Jan Notenboom


Adres

Mbanza-Ngungu - Congo

Leven en werk

In 1989 kregen we onverwachts Jan Notenboom op bezoek. Voor velen van ons was dit een eerste kennismaking.
Pater Jan is Essenaar, redemptorist en sedert 1959 werkzaam in Zaïre. Hij was werkzaam als broussepater, animator van het Pastoraal en Liturgisch Centrum van het bisdom Matadi. Hij stichtte ook de Zaïrese tak van zijn congregatie die nu een 25 tal inlandse leden telt.
Sedert 1987 is hij pastoor in Mbanza Ngungu, het voormalige Thijsville. Hij woont er samen met Pater Gaston Ribbens, die hem opvolgde als viceprovinciaal.
Naast zijn pastorale taken houdt Jan zich bezig met:

120 gehandicapte kinderen
300 boeren
T.B.C. lijders
gevangenen.

Voor de gehandicapte kinderen is er in 1989 te Essen een speciale "Jan Noteboom actie" geweest. Met deze steun werden rolstoelen en prothesen gefabriceerd, operaties betaald, medische begeleiding verstrekt en aangepaste beroepsopleiding verschaft.
Aan De Brug vraagt Jan speciale hulp voor de gevangenen die in erbarmelijke omstandigheden leven. De meesten zijn kleine mensen die sterven van honger, TBC, oedeem... Niemand denkt aan hen. Voor 1.500 fr. kan hij hen wekelijks een maaltijd aanbieden. Het is niet veel, maar voor die mensen betekent het heel wat.
Vele kleine druppeltjes kunnen ook een hete plaat wat afkoelen.

 

IN MEMORIAM
Pater Jan NOTENBOOM

Redemptorist – Missionaris in Congo
Geboren te Rozendaal op 25 december 1931
Priester gewijd te Leuven op 15 september 1857
Missionaris in Congo van 1959 tot 1998
Vice-Provinciaal van 1978 tot 1987
Medewerkend priester te Kalmthout-Centrum van 1998 tot 2001

Overleden te Izegem op maandag 11 augustus 2014

In 1989 kregen wij onverwacht bezoek van Pater Jan Notenboom. Voor velen van het toenmalig bestuur was dit een eerste kennismaking. Sedert 1959 was hij werkzaam in Congo, eerst als broussepater en later in 1987 als pastoor te Mbanza-Ngungu. Daarnaast was hij nog animator van het Pastoraal en Liturgisch Centrum van het bisdom Matadi. Hij stichtte ook de Congolese tak van zijn congregatie.
Naast zijn pastorale taken hield Pater Jan zich bezig met gehandicapte kinderen, de boeren, tbc-lijders en gevangenen.
Pater Jan kon op een humoristische manier vertellen over zijn Congolezen, je merkte dat hij een eigen manier van omgaan met hen had, waardoor hij dicht bij zijn mensen stond. 
In 1998 keerde Jan terug naar België. Hij ging ervanuit dat de Congolezen zelf het werk moesten voortzetten. Twee jaar zette hij zich nog in als administrator van de parochie O.L. Vrouw in Kalmthout-Centrum, waarna hij zijn intrek nam in Jette.
In 2010 verhuisde Jan naar het rusthuis te Izegem waar hij op 11 augustus overleed.
De Brug heeft Pater Jan Notenboom vanaf 1989 gesteund. Onze steun ging o.a. naar gevangenen, tbc-lijders, gehandicapten, lagere school, kliniek, voedingscentrum, enz. Na zijn terugkeer naar België zijn wij dit project blijven steunen, het werd achtereenvolgens overgenomen door Pater Luyila Zephyrin en Pater Auguste Moanda.

Brieven

Essen - 30 november 1998

Ik mag van U nog eens “over de Brug” komen. DANK U WEL!
Ik heb eigenlijk maar goed “gezien” wat de Brug betekent in de parochiezaal van Heide. Dat “spinne-web” over heel de wereld IMPRESSIONANT! Bij de 100 ‘bruggen”.
Van harte proficiat voor die ontzaglijke inzet al 22 jaar tang.
En ... le lutte continue et Ia victoire certe! Dat is zeker.
Nu wat betreft een contactpersoon met jullie via de Derde Wereld. De “inheemse” missionarissen worden “raar”. Dat is waar, maar hun hart blijft ginder en ook hun werk. Weet ge: missionaris zijn is een status in de Kerk. Eens missionaris blijft ge dat heel uw leven. Gelijk dat ge priester blijft of ge-huwde. Uw doel is niet: die of die persoon, maar zijn werk. Dat is de leidraad van uw actie.
Toen Ik mijn parochie verliet “na 20 jaar” zei ik aan mijn mensen: “Ik ga terug als uw ambassadeur”. Een herder moet trouw blijven aan zijn kudde. Ik heb me teruggetrokken en ... met veel pijn.
Ik krijg nu veel noodkreten vanuit een totaal geplunderd volk. “Tata Jan, aide nous”... Kan ik nu mijn kop onder het zand steken? Daarom was ik zo blij met uw uitnodiging om U deze brief de schrijven.
Ik zie dit als een NOOD-ZAAK. Ik heb een “centre nutritionel” achtergelaten. Tussen de 50 à 70 jonge kinderen mogen daar iedere dag komen eten en krijgen er medische verzorging. Ik krijg daarvoor en-kele zakken afgeroomde melkpoeder van de paters Trappisten van Westmalle. Vervoerskosten: 2000 fr. per maand. Ik heb daar een “infirmerie”: 1000 fr. per maand. Ik koop suiker, soyabloem en maïs: 2000 fr. per maand. Totaal kost me dat ong. 60.000 fr. per jaar.
Mijn vraag: Kunt u de helft op u nemen? De andere helft zoek Ik wel en vind ik wel. Mijn opvolger als pastoor is pater ZEPHYRIN, een flinke confrater. Mag hij mijn naam vervangen a.u.b.?
Ik zou dit project warm willen aanbevelen. Het zijn kindjes van 1 tot 5 jaar, en het gaat om een scho-teltje pap: iedere dag.
Lieve vrienden, nogmaals heel, heel veel DANK voor alles wat jullie zo edelmoedig doen voor zove-len!
Weldra zal de 1.500.000 fr. overschreden worden. Wat een resultaat. Doe stille voort!
Van harte ook aan jullie allemaal:
EEN ZALIG KERSTFEEST! EEN GELUKKIG NIEUWJAAR

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 1 augustus 1998

THE LAST POST

Dag op dag een maand geleden, op het feest van het Heilig Hart, heb ik mijn laatste feest gevierd in Congo. Het is een afscheidsfeest geworden, een laatste avondmaal. We vierden die dag de 95ste ver-jaardag van onze parochie. En mij viel de eer en het verdriet te beurt een periode af te sluiten. Onze parochie werd gesticht op 16 oktober 1903 op het feest van Sint Gerardus. Maar dat was dan een tweede evangelisatie, want de jaren 1600-1700 wed onze streek al eens gekerstend door de Francis-canen o.a. Pater Jerôme de Montesarchjo en Ptrer Joris Van Geel, die er stierf als martelaar. Ik was de laatste van de rij Europese missionarissen in deze parochie. We hebben er een feest van gemaakt. Iedereen was uitgenodigd: 950 kinderen en meer dan 500 volwassenen.
Ik ben in Belgisch-Kongo aangekomen op 29 september 1959 en sedert 1979 in Mbanza Ngungu (ex Thijsville) waarvan 11 jaar als pastoor van de parochie. Alles bij elkaar 39 jaar. Tot nu toe de schoon-ste jaren van mijn leven.
Dank zij U, uw steun, uw medewerking, heb ik er toch iets kunnen achterlaten. Ik was uw aannemer, uw metser, uw herder. Scholen, kapellen, centra, een dispensarium voor slaapzieken, een opvang voor ondervoede kinderen, een kliniek, twee grootseminaries... maar boven alles hebben we en mo-gen evangeliseren, een nieuw Godsvolk bij elkaar brengen. Samen leven, samen delen, samen la-chen en wenen, samen bidden.
En ik droomde erover: ook samen doodgaan... samen daar verrijzen.

Als ge een maïsveld begint, moet de oude boom plaatsruimen, want hij zuigt de grond leeg. Staat in de weg. Er moet een keuze gemaakt worden. Johannes de Doper had die ook voor zichzelf gemaakt: “Hij moet groter worden en ik kleiner”. Plaats ruimen is een offer en vraagt veel liefde. Maar het moet in het belang zijn van het groeiproces.
Ik woonde samen met drie jonge Congolese confraters. Zij wachten hun beurt af. Congo is hun land, hun volk, hun toekomst. Ik heb dan voor mezelf besloten de “doening” over te geven in het belang van het Rijk Gods. “Het is goed voor U dat ik heenga”.
“Alles heeft zijn tijd” zegt de Prediker. “Een tijd van komen en van gaan, voor planten en oogsten: van leven en van sterven. Amen”.

