten voor initiatieven om iets aan de vrouwenmiserie en -noden te doen. Er komt een vrouwencentrum, met dispensarium en kindercrèche. Hiertoe heeft Jan, voor de aanschaf van een terrein, het opzetten van een gebouw, een startsom nodig van 5OO.OOO Fr.
Nota van de redactie: 40.OOO Fr blijven voor J. Van Mol tot 1 juni gereserveerd. Het project is goed-gekeurd, doch wij wachten nog steeds op een persoonlijk contact dat in 1988 niet geweest is.

Correspondent: Jef Wauters

Arara - december 1986

Voor velen onder ons is Jan Van Mol geen onbekende meer. Kortelings kregen wij een lijvig dossier in handen waar het project van Jan nl. “huizenbouw” in Arara—Solanea haarfijn voorgesteld wordt.
Jan Van Mol werkt sinds 1973 in Brazilië. Aanvankelijk werkte hij op landbouwgebied: grondverbete-ring, bemesting, groentekweek, een varkenskwekerij opzetten enz. De krottenwijken waren voor Jan steeds een doorn in het oog. Met de redenering van “een boer heeft tenminste nog zijn grond”’ en “de bewoners van de krottenwijken hebben helemaal niets” werd Jan meer en meer gedwongen voor deze mensen iets te doen.
Op een mooie•marktdag kwam hij rechtstreeks in contact met de basis. Op zijn tocht bij de armen vond hij alcoholisme, prostitutie, honger, geweld en ziekte als onmisbare ingrediënten van de samen-leving.
De mensen riepen hem binnen in hun krotten “ons huis is het uwe: kijk niet naar de rommel, ziehier de achterdeur: kapot. Wij hebben zo1n schrik van de dieven, kunt ge niet voor een nieuwe deur zor-gen: wij zullen betalen, elke maand een beetje”.
Jan Van Mol vroeg zich af’ wat er wel kon gestolen worden uit zo’n krot. Achteraf realiseerde hij zich dat dit voor deze mensen hun hele bezit was. Het huizenproject was geboren.
Na een tijdje verkocht Jan alles, ervan uitgaande dat gevende liefde niet van één kant kan komen: deuren, ramen, pannen, stenen, kortom alles wat enigszins kon leiden tot het verbeteren van de wo-ning. En alles op afbetaling; iedereen begon aan zijn huisje te werken. Jan werd nu steeds meer ge-confronteerd met de enorme woningnood.
Mensen wilden materialen kopen om hun krot op te kalefateren, maar uiteindelijk was het sop de ko-len niet waard. In vele gevallen bleef het een weggooien van geld en mogelijkheden. De idee van een concreet huizenproject begon vastere vormen aan te nemen.
Een nieuw degelijk huis betekende veiligheid, gezondheid en geen problemen meer voor de eerstko-mende 20 tot 30 jaar.
Het project Van Mol gaat over het bouwen van 50 woonhuizen in drie wijken. Deze woningen zijn ge-raamd op een totaalprijs van 1,3 miljoen BF.
Het is werkelijk de moeite het 20 blz tellend dossier te lezen. Het is uiteraard onbegonnen werk dit dossier in ons tijdschrift over te nemen.
Leden die geïnteresseerd mochten zijn, kunnen dit dossier steeds inkijken.

Correspondent: Jef Wauters

Brazilië - 1981

Joao Coqueiro:

“Bij mij kunnen ze alles krijgen, maar ze moeten afbetalen naargelang hun mogelijkheden. Ze moeten er iets voor doen!”
Die uitspraak is van Jan Van Mol, die reeds meer dan tien jaar doorbrengt met de onderdrukte armen.
Zij zijn bewoners van Noordoost Brazilië. Vele duizenden die hard moeten werken en totaal uitgebuit worden door enkele tientallen die alles bezitten de grond met alles wat erop staat en erop rondloopt.
Ze noemen Jan ‘Joao Coqueiro’, dit is ‘Jan de Palmboom’, omdat hij met zijn grote gestalte fel uit-steekt boven al die mensen die door ondervoeding klein zijn; zij zijn meestal maar even groot als hun bisschop Don Helder Camara. Ook door zijn lange blonde haren doet Jan denken aan een wuivende palmboom.
Zijn uitspraak is typisch voor zijn opvatting over ontwikkelingswerk, een antwoord aan diegene, die kwaadaardig suggereren dat onderontwikkeling het gevolg is van luiheid en van gebrek aan initiatief.
Lui zijn die mensen zeker niet, zij werken graag en hard voor datgene wat Jan met hen in gang heeft gezet:
kippenkwekerijen die werkgelegenheid brachten in eigen streek (nagenoeg de ganse bevolking van Arara leeft ervan) en de bouw van kleine stenen huisjes die zij in eigendom kunnen verwerven.
Deze twee projecten draaien nu zonder zijn hulp.
Het kippenproject is volledig zelfbedruipend, de huizenbouw op het platteland heeft enkel nog af en toe toezicht en wat financiële ruggesteun nodig. Er werden reeds 250 huizen gebouwd verspreid over verschillende gemeenten.
Een derde project staat op stapel: er worden plannen gesmeed in de favellas (krottenwijken) van Sal-vador (Bahia).
Er wordt veel gepraat om de huizenbouw uit te breiden tot in de stad.
Gebrek aan initiatief hebben deze mensen echter wel. Door ondervoeding vanaf de kinderjaren komen die mensen er niet toe geestelijke veerkracht en zelfstandig denken te ontwikkelen. Daardoor verval-len ze in een apathische berusting tegenover de uitbuiting. Zij zijn geestelijk weerloos.
Omwille van de grote nood in het binnenland trekken vele mannen naar de randen van de grootstad, in de hoop daar iets voor hun kinderen, zonder middelen, zonder uitzicht: ‘vanavond eten we onze laatste boontjes op…’
Het opbouwen van hun lotsverbetering kan van onderuit:
allereerst meer voedsel, een huis dat bescherming biedt tegen de tropische stortregens, een klein stukje grond in eigendom waarop wat groenten kunnen verbouwd worden, die niet zullen worden on-dergeploegd door de bulldozers van de grootgrondbezitters.
Want het is zo dat de mensen klein gehouden worden, zij moeten met alle middelen afhankelijk ge-houden worden van de groten, anders verliezen die hun goedkope werkkrachten: de mannen op het veld en de meisjes in de keukens en voor hun slaapkamers.
Aan die lotsverbetering moeten zij zelf werken. Het geld dat Jan van ons krijgt, wordt niet zomaar uit-gedeeld, het wordt maximaal ingezet voor het op gang brengen van projecten die zichzelf zoveel mo-gelijk bedruipen - dat heeft de meeste zin en het zelfvertrouwen van de mensen groeit erdoor. Het werkt als een kettingreactie: onze hulp is géén druppel op een hete plaat, maar een olievlek, die snel uitbreidt en een hele ruimte doordrenkt - verwonderlijk hoeveel er met zo weinig kan gedaan worden!

Salvador Bahia - september 2000

Zoals afgesproken stuur ik u enige informatie in verband met ons nieuw project. We zijn gestart in de Congo, ons medisch sociaal centrum, met een naaiatelier. Het project werd ingediend door onze mensen bij SESI en bovendien ook nog goedgekeurd. Dit betekent dat we een bedrag van 80.000 fr. hebben mogen ontvangen om dit project op te starten.
Ik ben natuurlijk zeer tevreden en reken op de bijdrage van “De Brug” om dit project verder te mogen uitwerken. We hebben reeds een lokaal plus enkele naaimachines, maar u begrijpt dat men met die soms niet erg ver loopt. Voor verdere informatie sta ik altijd ter beschikking.