Lang geleden las ik in een revue van de Paters Spiritijnen de mijmeringen van een oud-missionaris. Dit stond en als titel van zijn betoog: “Ik ben een vreemde in mijn Vaders’Huis”. Nu Ik terug ben in ‘het Vaders’Huis’ in Essen bij mijn goede familie voel ik dat ook sterk aan. Ik moet 40 jaar evolutie, afwe-zig-zijn nog verwerken. Ik moet dat zelf doen. Terug ‘werk’ zoeken dat Ik nog aankan. Terug missiona-ris worden in mijn eigen land.
Van een jonge kerk terug naar een verouderde: laat ons de dingen zeggen zoals ze zijn. We moeten terug een missionaire Kerk worden, willen we over-leven. Je kunt geen nieuwe wijn laten gisten in ou-de zakken. De wijn is wat ze is, maar het is uitkijken naar nieuwe zakken.
Lieve vrienden, mijn laatste woord tot U is en een van grote dankbaarheid. Ik heb mijn mensen be-loofd hun ambassadeur te zijn in Vlaanderen. Ge klapt zo maar niet de deur toe van een huis waar je 40 jaar lang in leefde, een huis vol mensen, vol vrienden. Die breng je mee, overal, in je hart.
Ik blijf missionaris. Ik kan nietr anders. Dat is mijn leven. Dank U voor alles en tot ziens... morgen er-gens in Vlaanderen.
U zeer erkentelijk, Jan Notenboom.

Nawoord: nog veel mensen blijven op mij rekenen. Voor de armen, de straatkinderen is mijn vertrek een drama. Ik zou die niet graag laten vallen. Ik kan dat niet over mijn hart krijgen. Mag Ik de deur op een kiertje laten? Doen we nog een tijdje voort ? U moet dat maar beslissen.
DANK U WEL!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 18 juni 1998

Heel, heel hartelijk dank voor uw lieve brief en het “feestvarkentje van de Brug”. Jullie zijn toch wel bij-zondere mensen om zo’n actie vol te houden, en dan met het accent op “vol’. Formidabel.
Alles gaat naar de kinderen. Met drie advocaten hebben we een actie op touw gezet voor de begelei-ding van jonge delinquenten en voor procedures om jonge moeders bij te staan die verlaten zijn door de vader van hun kind. Dat is hier een echte calamiteit. We houden u regelmatig op de hoogte van die actie.
Nu ook “dit” nog! Volgende week ben ik terug in Essen. Ik aarzel nog om “thuis” te schrijven. “Hier” is het ook mijn “thuis”. Maar ik strompel naar de 67 en ik wil plaats maken voor de jongeren. Jacob Van Artevelde zei voor zijn executie door de Spanjaarden: “Er is een tijd van komen, er is een tijd van gaan. Ook voor de besten. Vooral voor de besten”. Dat heeft me doen nadenken. Maar ik blijf “missio-naris”, dat is zeker.
Ik zal nog wet iets vinden om me nuttig te maken in Vlaanderen. Als het ezeltje nog maar wil.
Mijn laatste woord aan U en allemaal het comité en de vele, vele weldoeners is THANK YOU, VERY, VERY MUCH.
Jullie waren het pompstation voor onze motor! “Steek een tijger in je tank”, neen, een Vlaamse Leeuw!
Ge hebt ons ONTZAGGELIJK geholpen. Een zegen: dat zijn veel, veel druppeltjes.
Ik blijf met hart en ziel aan de Brug verbonden.
Van een klein open bruggetje zijn jullie een VASCO DA GAMMA geworden. Je weet wel de 18-km lange brug in Lissabon.
“Binnenkort” zien we mekaar. Ik zal wel troost nodig hebben.
Maar de tijd heelt de wonden.
Nog eens en dat is mijn laatste woord: DANK!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 25 december 1997

Aan alle “ingenieurs van Bruggen en wegen”, want dat zijt ge toch allemaal in dit Rijk Gods.
Van ganser harte Zalig Nieuwjaar en 1000 maal dank voor alles wat ge deed, doet en nog wit doen voor onze missies. Wat hebben we allemaal al niet aan nood kunnen lenigen!
Missie is veel handen en veel edelmoedigheid. Maar het gebeurt toch maar. Dank ook voor de vele gezellige avonden!
Tot ziens, binnenkort

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 6 september 1997

Eerst en vooral mijn verontschuldigingen dat Ik niet meer ben langs gekomen. Ik zat 10 dagen met het verschot. Niet voor te lachen. Maar vandaag gaat het gelukkig veel beter, Ik heb een goede reis ge-had. Ik gaf 500 fr. aan do douane en .. niks gezien. Het is allemaal erg meegevallen. Hier in Congo is het dictatuur hoor met Kabila, maar dat zijn we al gewoon!
Mijn beste groeten aan U allemaal en dank voor de gezellige avond bij jullie. “De Brug” dat zijn alle-maal blije mensen, die graag delen. Fijn!
Dit laatste jaar zou ik iets willen doen voor de verlaten kinderen. We hebben er hier bij bentallen. Ik ben er zeker van dat dit echt in de geest van De Brug is. Een kind is heilig! Volgend jaar dan kom ik langs uw kant staan. Ge moogt me al opschrijven als actief lid. Ik zal zeker mijn steentje bijdragen. Ik heb een enorme waardering voor jullie inzet. Puur LIEF + DADIG. Daot is het opperste van alles wat we kunnen doen!
Liefde in DADEN.
Langs deze weg (jullie “blaadje”) bereik ik iedereen. En aan ieder apart zeg ik: DANK U. Wat van jullie tafel vaIt, valt niet op de grond, maar in mensenhanden.
Kijk eens naar het succes van Prinses Diana. Waarom dat enthousiasme voor haar persoon. Haar zonden worden door de mensen VERGEVEN, maar haar ACTIE voor de gewone mens GEWAAR-DEERD door de dood heen. Dat zoeken de mensen bij onze koningskinderen. 0.L.Heer zal ook zo oordelen: naar het beste dat je deed. Zo wordt de dood een TRIOMF. Prachtig een BRUG. En dat wil-len wij ook zijn.
Alle liefs.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - december 1996

Deze kerstbrief is een DANKBRIEF aan IEDER van U!
Neem me aub niet kwalijk dat Ik zo weinig kan schrijven... Het zit er niet meer in: Ik werk iedere dag tot over mijn toeren en ‘s avonds ben ik pompaf! Ik ben nu de laatste der Mohikanen in deze stad: een bezienswaardigheid, een beschermde diersoort. De kinderen beginnen me al aan te gapen: Chinois, roepen ze me soms na... Die kennen ze al beter dan de blanken. Weet U dat er in heel het binnenland van dit ontzaglijke land van 2.350.000 km² nog 300 Belgen zitten? Der steden apart dan…
En met Kerstmis word ik 65! Ik hoor met weemoed de franse chauffeurs roepen om hun pensioen op 53 jaar! De gelukzakken! Ik ga dus stillekensaan (?) naar de happy few...
Wat is er dit jaar hier allemaal gebeurd?
Moet ik het nog vertellen. Iedere avond staat Zaïre op het menu van de TV en hoe? De grootste volksverhuizing uit de geschiedenis, in de meest miserabele omstandigheden. Dat was geen proces-sie van 500.000 mensen maar van 500.000 keer één mens die op zoek was naar een stukje ‘beloofde’ land. Een nieuwe uitgave van de Exodus maar zonder manna en kwartels. En ‘thuis’ aangekomen: een buurman in uw huis en die wil niet ophoepelen, en in uw tuintje en velden met andere mensen op en uw schapen en geiten. Waar? Hoevelen zijn er in hun dorp ijskoud ontvangen? Ze waren al afge-schreven en nu komen ze nog terug ook !!!
En de opperste tragedie: om voedsel naar al die mensen te brengen moet ge nog eens een kostbaar leger optrommelen dat van alle kanten tussen ‘vijanden’ moet opereren. Want wie is wie: een hutu, een tutsi, een rebel, een Zaïrees, een opposant of een collaborateur? Wij hebben apartheid gekend omwille van de huidskleur, nu is het de vorm van uw neus die U ter dood veroordeelt. Hier in Kin zijn alle tutsi’s alles kwijt en op de vlucht naar Brazzaville. Gelukkig dat België geen soldaten stuurt want moest een soldaat van bij ons één Zaïrees neerschieten dan krijgen wij het deksel op onze neus! Dat is zeker! De mensen zijn hier tot het uiterste vernederd, identiteitsloos, ontmoedigd. Altijd is Afrika maar negatief ‘nieuws’. Van hieruit zijn 300 soldaten vertrokken naar het front. Welk front? Te voet, zonder eten of kleding, zonder medicamenten, zonder vervoer. Velen zijn gaan vluchten of overgelo-pen. Hier creperen hun vrouw en kinderen. Enkele dorpen van de Kivu halen het op het nationaal le-ger (?). Dat de blanken daar in geen geval tussen komen, want het draait allemaal verkeerd uit. Eten geven: ook, maar niet met wapens binnenkomen aub. En zo is hier rondzwalpen in een zee van ellen-de zonder dat land in zicht is.
Is het veel verschillend met de situatie die ook Jezus kende?
Anderzijds is het een hoogconjunctuur van het geloof’ en van de sekten. Het ‘heil’ moet van elders komen, ze kunnen het zelf niet meet opbrengen. Maar ook dat is niet goed. Een ziek lichaam moet kunnen genezen van binnenuit: dat is het ideaal. Eigen antistoffen produceren, eigen reacties... En daar tracht ik in te investeren: de rest is plaaster op een houten been.
Dit gezegd zijnde, vraag ik me toch af of het hier slechter is dan in het oude Europa. Wat is er bij ons ook allemaal aan het roesten? Tot in de hoogste geledingen toe! Wat een geraffineerde corruptie en ontbinding. Hoe is het mogelijk dat we onschuldige kinderen laten doodhongeren en onteren, bij me-deweten van de verantwoordelijken om de allerlaagste driften te bevredigen die zelfs dieren niet ken-nen. Ik geloof dat niemand zijn hoofd boven water moet steken.
Lieve vrienden: dit is mijn Kerst- en Nieuwjaarsbrief voor dit jaar, naar het beeld van het leven zelf. Juist in die wereld is God opgetreden als medespeler zonder een speciale positie te bekleden. Dat is het Goede Nieuws. Want als het evangelie geen Goed Nieuws is voor u en voor mij, dan is het alles-behalve een evangelie.
Hoeveel mensen duiken maar even uit het evangelie op om dan te verdwijnen: enkele verzen. In en-kele minuten moesten ze beslissen of ze Jezus toelieten in hun leven. Die enkele minuten dat was voor hen de blijde Boodschap. ‘Dat ik mag zien’ en Jezus: ‘Doe je ogen maar open en kijk. Dat was al-les en Bartimeus verdwijnt voorgoed in de geschiedenis, maar hij was toch maar gered. Hij kon voort!
Moge dit Kerstfeest voor u ook een beslissende ontmoeting zijn met de Humanitas Salvatoris Nostri Jesu Christi I!
En tot slot een zalig en gelukkig nieuwjaar!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 12 mei 1996