Correspondent: Luc De Schepper

Arara - januari 1997

Uit “Nieuws uit Arara”
Zopas heeft de Braziliaanse Nationale Bisschoppenconferentie duidelijk stelling genomen in verband met het grondprobleem in Brazilië.
In een verklaring vlak voor hij met andere religieuze leiders door de president ontvangen werd deze week, heeft Dom Lucas Moreira Neves, kardinaal van Salvador, primaat van Brazilië en voorzitter van de Bisschoppenconferentie, gezegd dat, wanneer landloze boeren zonder geweld braakliggende stuk-ken grond bezetten, zij daar het volste recht toe hebben en dat de katholieke kerk hen daarbij volledig steunt. De progressieve vleugel van de katholieke kerk steunt sinds lang de landloze boeren, maar het is de eerste keer dat er een duidelijke uitspraak komt van de Bisschoppenconferentie. De conser-vatieven zijn altijd weifelend gebleven wat niet wil zeggen dat de landloze boeren hun onverschillig li-eten.
Eén en ander is wel het gevolg van de slachtpartij op landloze boeren – “Sem Terra”- zoals men ze hier pleegt te noemen, wat letterlijk betekent “Zonder grond”, enkele maanden geleden in de staat Pará. De paus van Rome heeft er toen zelf schande over gesproken en naar het schijnt zou hij een document aan het voorbereiden zijn in verband met deze kwestie, exclusief voor Brazilië.
Allen die met het lot van de armen begaan zijn, zijn verheugd om deze duidelijke stellingname. On-danks het feit dat de katholieke kerk veel van haar pluimen verloren heeft de laatste jaren, heeft ze toch nog een dikke vinger in de politieke pap in Brazilië. Trouwens, het goede voorbeeld komt uit on-verwachte hoek. Zowel het leger als de Kerk zijn bezig met hun gronden te verdelen onder de armen.
Met deze duidelijke stellingname wil de katholieke kerk druk uitoefenen om de landbouwhervorming (Reforma Agraria) een steuntje in de rug te geven, want president Fernando Henrique heeft al veel beloofd, maar er is nog niet veel van in huis gekomen.