Over een uurtje vertrekt Gaston... Amaai. Negen jaar hebben we samen geleefd. Het valt niet mee. Ik blijf nu moederziel alleen achter “Ju met de geit”.
Ik profiteer er natuurlijk van om U te schrijven.
We kregen hier ook een brief van De Brug die ons toegestuurd werd door Gerarda Hoefrnan. Ja, de ‘Brug” wordt een “Moerdijk-brug”. Al 40 projecten. Dat wordt natuurlijk een “charge”. Formidabel!
Wat jullie allemaal verwezenlijken !!
Ik ga dus nu mooi in de rij staan, armen gekruist.
Hartelijk dank voor de laatste storting, natuurlijk goed aangekomen zoals altijd.
Voor een nieuw project: het ergste is nu de schreeuwende armoede van zovelen. Ik vind noodhulp het voornaamste. Overleven! Venleden week was er dysenterie in de gevangenis: 2 doden en 56 gehospi-taliseerden; Het kostte me 8.000 Bf. aan medicamenten. Heb Ik uit uw fonds genomen. Ik had geen andere mogelijkheid meer.
Voor het toilet hebben ze 2 emmers (voor 130 mensen) voor de nacht. Ze slapen op de vloer en heb-ben geen desinfectiemiddeIen.
Het eten: iedere dag rijst en bonen, een gift van Italië.
Er zijn 90 kinderen in de voedingscentra. Iedere dag voeden we hen.

A.u.b. schrap me niet van uw lijst, zelfs als het met minder moet.
Ik begrijp heel goed dat anderen ook aan bod willen komen. O.L.Heer zal wel voorzien.
In leder geval: 1000 maal dank aan jullie allemaal voor de grote hulp, zelfs als het niet meer kan: toch een dikke merci.
Dus mijn project voor dit jaar: noodhulp - armenzorg... als het, mogelijk is!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - Kerstmis 1995

Ik ben nog maar eens vroeg opgestaan, het is 4 uur in de morgen. Heerlijke uren zijn dat. Buiten is het nog nacht en heel de stad slaapt. Geen kat die u komt storen. Straks om 7 uur ga ik naar de Suikerfa-briek (50 km) waar er nog zeven blanken werken. Een van hen gaat binnen enkele dagen naar België en die neemt graag mijn correspondentie mee.
Het is al een vaste gewoonte geworden dat ik bij jullie eens even mag binnenglippen tegen het einde van het jaar. Ik houd daar echt aan want ik ben aan zoveel mensen verplicht. Verplicht van binnenuit, want weer eens tijdens het korte verlof van dit jaar ben Ik overstroomd door zoveel edelmoedigheid!!!
Ik voel me als een klein manneke met een hele berg mensen boven op hem die maar één ding vra-gen: te mogen helpen! Dat is enorm stimulerend, weet ge.Iedereen kan wat missen en meestal het al-lerbeste. Er zijn er onder u die dat expliciet zeggen: “Pater voor de kinderen: de allerbeste couveuse... en dat mag kosten wat het wil... Ja, daar zitten schatten van, edelmoedigen bij jullie. Wat heeft Memi-sa, Caritas, het Lilianfonds, het Emiliafonds, ons College, Broeder Willy met zijn schare helpers, Eric enz.. enz.. allemaal al niet gedaan voor onze missie. Vergeten we ook onze gemeente Essen niet, firma’s die hun vrachtwagen ter beschikking stellen... te veel om op te noemen. Ik ga niet beginnen op te noemen, want dan wordt het geen Kerstbrief maar een telefoonboek. Maar ik denk terwijl ik schrijf aan de tientallen en tientallen uiterst lieve mensen die alles voor ons over hebben.
Aan ieder van u: van ganse harte dank en een ZALIG KERSTPEEST en een NIEUWJAAR VOL VREDE EN VREUGDE.
1995 is een heel apart jaar geweest. Voor het eerst in de geschiedenis van deze parochie mochten we drie volle containers ontvangen: samen meer dan 30 TON! Alles van het allerbeste en in over-vloed voor het oprichten van onze kliniek. Nog een maand of twee en het hoofdgebouw zal af zijn en functioneel: met alles erop en eraan en erin. Dan volgend jaar nog een paviljoen voor een dertigtal bedden. Ik hoop maar dat Ik het allemaal kan blijven trekken... op Kerstmis word ik 64 en een fatsoen-lijk mens begint dan al stillekens aan zijn pensioen te denken.. Probleem: Ik geloof niet dat ik een fat-soenlijk mens ben; ik zie me nog niet in een Kennedystoel zweven... maar hou maar hout vast. Bin-nen twee maanden legt mijn collega Gaston Ribbens zijn ambt als overste neer, want hij is dan elinde mandaat en zo zit dan het Notenboomke nog alleen als ‘bleekgezicht-pater’ in Mbanza-Ngungu~
The last man on the last place... ach ja, zo gaat dat :de laatste der Mohikanen!!! Ook nooit gedacht dat dat mijn lot zou zijn.
Maar dat is allemaal van heel weinig belang. De hamvraag: hoe zal het verder gaan? De zorg die u kent voor de toekomst van uw kinderen, die ken ik ook op schaal van een parochie, een stad en ei-genlijk een héél volk. Hoe moet dat verder met Afrika? Er zijn hier natuurlijk schatten van mensen, grote mensen, maar dit volk als natie, als leefmilieu, als volk… Wat is de balans na 35 jaar onafhanke-lijkheid, na 5 jaar internationaal isolement, na 30 jaar dictatuur? Een volledige chaos, op elk gebied. Hoe gaan ze ooit die ontzaglijke put vullen die nu gegraven is? En die elke dag nog bodemlozer wordt.
Kunt ge u voorstellen: een brandweerkorps zonder zelfs één emmer? Een administratie die op de ach-terkant van de archieven. brieven beantwoordt, een school waar kinderen geen gedrukte tekst meer kunnen lezen, want er is geen enkel boek; maandenlang enkel maniokbladeren eten en nooit eens een stukje vlees; een jaar werken zonder loon en wat voor een loon? De directeur van een Hogere School heeft hier een netto 80 B.Fr. per maand (niet betaaid) . Leven? Met een constante devaluatie van soms 25 % per maand? Laat me maar stoppen: het wordt weer eens zo een Afrikabrief en ik stel me voor dat ge die al meer dan beu bent... Maar, hier is het wel de werkelijkheid van elke dag. Dat is het verschil tussen een ‘verhaal’ en ‘met twee voeten in de miserie staan’.
Langs deze weg wil ik ook nog heel speciaal de mensen Van ‘DE BRUG’ bedanken voor hun voortdu-rende inzet voor zovele missionarissen, onze mensen van ‘Essen en de Wereld’ die de ramen van ons dorp wijd open zetten, mijn confraters van het College waar Ik me echt thuis voel ieder verlof en de vele andere weldoeners die ik met een aparte brief bedacht.
Ik zou liefst van al aan ieder van u afzonderlijk schrijven, maar dan moet de Paus me eerst een secre-tareske sturen... en dat zal niet voor morgen zijn, denk ik…
Enfin, Ik weet dat jullie me dat niet kwalijk nemen. Ik doe maar wat ik kan.
Nogmaals mijn ALLERBESTE WENSEN VOOR HET KOMENDE JAAR en tot ziens of tot schrijfs.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 2 mei 1994

Als het nu een beetje meezit kan deze dankbrief tezelfdertijd ook mijn Paasbrief zijn aan u allemaal! Het is hier iedere keer een probleem de post weg te krijgen, want de postbedienden zijn al sinds meer dan een jaar niet meer betaald. Maar een agent van de suikerfabriek gaat binnenkort naar België en die beloofde al mijn brieven mee te nemen: ik moet ze echter 100 km ver gaan wegbrengen!
Eerst moet ik u iemand voorstellen namelijk Broeder Willy, onze ‘minister van buitenlandse zaken” die een ontzaglijk werk doet om bij jullie te gaan aankloppen, containers klaar te maken en die ons netjes af te leveren in Mbanza-Ngungu in Zaïre.
Ik kreeg hier een klein gebouw (een vroegere kliniek) van de Staat dat totaal leeg en volledig onder-komen was (zoals we dat hier kennen !).
En nu zijn jullie zo goed om eens flink aan de wagen te duwen en de eerste vracht is hier na vier volle maanden perfect aangekomen! Maar dat is een heel verhaal. De reder zet dus alles netjes af in de haven van Matadi, maar in volle regenseizoen. Die container moet dan wachten tot er een oplegger is gevonden. Die moet op en neer zo maar eventjes 800 km rijden! En op wat soort van wegen? Laatst is er een container met vierdeklassevlees vijf dagen blijven steken na het inzakken van een berg! 30 ton vlees: u kunt u inbeelden wat een geurtje dat gaf en wat een plasje onder de container !! Dag, vlees!
Dus, zo’n container komt dan toe in Kinshasa, moet nagezien worden door de douane en ‘s nachts vervoerd worden naar ons klooster, want niemand mag dat weten, anders krijgen we nog diezelfde nacht bezoek... 17 ton uitladen. Dan met verschillende vrachtwagens naar de Bas-Zaïre, nog eens 160 km en daar dezelfde operatie nog eens ‘s nachts. U begrijpt dat er van foto’s maken niets in huis komt. En dan het uitpakken!!! Jongens!!! Ongelooflijk wat er allemaal in die container zat: heerlijke koekjes van Delacre in industriële hoeveelheden, een feest hier. Chocolade komt van Afrika, maar hier hadden de kinderen dat nog nooit geproefd! Prachtige kieren!!! Van alles. Ik heb daar niet lang mee gewacht om uit de delen aan die arme mensen.
Een zuster van Namen heeft die taak op zich genomen. Ik zei: “Zuster, ik kom daar niet in tussen, an-ders slaap ik geen nacht meer. U gaat dat allemaal netjes verdelen onder wel een duizend mensen. Ze hebben dat tijdens 9 namiddagen gedaan en alles is perfect verlopen en iedereen was uiterst te-vreden. Kleren worden hier niet meer aangeschaft... Dan een heel karton “bic’s”: feest voor de jeugd!!! Schriften, nietjesapparaten, popjes, schoenen!!! Melk: enorm!!! Zepen van de fijnste soort: Fa en Per!!! Zeg nu niet meer dat de zwartjes stinken!!! En dan verf!!! Van Sigma het beste van het beste: alle kleuren van de regenboog! Lakens en dekens: honderden kilo’s. En medisch materiaal, allerhan-de van hoeveel hospitalen, van hoeveel zusters!!!
Lieve, lieve mensen: ik ben op het nippertje ontsnapt aan een hartinfarct. Ik had me wel aan iets ver-wacht, maar DAT!!! Ja, waIte!!!
En dan spreek ik alleen van mijn gedeelte: er waren veel spullen bij voor onze studiehuizen: voor pa-ter Gaston Ribbens, pater Louis Willemsen, voor pater Hugo Gotink, maar die zullen hun verhaal ook welmaken.
Nu iets over ons project Zomaar eventjes een kliniek. Het gebouw is opgetrokken in de jaren 30, en was bestemd voor het Belgisch personeel van de spoorwegen. Na de onafhankelijkheid werd het overgegeven aan de Staat. Het is een solied gebouw in de oud-koloniale stijl van het station van Es-sen: veel ijzer en veel beton. Het is totaal onderkomen en ik moet dus kamer na kamer rehabiliteren, want het probleem is: ik kan niet alles ineens doen, het moet doorfunctioneren, iedere dag. Ik ben nu al begonnen met alle bedden af te schuren en te herschilderen, ik heb mousse gekocht voor de bed-den, toile ciré voor de overtrekken. Elektrisch materiaal, beddengoed, lakens en uniformen kreeg ik van U. Uw zeep is al in schuim veranderd!
En nu krabben ze de muren af, breken vensters uit voor de verluchting. Ik ben begonnen met de pedi-atrie. Ik bestelde ook wiegjes voor de kleintjes (6), allemaal handwerk met betonijzer aan 1.200 Bf. per stuk. (Ik kan niet tot volgend jaar wachten op tweedehandsmateriaal vanuit België, tenminste niet voor wat ik dringend nodig heb.
Tijdens mijn verlof in juni-juli, zoek ik het nodige voor de operatiezaal en voor de kraaminrichting. Ik stuur aan broeder Willy alvast een lijst. Misschien vindt hij wat in het leger of in een hospitaal dat aan hernieuwing toe is. Het is een heel pak.
Zo, mijn lieve mensen allemaal: ik hoop tenminste een deel van u te zien tijdens mijn verlof in België. Dank aan ieder van U voor alles wat u zo edelmoedig opzij legde. Neem me aub. niet kwalijk dat ik niet aan ieder van u persoonlijk kan schrijven: dat is onbegonnen werk. Maar ik denk aan ieder dan apart als ik deze brief schrijf.
Tot binnenkort ergens in Vlaanderen.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 13 november 1994

Wat een verrassing dat Gaston Ribbens een brief van u bij had. Nou, verrassing? Ik verwachtte me natuurlijk wel aan een briefje, dat spreekt vanzelf. “Een BRUG is er voor mensen, he’. (En eronder voor verliefde paartjes !! Haha!!)
Dank u voor al het goede nieuws. Jullie zijn echt onklopbaar en onze mensen zijn er maar goed mee. Wat een lumineus idee ook om een ochtendontbijt klaar te maken. Ge moet er maar opkomen. Mis-schien kunt ge volgende keer eens een “grote kuis” aan de mensen aanbieden dan gaat ge nog méér succes hebben!
Ik mag dus nog eens een project indienen: “merci mingi” zeggen ze hij ons.
Mijn grote zorg voor het moment is de rehabilitatie van een kleine kliniek met een 25 bedden. Daar komt enorm veel bij kijken: dak vernieuwen, plafonds en alle kamers een grondige beurt herschilderen. De operatiekamer dateert van de jaren dertig en de bevallingskamer idem. Daar kan geen hond nog jongen werpen! Onvoorstelbaar in welke staat zich dat alles bevindt. In het laboratorium is er één oude microscoop op één tafel. Er moet een bloc sanitair komen en een wasinrichting. Enfin, buiten het geraamte: een nieuw kliniekje te voorschijn toveren. Ik heb daar nu ‘Ia gestion” van gekregen van de staat alvast voor 5 jaar en hernieuwbaar.
Ik dacht met jullie bijdrage de kinderkamer in te richten: vier bedjes, 2 badjes, kleine speelruimte: den box of zo; misschien ook een couveuse als het er in zit. Ik vind dat een enig project voor de Brug. Ik schilder dan in de kamer een brug met allemaal kindertjes op een grote ooievaar I Snoezig hé! Moes-ten jullie daarbij nog wat speelgoed en wat poppen kunnen binnenkrijgen, stevig en in goede staat, warm aanbevolen! Ook luiers (als die bestaan) of babykleding, lakentjes en dekentjes zijn van harte welkom. Enfin, zie maar wat mogelijk is. Misschien willen de scouts daar wel iets voor opzetten bvb. met Driekoningen om dat bij de mensen op te halen. Broeder Willy Moselmans zal het wel opsturen.
Allé, het is een dikke boterham geworden hé. Niet teveel? Dan schrapt ge maar.
Nog eens HEEL HARTELIJK DANK voor al uw inspanningen