Correspondent: Jos Roosens

Kalmthout - september 1991

Jan Van Mol was op bezoek bij Jef Wauters en bracht er het volgende verslag:
Tijdens een kort verwijl in België, op bezoek bij mijn moeder die een heelkundige ingreep heeft ondergaan, ontbrak mij spijtig genoeg de tijd om vele mensen te ontmoeten, die mijn werk steunen. Ook voor een voordracht voor de leden van “de Brug” was er geen gelegenheid.
Ik ben hier echter wel naartoe gekomen met een deel goed nieuws: ons huizenproject is nu bijna helemaal zelfstandig, vier jonge Brazilianen hebben er de leiding en de verantwoordelijkheid van overgenomen. Ik kan mij nu volledig wijden aan ons nieuw project: het oprichten van een opvangtehuis voor de verlaten straatkinderen van de grootstad Salvador de Bahia.
Tijdens mijn verblijf in Antwerpen heb ik gemerkt dat de gruwel van Brazilië: de grote kindermoord, nu ook bekend geraakt in de westerse landen. Tijdens mijn verblijf in België, was ik getuige van een TV-reportage op de BBC.
Ook bij ons in Salvador de Bahia worden er jaarlijks honderden kinderen vermoord, vaak nadat ze op gruwelijke wijze gefolterd en misbruikt werden.
Enkele maanden geleden werd ons kantoor overvallen: drie jonge boefjes namen er onder bedreiging met vuurwapens al het voorhanden geld mee. Die drie jongens zijn kortelings om het leven gebracht. Hun gerechte straf zou men zeggen. Toch zien de zaken er niet zo eenvoudig uit: vele hardwerkende ouders zien het, met hun hongerloon, niet meer zitten steeds drensende, hongerige kinderen om u heen. Veelal gaat het om verlaten vrouwen met kinderen, die de ellende niet meer aankunnen. Ten einde raad laten ze hun kinderen aan hun lot en aan de straat over. Om hun bestaan te organiseren vormen die kinderen groepjes, die er op uit trekken om afval bijeen te zoeken, te bedelen en als het lukt te stelen. De maatschappij is hun vijandig, logisch dat die vijandigheid wederkerig wordt: niemand heeft een goed woord voor hen over, niemand helpt ze. Vaak worden ze door gewetenloze volwasse-nen misbruikt en uitgebuit. Die meesters bezorgen hun wapens, en het gebruik van drugs. Noodge-dwongen, er is geen andere uitweg, belanden de kinderen in de criminaliteit.
De mensenmaatschappij organiseert haar verdediging: geroutineerde moordenaars komen op legale manier aan de kost als huurling met een bewakingsopdracht, als lijfwacht. Hun zeer primaire opdracht luidt: het kwaad uitroeien, die loslopende kinderen vangen en vermoorden, daarmee is de zaak opge-lost!
Ook van de overheid en de politie moeten de straatkinderen niets goeds, geen steun, bescherming of begrip verwachten. Politie en gerecht houden de moordenaars een hand boven het hoofd. De moor-den worden eerder goedgekeurd dan bestraft. De overheid beoordeelt het uitroeien van de straatkin-deren als een gemakkelijke manier om een probleem van de baan de doen.
Samen met Doralice Da Sousat, een dokter die samen met mij in de krottenwijken werkt, hebben wij nu een nieuw project gestart voor de opvang van de straatkinderen. Mede dank zij steungelden van “De Brug’ hebben wij een oud huis gekocht in de binnenstad. Dat moet nu nog helemaal worden op-geknapt en ingericht. Dat gaat handenvol geld kosten. Ook het aantrekken van competent en gemo-tiveerd personeel zal hoge werkingskosten meebrengen. Dora wordt de directrice van het project wij zullen ook een jurist aanwerven, een maatschappelijk werk(st)er, een kok, enz.
Alleen met bekwame en hardwerkende medewerkers zie ik dit project een goede kans maken. Het moeten ook moedige mensen zijn met een groot doorzettingsvermogen. Denken we maar aan de ju-rist, die tegen alle bestaande vooroordelen en gerechtelijke wantoestanden zal moeten opboksen. Reden genoeg dus om zich het hoofd te breken: maar wij hebben er een goed oog in: alleen al door het verschaffen van behoorlijke maaltijden kunnen wij erin slagen een deel van die kinderen van die eeuwige hongerdwang te verlossen, hun vertrouwen te winnen. Laat ons er aub. aan denken dat vele kinderen goedkope (giftige) drugs nemen om de honger niet meer te voelen.
Een dame zei me ooit eens tijdens een voordracht in Kalmthout: waarom stuurt u al die kinderen dan toch niet naar school? Daar worden ze toch opgevoed. Een gemakkelijke oplossing voor iemand die denkt dat alle voor alle voorzieningen die er in België zo maar voor iedereen ruim voorhanden zijn, evenzo beschikbaar zijn voor de armen van de derde wereld.
Ik dank U allen voor uw steun en voor de belangstelling die ontwikkelingssamenwerkers van U, leden van “De Brug1’ mogen ontvangen.

Correspondent: Jef Wauters

Kalmthout - maart 1985

Begin maart stelde Jan Van Mol, mede door middel van dia’s, zijn project voor in de kleine zaal van het Parochiecentrum te Heide.
J. Van Mol is als leek werkzaam in een ontwikkelingsproject te Arara ten N.O. in Brazilië. Hij bouwt er samen met de plaatselijke bevolking huizen waarin dezen mensen waardig kunnen leven.
Vanuit zijn persoonlijk, zeer sterk geëngageerd standpunt, soms zeker veel te ongenuanceerd, stelt hij de problemen voor, waarmee hij ginder elke dag geconfronteerd wordt. Zijn eigen woonst staat daarbij voor iedereen open.
De aan Brazilië eigen problematiek werd treffend geïllustreerd door de verschillende groepen die, arm als ze waren, toch het ganse jaar de voorbereidingen treffen voor het aanstaande carnavalsfeest te Sao Paulo. Ook mede door het meisje dat samen met haar kind een onderkomen bij hem had gevon-den, doch dat, naar aanleiding van de carnavalsfeesten, voor verschillende weken verdween, terwijl het kind bij hem achterbleef.
Zelf blijft hij zeer optimist voor de verdere toekomst.
Voor die persoonlijke beleving van het ontwikkelingswerk verdient hij zeker waardering en steun.

Correspondent: Jef Wauters