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 8 mei 1994

Vandaag vertrekken er twee confraters op verlof zodat ze wat post kunnen meenemen.
U hebt zeker al vernomen dat we “bezoek” gehad hebben... in het putje van de nacht... niet van het Kindje Jezus, maar van de soldaten van Herodes.
Het moest er vroeg of laat van komen. En we waren er wel op voorbereid. Maar ja, het is toch iedere keer een gebeurtenis met zijn surprises.. De soldaten werden niet of slecht betaald, er kwamen geen rantsoenen meer toe en u moet weten dat zijn allemaal familievaders van uitgehongerde kinderen. Zo was nu hun loon aangekomen, maar het was een vreselijke ontgoocheling amper een 150 BFr. voor een hele maand.
En ja, de nacht van 27-28 april gingen de poppen (nou ja...) aan het dansen. Het betrof een 90-tal “des bârets verts”...
Ik beschrijf in telegramstijl de opeenvolgende fasen: inbraak in het arsenaal, wapens geroofd met maar eventjes 60.000 kogels. Dan naar het kamp van de officieren, omsingeld, twee mitrailleuses op hun huizen gericht, verbod om buiten te komen, licht kapot geschoten, dan nog naar de stad. Het was goed 1 uur. Eerste slachtoffer een familie in een Mercedes die ‘s nachts naar Kin reed. De chauffeur, een jonge man van 28 jaar, gaf natuurlijk niet graag zijn wagen af... en vrouw en kind. Pang: dood, op slag. De auto naar het kamp. Dan naar de parochie van onze Zaïrese confraters: daar een Toyota meegenomen voor de “bagage”. Dan afgezakt naar de “cite”. Daar werd alles grondig opgeruimd: het kleinste winkeltje van enkele golf platen moest eraan geloven: niks was te heet of te zwaar: zelfs een doosje sardienen, een rok, een paar schoenen, want onze soldaatjes waren niet alleen: heel hun huisgezin zakte mee af in hun zog om alles op te laden. Kongolese toestanden!
Ze vroegen aan een moedertje 10.000 Zaïres, dat is meer dan ze ooit in haar bank had gehad. Niks: OK. een kogel in haar been! Ze kan nu op een houten lopen, héél haar leven.
En wij hoorden het maar kletteren, eerst vanop afstand en toen rondom de missie. Ze waren dus vlak-bij. We zaten met zijn allen in de refter een tas koffie te drinken. En daar stonden ze voor de poort die op slot was. “Open doen”: allicht! Ze namen de nachtwaker apart: beste vriend, als ge zegt waar de paters hun geld weg steken, dan deelt ge mee. Als oud manneke lieten ze hem tenslotte met rust. Ze waren met zijn zevenen. Wij hen tegemoet:: heren wat is er tot uw dienst. Ja watte: geld natuurlijk. OK, kom maar binnen: ik mijn kas open, Gaston naar zijn kamer. Ik zei: bedien u, want Ik had niet al-les weggestoken... Ze namen wat op de grond lag: te weinig. Een tweede keus en dan was het ge-noeg: het ging om zo’n 30-35.000 Fr. Ter plaatse verdeeld en in hun zakken. Ze waren zichtbaar heel tevreden met de buit. Kan Ik geloven: nog een wagen: een Toyota! We geven hem terug na de “servi-ce”. Het was bijna goedsmoeds allemaal... En weg waren ze.
Een groep reed door naar Kimpese op 70 km. Daar was het raak: alles gestolen op de missie tot de koffielepeltjes toe, heel brutaal, het duurde meer dan een uur. De paters waren behoorlijk aangesla-gen. Daar vielen twee doden.
Maar ondertussen kwamen om 5 uur in het kamp de officieren dan toch maar eens buiten kijken. Alarm geblazen en heel de troep dook op... gewapend. Ze hadden allemaal al het arsenaal geplun-derd en stonden klaar om het “werk” af te maken. We zijn dus op het nippertje ontsnapt aan het laats-te oordeel Oef!
We hadden vlug een fonie gestuurd via via naar Brussel en zo kwam het nieuws al diezelfde avond op het journaal, de dag daarop op France, BBC, S. Afrika...
Dat was een tegenvaller: daar houden ze niet van en zo kwam er een serieuze reactie van Mobutu: aanhouding, veroordeling, buit terug geven. Gisteren zijn er een deel veroordeeld: 5-20 jaar gevange-nis, anderen zijn nog op de loop. Voor de eerste keer in 35 jaar geschiedt er een beetje recht.
Wat er zoal allemaal werd gestolen: 5 naaimachines (nog niet teruggevonden). Gevangenen “bevrijd” door de muiters, ondertussen zijn er al een 30-tal terug gevat. Alle Miva-wagens die werden gestolen werden reeds teruggevonden.
Het enige wat we nooit mogen doen is zonder militaire begeleiding naar Kin rijden.
Langs de Salesiaanse missiewerken kreeg ik een rekeninguittreksel met uw gift van 41.000 Fr. Ui-teraard en uiterharte mag ik u daar héél bijzonder om danken. U bent allemaal fantastische mensen die nog een groot oog hebben voor de onnoemelijke miserie die er nog op zoveel plaatsen is. Ik ben nu 35 jaar in Zaïre en moet met lede ogen toezien hoe dit land dagelijks afglijdt naar... Ik wed het ook niet.
Zoals altijd is de gewone man de dupe van politiek spel, uitbuiting en misprijzen. De mensen krijgen maar geen pak op de gebeurtenissen en zijn heel moe geworden: het interesseert hun allemaal niet meer, want alles loopt op een sisser af. Daarom moeten we bij hen blijven.
Ik kom net van het hospitaal er zit daar een man op de grond met een afgrijselijke wonde van zijn en-kel tot aan zijn knie: één etterend geval rondom héél zijn been. De dokter ziet die man iedere dag maar NIEMAND interesseert zich aan dat menselijk hoopje ellende. Ik heb nu onze parochie gealler-teerd en ook de dokter. Zo iets is onwaardig. Het doel is de mensen wakker te schudden en hun ge-zicht te drukken op hun menselijke verantwoordelijkheid. IEDEREEN moet die man helpen.
We zijn nu geld aan hel inzamelen: och met frankskes tegelijk. Ik leg de rest wel bij, maar Ik wil het NIET ALLEEN meer doen. Niemand kijkt om naar de gevangenen die gewoon zouden uithongeren moesten jullie niet tussenbeide komen. Hetzelfde in ons Centre Nutritionnel met een 50-tal kinderen. Het huwelijk staat op losse schroeven, want ze kunnen dat niet meer betalen. Dus worden de kinde-ren zo maar aan hun lot overgelaten...
Lieve mensen, het is maar een tipje van de sluier... Ik wlt u enkel VAN HARTE BEDANKEN voor uw kostbare hulp! De laatste frank zonder de minste onkosten gaat naar hen die het meest nodig hebben. Dat is een erezaak
Nogmaals “merci’ en dat het u goed ga

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 2 mei 1994

Is me dat even een verrassing: twee brieven tegelijkertijd! Maar één met grijs haar op: gedateerd 12 januari maar nog van dit jaar dus dat valt nog mee!
Hartelijk dank voor het heel goed nieuws.
Ik knipperde wel even met mijn ogen: 41.000 Fr. en nu dat de dollar zakt:.dat maakt een pakske hé! Het zal van pas komen: ik ben met van alles bezig: mijn schooltjes aan het opkalefateren: nieuw dak, banken, metselwerk, WC en noem maar op want die klein mannen krijgen alles kapot! Dan een bu-reau voor de catechist en een zaal voor de parochie.
Dan floreert nog altijd mijn voedingscentrum en het legertje van sukkelaars krijgt altijd maar een lan-gere en langere staart. DANK U WEL AAN AL DIE LIEVE MENSEN die het maar niet moe worden aan die FAMEUZE BRUG te werken! Dat moet alles samen al in de miljoentjes lopen !!
We zullen Kalmthout maar Rapthout moeten gaan noemen !!I
Ge krijgt hierbij ook een verslag van wat er hier allemaal is voorgevallen: het één en het ander. Onze soldaten zijn nog maar eens aan het muiten geslagen. Het enigste waar ze specialist in zijn. Maar pa-ter Louis Willemsen zal het allemaal wel uit de doeken doen. Hij was er nog het ergste aan toe.
Ze hebben goed in onze kas gezeten, maar de prijs zal hoog zijn. Mobutu wil ze allemaal opknopen! En dat is slecht voor de gezondheid hé!
Nu is alles weer gezakt en het leven herneemt zijn gewone gang. We hebben echter wel even met de “poepers” gezeten maar ook niet zo erg hoor. Ge geraakt aan alles gewoon.
Zeg, ge moet ALLE mensen toch eens héél speciaal bedanken hoor. Die blijven maar steunen en worden er niet moe van. Dat is tenminste TROUW. Dat ze maar goed weten dat elk frankske hier goed aan de man/vrouw gebracht wordt!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 23 januari 1994

Ik kreeg juist van mijn boekhouder de stand van uw rekening die ik U hierbij opstuur. Van harte dank voor de nieuwe storting voor dit jaar! U weet dat Ik verleden jaar een “partage” heb gedaan met onze 20 leerkrachten. Ze konden het niet meer houden. Acht maanden niet betaald.
En nu moet ge mij eens geloven: ze kregen hun achterstallig loon betaald 8 x 7 Nz: 56 Nz !!! en u moet weten dat 3,2 Nz = EEN BELGISCHE FRANK ! Ongelooflijk. En wat een vernedering voor die mensen die iedere dag toch maar weer voor hun klas staan. Ik reken ze tot de allerarmsten en zij hebben de verantwoordelijkheid voor de toekomst van het land. Ik ben er dus zeker van dat Ik in uw lijn zit. Onrechtstreeks is het een hulp aan meer dan de 1.000 kinderen die ik in mijn lagere scholen heb.
Nogmaals HEEL hartelijk dank voor uw trouwe en belangrijke steun. Ik optimaliseer wat onze mensen doen voor ons: hier is uw gulden een daalder waard, zouden de keesjes zeggen.
Heel Goed Nieuwjaar en tot schrijfs.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 16 december 1993

Ik kom net je briefje “vers” te lezen. Ik heb het er als eerste uitgepikt want het was een pak dat Gaston Ribbens bij had. We hebben mekaar nog niet gezien want hij blijft nog een week in Kin, maar Hugo Gotink had alles bij.
Jullie weten niet goed wat dat is hé: hier in Zaïre post te krijgen. Bij jullie bulkt de brievenbus iedere dag uit met alle soorten post. Hier is dat een aperitiefje of een braspartij... naargelang! Dus hartelijk dank voor de lange brief, de hartelijke wensen en de enorme “stoot-in-de. rug” !!!
Jullie volgen zeker ook de inflatie: dit jaar 40.000 Fr. Weet ge wat dat vandaag betekent in onze Kon-go: 180.000.000.000 zaïres. Kunt ge het nog lezen... en echt geen nulleke teveel! Dat is 1.000 keer het maandloon van een gewone onderwijzer. Ge kunt u niet voorstellen in welk circus we hier leven. Nu op één week is ons Belgisch duizendje van 1.800.000.000 verhuisd naar 25... en vandaag naar 4.500.000.000 en op het einde van de maand halen we wel de 10 miljard. Voor de nieuwe munt be-taalde het suikerfabriek haar werkvolk met 4,5 ton biljetten ze hadden 50 tellers in dienst ! En nu gaan we weer dezelfde kant uit, maar slechter nog. Het drama is dat de staat officieel de muntverloedering negeert en de lonen pal houdt. Wat DRAMATISCH is voor de gewone man en voor iedere staatsamb-tenaar.
Het leven wordt ONMOGELIJK.
Uw steun is echt PROVIDENTIEEL! Ik ga het integraal aan de gevangenen besteden want Caritas stuurde niks meer tot nu toe en ik had de voedselbedeling drastisch moeten inperken.
Ik start nu weer en iedere maand krijgen jullie een rapport van het bestede geld. Wat jullie doen bete-kent voor ons ENORM veel: aub. zeg dat tegen uw mensen dat we ten zeerste hun offers appreciëren jullie zijn onze handen. DANK U WEL !!!
Onnodig te zeggen dat de toestand nu heel explosief is...
We hebben hier twee militaire kampen en als die echt honger gaan krijgen... wee ons gebeente. We leven van de dag in de dag en iedere nacht kan HET gebeuren: dan staan we op straat en dan zien we weeral weer...
Maandag ll. werd een zusterklooster van Bienga geplunderd: niet zover van hier; de week daarvoor in Kananga: van dezelfde zusters van Liefde... Ze hebben niks meer. En morgen...
En zeggen dat heel die crisis artificieel is: enkel omwille van de machtshonger van enkelen... Een leeuw kan een heel dorp terroriseren. Maar we doen maar voort hé... tot het niet meer kan. En dan... arme Kongo.
Van ganser harte aan alle “Bruggelingen” mijn hartelijkste wensen voor Kerst en voor het Nieuwe jaar en nog eens : DANK U WEL !!! Tot schrijfs.


KERST- EN NIEUWJAARSBRIEF
Het is 6 uur in de morgen en het giet pijpenstelen buiten: geen kat te zien. Dus het moment om u mijn jaarlijkse feestbrief te sturen.
Allereerst van ganser harte “EEN ZALIG KERSTFEEST EN EEN VOORSPOEDIG NIEUWJAAR”. Een unieke gelegenheid ook om ieder van u héél, heel hartelijk te danken voor uw vriendschap en de enorme steun die ik van overal mag vinden om ook aan “anderen” ietsje mee te delen van wat wij al-lemaal dagelijks krijgen. Ik hoop dat jullie ook met dankbaarheid kunnen terugdenken aan het voorbije jaar: het is natuurlijk altijd een mengeling van vreugde en leed: genade is: het allemaal positief te kun-nen betekenen in ons leven. Een mens groeit voortdurend en ik vind hoe ouder je wordt hoe mooier de zin van ons leven wordt. Een psalm zegt dat heel mooi: même Ia nuit devient ma lumière: zelfs de nacht is voor mij nog lichtend.
Ik groet hier ieder van u “apart”. Ik kan echt onmogelijk tientallen brieven persoonlijk schrijven, maar ik zie ieder van u nu voor mijn ogen en ik denk in mezelf: ik hoop dat die-en-die zich hier zal herkennen in deze brief. Ik hou van jullie allemaal! Vele mensen en vrienden heb ik niet kunnen bezoeken tijdens mijn laatste verlof. Het waren maar een schampere 7 weken, waarvan een heel pak bestemd waren voor de dokters en voor de rest van de tijd: wat bijeen verzamelen, inpakken, verzenden... het is nog meer dan 1.500 kg. geworden en... alles is hier intact!
Gisterenmorgen ben ik nog onze gevangenen gaan vergasten op een nieuw jeansbroekje. Een feest en die had ik zo maar vluchtig opgemerkt in de gang van de hal van Oostpriesterhulp: misschien wel een 300. Genoeg voor en mijn gevangenen en de grotere jeugd van de parochie.
En nu wat nieuws van overzee! Eerst dit : Zaïre is een enorm land, meer dan 2.300.000 km2. Als je het op de kaart legt van Europa bedekt dit land heel ons continent van Oslo tot Rome en van Londen tot Moskou.We zijn eens naar Goma gevlogen: 2 uur in een jet en dat was nog niet heel de afstand tus-sen oost en west. Het diocees waar ik leef is zo groot als België met allemaal vredelievende mensen die allemaal één taal spreken en al gekerstend zijn sinds 1500. Onze stad telt bij de 130.000 inwoners en mijn parochie ligt aan de rand. Die parochie is echt de hele wereld in een notenschelp: gewone dorpelingen, aangespoelde mensen van overal, enkele handelaren, veel administratief personeel: er is hier het gerechtshof, de spoorweg, 2 hogere instituten met een 800 studenten, 3 lagere scholen met 1.500 kinderen.
Er zijn militairen, een kliniekje, een gevangenis. Er leven ook nog 3 blanken: een Zwitserse vrouw en twee paters. De meeste mensen zijn katholiek, er zijn ook nog protestanten en een hele waaier sek-ten.
Maar mijn actieterrein bestrijkt eigenlijk heel de stad en ook nog een deel daarbuiten. Er is de dage-lijkse zorg voor de gevangenen, er is een “centre nutrition” voor een 60-tal kinderen, er is opvang van gehandicapte kinderen, het leger van bedelaars, ouden van dagen, clochards, er is een sanatorium even buiten de parochie, maar die mensen komen ook hier hun heil zoeken. En in die grote bokaal zwem ik rond en rond....
Het is een prachtig werk waar ik helemaal mee vergroeid ben en hier ben ik gelukkig een handje te kunnen toesteken.
Mijn groot project voor het komende jaar is het rehabiliteren van ons kliniekje, waar ik al veel steun voor kreeg en dat er zeker komt! DE GROTE moeilijkheid is de “gestion” (het beheer) los te weken van een politieker die dat nu heeft en die er zijn glorie uit wil trekken. Ik ben nu in contact met de Mi-nisterie van Volksgezondheid en stilletjes aan komt dat in orde. Ik kan maar echt van start gaan als
alles juridisch rond is. Maar dat vraagt wet tijd. Ik dank hier héél speciaal de mensen die dat at prak-tisch op zich hebben genomen.
Wat de toestand van het land betreft: die tart alle beschrijving. Ik heb vroeger nooit erg goed het woordje”bodemloos” begrepen: nu wel! Ik geef u eerst het voorbeeld van hoe sedert 1960 een briefje van 100 fr. gewaardeerd is geworden
1960: 100 fr. = 100 Kongolese frank
1965 : 1.000 Kongolese frank wordt 1 Zaïre = 100 fr.
1980 : 1 Zaïre wordt 1 fr.
1993 : oktober munthervorming op 24.11 : 100 fr. = 25 miljoen Zaïre.
De week daarop = 31 miljoen, verleden week: 200 miljoen en vandaag 9 december: 1 miljard..,.. Commentaar overbodig!
Verleden week werd het loon betaald aan de staatsambtenaren: een directeur van een hoger instituut kreeg 100.000.000 z., een werkman 30.000 z (= tien kleine broodjes). Vandaag krijgt die directeur 400.000.000 z. = 25 Bfr. enz...enz...
Het is gewoon krankzinnig. Ondertussen neemt de regering “maatregelen” en imposeert haar prijzen aan de fabrikanten: de suikerfabriek mag zijn suiker enkel verkopen aan 50 kr. à 25 Bfr.... maar in de-tail kost 4 kg die prijs. Enfin geen mens die er nog wijs uit wordt. Op één maand tijd is de dollar gezakt van 3 NZ (=9.000.000 oude) naar 32. Dus meer dan 10 x meer op één maand.
Een operatie kost nu een maandloon van x 20 voor het salaris van een directeur. Enfin, ik stop ermee, want ik word er ook tureluurs van. Iedere week dat onze farmacie open is verliezen we de helft van het kapitaal en gaan we rechtstreeks naar de afgrond, maar kunnen we de mensen zonder medica-menten zetten? Dus... duiken we maar... Politiek zit alles ook snoervast en niemand weet hoe dat moet eindigen. Ieder moment kunnen de militairen weer gaan plunderen en dan zitten we terug in 1970 (voor de kolonisatie). En ondanks dat “alles” gaat het leven door en zitten alle mensen op hon-gerrantsoentjes, al een heel jaar. We leven echt van de dag in de dag. We “durven” gewoon niet aan morgen te denken, anders verliest een mens alle moed.
De zwarte mens heeft een enorme capaciteit van lijden: dat is onvoorstelbaar en daarom moeten we bij hem blijven en doen wat we kunnen om zoveel mogelijk leed te lenigen. De arme drommel kan er ook niets aan doen. Hij mag enkel ondergaan en heeft geen enkel vat op de toestand. HET probleem is nu: overleven, dat zult u al wel begrepen hebben en al mijn aandacht gaat nu naar voedsel en me-dicamenten.
En wonder bij wonder: meer dan ooit ankeren de mensen zich vast aan hun geloof. Ze vinden zich te-rug in de slavernij van Israël in Egypte: 4 eeuwen lang. Ze bidden, bidden, bidden en de kerk is ‘s zondags 3 keer barstensvol... Het wordt nu “puur” geloof, want begrijpen dat doen we al lang niet meer...
Nog een woordje over dat kliniekje: dat is een monument van het begin van de eeuw en het behoorde toe aan de spoorwegen: die hebben het nu afgestoten naar de staat toe die het op haar beurt in gesti-on gaf aan een politieker van de kant van Mobutu. Die wil me nu wel “sousgestion” geven, maar dat wil ik niet want dan kan hij me bedanken wanneer hij wil. Ik ben nu bezig de directe gestion los te krij-gen van de minister.
Alvorens dus te starten moeten Ik eerst de juridische basis hebben.
Ik ga dit briefje stoppen, want ik heb nog een hele waslijst af te werken... nu met de eindejaarsdagen.
Nog eens van harte: al wat maar wenselijk is voor het Nieuwe Jaar en ik weet nog niet tot wanneer. We zien elkaar later, dat is geen probleem.
Ik bid voor jullie allemaal en ik ben er zeker van dat het wederzijds is.
Tot een volgend schrijven en HOUDOE!

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - juli 1993

Brief van de directeurs van de school (project van Jan Notenboom dat door de Brug gesteund werd)

Bij zijn verlof in België heeft uw organisatie de Brug de som van 31.000 Bf. toegewezen aan E.P. No-tenboom voor sociale werken. De pater had gedacht de schoolgebouwen die vervallen waren, te her-stellen. Men is de werken begonnen, maar een algemene staking is ertussen gekomen en al de func-tionarissen zijn niet betaald geworden gedurende 6 maand.
De miserie is over ons gekomen. 6 maand zonder loon, dat is niet leefbaar. Daarom heeft de pater gedacht dat het heber was te mensen te helpen in plaats van verder te bouwen.
Hij heeft ons bijeengeroepen om te verdelen wat hij had voor onze 23 families. Iedereen kreeg 86.000.000 Zaïres, wat neerkomt op 3 maandlonen.
Ondertussen voorziet hij 2 leraars om onze kinderen uit het zesde leerjaar nog te kunnen blijven on-derwijzen.
De details over de uitgaven vindt u in bijlage.
Na zoveel miserie weten we niet hoe hard we u moeten danken voor dit zo welgekomen geschenk, dat nu veel zoveel problemen oplost.
Wij danken u hiervoor van harte.
Hopende op een openhartige en blijvende vriendschap bieden we u onze oprechte gevoelens van dank aan.
De directeurs van de school: Ntoto Nasanu.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - Paasmaandag 1993

Hartelijk dank voor uw brief. Van trouwe vriendschap gesproken Eerst en vooral een Zalig Paasfeest
Ook van harte dank aan de vele families die ons via de Brug steunen en die ons 31.000 Bf bezorgden. Wat een pak geld van al die mensen uit Kalmthout. Amaai
Ik heb al geschreven naar al die mensen.
Ik heb nu ook een Centre Nutritionnel voor kleine kinderen die ondervoed zijn: ze zijn met zo’n 20-tal. In principe mogen ze een maand gratis komen eten maar als het erg is wordt dat verlengd. Dat is om de moeders te blijven motiveren, anders zorgen ze niet meer voor hun kinderen. Met een deel van het geld kan ik 4 à 5 maanden mijn ‘bloeikes” van kinderen eten geven.
Ook heb ik een deel van het geld gebruikt om mijn twee lagere scholen wat te verbeteren. Bij één schooltje moest ik een muur laten bouwen van 40 m., maar één zak cement kost al 25 milj. Voor het andere schooltje heb ik deuren laten maken.
Ook heb ik een deel van het geld gebruikt om de onderwijzers te betalen die al meer dan 4 maanden niet meer werden uitbetaald. Het is eigenlijk een voorschot dat ze dan later eventueel kunnen terugbe-talen. Enfin, het is een kwestie van honderden gaten te vullen.
En soms droom ik dan nog...
Ik heb 1000 kinderen op de lagere school die in krotten zitten. Ik heb nog ergens een erfenisje in het verschiet van een braaf moederke: ik zou dat graag besteden aan die kinderen. Maar een zak cement kost hier 33 mlj. Zaïre (dat is 500 Bf.). Maar ik ga het toch proberen. Ik heb nu ook een boekhoudertje die alles heel goed op papier zet. Ik heb een tiental projecten en dan is boekhouding absoluut nood-zakelijk om te zien waar ik iedere maand aan toe ben. Ik breng dat allemaal wel mee als ik in augus-tus op controle kom.
De Goede Week is echt fantastisch geweest: iedere avond volle bak. Een triduum over de passie van Jezus met video. Gisteren een grote Kruisweg en officie van 14 tot 20 u. aan één stuk! De mensen zijn niet kapot te krijgen ongelooflijk!!! We zijn eerst naar de gevangenis geweest met een 500) tal mensen: iedereen had ‘iets’ mee: enkele vruchten, een oliebolletje, een broodje, een kleedje... aan-doenlijk. We zijn met zijn allen de gevangenis binnengegaan. Ik had nog een oud TV-toestel en een radiocasette, enkele bijbels... Gelukkig dat die mensen waren... Daarna trokken we door de regen naar het Sanatorium.
Binnen een uurtje hebben we de Nachtwake en de mensen stromen al toe... Het zal wat zijn!
We gaan voor U bidden, uit dankbaarheid... Laat ons niet los hé!
In ieder geval hartelijk dank aan de Brug voor de regelmatige hulp.

Correspondent: Paula Ansoms

Essen - 1 december 1992

Gisteren nog kreeg ik een telefoontje van mijn correspondente Paula Ansoms om me nog eens uit te nodigen een van mijn projecten voor te leggen.
Jullie worden echt een ferme BRUG en niet zomaar een noodbruggetje. Hartelijk dank voor jullie sym-pathieke steun en vriendschap. We hebben dat allemaal hard nodig
De 17e van deze maand ga ik weer terug. Het wordt mijn 34e jaar in Zaïre. Deo Gratias I
Sedert oktober 1991 is er iets veranderd. We hebben toen een grondige plundering gekend van onze stad gedurende 3 dagen. Simpel gezegd we zijn nu een simpel dorp geworden van ± 130.000 inwo-ners. We hebben nu geen winkels, hotels of banken meer. Onderwijs is in staking. Hospitalen op punt zero.
Overal waar ik rondom mij kijk is het een volledige CHAOS. Ik doe door met mijn 103 gevangenen, met 57 TBC’ers, gehandicapte kinderen en meer nog. Ik ben daarnaast ook verantwoordelijk voor 2 lagere scholen met ± 1.000 kinderen. Die blijven nogal gemakkelijk in de kou staan. Ik zou voor hen deze keer iets willen doen, by. wc’s, banken, ramen, deuren repareren. De belabberde gebouwen zijn daar hard aan toe. Ook aan een vleugje kalk. Dat zou dus mijn project worden: het opknappen van de lagere school.
Ik zou U heel dankbaar zijn moesten we voor die kinderen iets mogen doen.
Dank ook voor de sympathieke kaasavond. Ik kreeg daar uitgerekend een aanval van malaria (38,7°). Maar dat is weer voorbij.
Tot ziens en schrijfs en dank u wel.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - 28 april 1992

Het is vandaag dinsdag 28 april, 4 uur in de morgen. Het is onwezenlijk stil in en rondom de missie. Ik weet ook niet waarom ik zo vroeg ben wakker geworden, maar het komt me wel goed uit. Om 9 uur vertrekt een kennis naar Kinshasa om zondag naar Brussel te vliegen. Dus... hoe zou ik van deze ge-legenheid niet profiteren om even bij ieder van U binnen te wippen en mijn “eerste” verhaal te doen.
Onze missie is nu het enige “motel” van de stad voor vreemdelingen; de 4 hotels zijn of wel verbrand of volledig geplunderd.
Maar eerst wil ik zoveel mensen in mijn “vakantieland” bedanken. Ik heb een “onwezenlijk” jaar achter de rug sedert 16 maart 1991:
1. het maandenlange zoeken naar een diagnose van mijn ziekte... enkel de 5de specialist, na een scanneronderzoek, kon me uiteindelijk vertellen dat Ik met een hersentumor zat.
2. de operatie en dan 5 weken ziekenhuis... de nooit volprezen toewijding van mijn zuster die “iedere dag” mijn beste ‘geneesvrouw” was. De onvergetelijke steun van familie, vrienden en confraters. Ik zie U nog allemaal voor mij , één voor één... Het “meesterwerk”” van Dr. Offeciers,... de uitste-kende verpleging. In één woord: een énige ervaring van wat liefde en toewijding is tijdens een moeilijke tijd.
3. de opvang bij mijn broer en zus... van maart tot november... de ontelbare telefoontjes. Ik zal daar nooit genoeg “dankbaar” om kunnen zijn.
4. tenslotte de eindfase van 5 maanden als het ware in de armen van Walter Cornellie, méér dan een vriend, een broer. Hij had voor mij de juiste therapie gevonden: “Laat de Jan maar betijen”. Ik kreeg een mooie kamer en de gelegenheid me terug te trekken.
Ik zat in een vreemde situatie: ik was uit België “uitgegroeid”. Een vreemde in mijn vaders huis. Weg uit mijn zo’n actief leven in Zaïre. Fors gehandicapt met mijn oog, totaal vreemd in de nieuwe liturgie. Ik kende niet één liedje in de Kerk.
Ik moest mijn kaakverlamming leren aanvaarden. Er kwam maar geen verbetering in. Ik voelde me “misvormd” en gegeneerd in het bijzijn van mensen. Dat aanvaarden, psychisch, vraagt tijd.
Walter en de “zijnen” uit de Gierstraat hebben dat zo delicaat begrepen. Ik dank hen daarvoor uiter-harte.
En toen kwam het bevrijdend woord van Dr. Offeciers: ik mocht terug naar Zaïre.
De mensen die me goed kenden, weten wat dat voor mij betekende, anderen dachten dat ik zot ge-worden was. Maar in het Credo van onze geloofsbelijdenis staat: “Hij is verrezen en neergedaald in het dodenrijk”. Dat zijn de twee grote bewegingen van het Paasmysterie in afwachting van de “glorifi-catie”, maar dat zien we dan nog wel.
En toen pas kroop Ik uit mijn “konijnenpijp” !!!
Van rups kon ik terug vlinder worden...
Zoals de jonge Tobias kreeg Ik van O.L.Heer een reisgezel: Eric Van Meel. Wat die jongen voor mij gedaan heeft... Overal zijn we naartoe gereisd om niet met lege handen in Zaïre toe te komen. Ik ben hem daar héél dankbaar voor, ook zijn moeder, vader en broer. Zo’n gastvrije mensen


En nu het verhaal van mijn “JOYEUSE ENTREE”

Zaventem 23 april. De plechtige uitvaart! Lidy en Sus natuurlijk, Mieke en Wim, Marcel en Renilde, de families Piron en Recko, de Gierstraat “au grand complet”, Marie Kerremans en Marie De Hert, Lieve en Ellie uit Overijse, Br. Mark en Pater John, Annie Bijloos en haar zoon...
Wat deed dat deugd
En plots gebeurde er iets heel vreemds. Pater John gaf me een brief met een adres dat Ik niet ken-de... Het bleek te komen van een dame die ik tweemaal gesproken heb. Ik opende die enveloppe en... “10 gezichtjes van G. Gezelle” (50.000 Fr.) daar in, voor mijn “kinderen” in Zaïre! Ongelooflijk! Een af-scheidsgeschenk van O.L.Heer.
Hoe moet Ik het anders noemen ?...
En daar gingen we... “T.V. zien”...alle lieve mensen in... oktober als Ik terug kom voor onderzoek.
Het ‘enige’ vliegtuig van Air-Zaïre wachtte ons op. Ik moest lachen.
Bij ons zouden ze zeggen een echte FULA-FULA, zo van die gammele camions zoals we die in Afrika kennen.
Vuil, hier en daar de bekleding overplakt met wat van.gelijk wat, geen leeslampjes meer, geen kus-sens of dekens voor nacht, service: NUL,... de toiletten: NEE, dank U wet. Voor de helft vol!
Ik dacht: als we daar maar goed mee aankomen, het kraakte als een skelet!
Eten: overschot van andere maatschappijen geloof Ik. Ik vraag een lepeltje voor de koffie en ons hos-tesske zoekt in de af was of er nog eentje bijlag en vlug wat afgeveegd aan haar rok... “S’il vous plait, mon Père”... en dat allemaal met een hemelse glimlach. Où est Ie problème ?

AIR-ZAÏRE = LE SOURIRE EN PLUS en daar is alles mee gezegd!

Ndjili 5u30 (1 u. vroeger dan in België)
Een ongelofelijke warboel. Geen twijfel mogelijk: dat is Kinshasa!
Ze begonnen met mijn pas af te nemen omdat Ik geen retourbiljet had. Dan de 2 valiezen die Ik een week tevoren bij Scheut had afgezet waren niet op de band. Ga ik die nog terug zien? Al mijn ajuin-zaad zat daar in, kaas, vIees... Ik zit er echt verveeld mee. Afwachten maar. Ogenschijnlijk zag Kins-hasa er nogal goed uit. Overal veel groen, markten op straat, verkeer en lawaai.
Blij de confraters terug te zien in Righini en Kintambo, dan naar de Provinciaal van Scheut waar ook Gaston Ribbens was voor een vergadering, naar een paar vrienden en dan… naar MBANZA-NGUNGU!!!
Het was al 8 u. ‘s avonds. De weg was “weg”. Alhoewel er gewerkt wordt met zand. Een enorme re-gen. Rond 10u30 kwamen we hier aan met P. Jean-Pierre, mijn confrater, die me was komen afhalen met Jef Nsimba, de pharmacien.
Mbanza~Ngungu sliep.
Zaterdagmorgen. Na de H.Mis “grand acceuil” door de moeders van het Legioen van Maria met zang en gebed zoals ze dat kunnen, maar daarna viel het me op dat iedereen zo triestig was en zo fel ver-magerd. De hele dag was het dan een ononderbroken processie.
“Pater” zeiden ze, “gelukkig dat ge hier niet waart tijdens de revolutie. Het was niet mooi om te zien. We zijn allemaal dieven geworden. Het was allemaal zo onwerkelijk. Alles is gestolen, tot de asbak, tot de draden van de leidingen toe..
Mbanza-Ngungu is een spookstad geworden... Wat ik al gehoord en gezien heb deze dagen!
De gehandicapte kinderen zijn er erg aan toe. Ik moet daar vlug iets aan gaan doen.
De gevangenis is een HEL. Gisteren zijn er nog 21 ontsnapt. Er blijven nog 57 uitgemergelde over.
Sedert oktober hebben ze geen frank toelagen meer gehad !!!
Het hospitaal... vooral de TBC-Iijders onbeschrijfelijk...
Het staat allemaal op het programma van deze week. De scholen zijn ook nog steeds gesloten.
Iedereen kijkt nu uit naar Mgr. Mosengo en de Conference. Hij is de nieuwe MOZES, zeggen de men-sen. Moge het waar zijn, maar de toestand blijft héél precair.
Er kan nog van alles gebeuren. Het leger is in totale anarchie. Hel volstaat ze een week te laat te be-talen en de crisis kan weer beginnen Maar laat ons optimist zijn.
De mensen snakken naar verandering, naar een normaal leven.

Dat is het voor deze eerste keer. Tot volgende maand, hoop ik!
Het is intussen 6u15 geworden...
Goede morgen en tot ziens!

Correspondent: Paula Ansoms

Brussel - maart 1992

Vanuit Brussel kom ik U deze keer een Zalig en Gelukkig Nieuwjaar toewensen, met mijn hartelijkste dank voor alles wat jullie met De Brug deden. Wat een steun!
Ik hoop dit jaar terug te kunnen, zodra de dokters akkoord zijn. Maar ik ben nog altijd pastoor van mijn parochie, zelfs op afstand. Mogen we ook dit jaar nog eens aankloppen a.u.b. Ik heb nog 1.000 kinde-ren op de lagere school en ik zou graag iets voor hen doen.
Tot ziens.

Correspondent: Paula Ansoms

Kalmthout - mei 1991

Verslag over het bezoek van Pater Jan:
Donderdag 30 mei brachten we een gezellige avond door in het parochiecentrum van Achterbroek. Hij vertelde ons de geschiedenis van Zaïre. Het leven voor, tijdens en na de kolonisatie.
Momenteel is er in Zaïre een zeer grote inflatie en steeds toenemende armoede. Zaïre heeft onze hulp erg nodig.
Ook vertelde hij ons over zijn werk voor de gehandicapten en de gevangenen.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - oktober 1990

Heel hartelijk dank voor uw brief van 25 september. Jullie zijn heel formidabel als thuisfront voor de missionarissen! Wat een steun ! Eigenlijk zijn het jullie die hier zoveel doen voor onze mensen, wij zijn enkel uw handen.
Afrika zit in de ellende. Het zal altijd een zorgenkind blijven. Daarom moeten wij hier meer dan ooit blijven, want we zijn hier echt nog nodig.
Ik zit met wat problemen met de gezondheid, die evenwichtsstoornissen. . . Maar het is niets in verge-lijking met de miserie van de mensen. Dus laat me dat klein kruiske maar dragen.
Ik hoop in maart of zo langs te komen.
Nogmaals dank voor uw inzet en edelmoedigheid.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - september 1990

Allereerst mijn hartelijke groeten. Verontschuldig me dat ik zo lang liet wachten op een antwoord. Ik ben al drie maanden niet goed.
Eerst een slepende malaria en nu heb ik evenwichtsstoornissen. Het zit in het labyrint van mijn oren. Dat zal nog maanden aanslepen. Daarmee ben ik hopeloos ten achter met mijn correspondentie en ik schrijf heel slecht…. zoals ik loop.
Ik heb nu dank zij uw steun de maaltijden hervat voor de gevangenen: maniok, bonen, vis en groen-ten. Ze zijn in de wolken. En ik met hen. Heel veel dank aan de Brug.
Mijn FOYER voor gehandicapten is ook af. Ik moet het nu nog meubileren.
Als er nog wat afvalt van uw fonds beveel ik U dat erg aan. Alles wordt hier kostelijk. Maar met een 20.000 Fr. zal ik alles kunnen doen. Maar ik stel me op de laatste plaats hoor!
Wat jullie doen betekent zo veel voor ons.
Ik ga nu maar stoppen. Nogmaals heel hartelijk dank voor alles wat jullie doen voor de allerarmsten.

Correspondent: Paula Ansoms

Mbanza-Ngungu - december 1989

Verleden zomer kregen we Jan Notenboom op bezoek. Voor velen van ons was dit een eerste ken-nismaking met Pater Jan en zijn werk.
Pater Jan is Essenaar, redemptorist en sedert 1959 werkzaam in Zaïre. Hij was werkzaam als brous-sepater, animator van het Pastoraal en Liturgisch Centrum van het bisdom Matadi. Hij stichtte ook de Zaïrese tak van zijn congregatie die nu een 25-tal inlandse leden telt.
Sedert 1987 is hij pastoor in Mbanza-Ngungu, het voormalige Thiisvilie. Hij woont er samen met pater Gaston Ribbens uit Achterbroek, die hem opvolgde als vice-provinciaal.
Naast zijn pastorale taken houdt pater Jan zich bezig met gehandicapte kinderen, boeren, TBC-lijders en gevangenen.
Aan “de Brug” vraagt hij speciaal hulp voor zijn gevangenen, die in de erbarmelijkste omstandigheden leven. De meeste zijn kleine mensen, die sterven van honger, TBC, oedeem.
Niemand denkt aan hen. Voor 1.500 fr. zou hij hen wekelijks een maaltijd kunnen aanbieden. Het is niet veel, maar voor die mensen betekent dat al veel.
Vele kleine druppeltjes kunnen ook een hete plaat wat afkoelen.

Correspondent: Paula Ansoms

Nota
Zijn werk voor de gehandicapte kinderen hebben we vorig jaar van naderbij kunnen bekijken in Pano-rama en een Nederlandse Tv-uitzending.
Voor deze gehandicapte kinderen is er in Essen ook een speciale Jan Notenboomactie geweest. Met deze steun worden rolstoelen en prothesen gefabriceerd, operaties betaald. medische begeleiding verstrekt en aangepaste beroepsopleiding verschaft.