Jan Lens


Adres

Manoharabad - India
Adres: LENS Jan, SDB, Sacred Heart Novitiate, Don Bosco Manohara Nivas, MANOHARABAD - 502 336 Kalakkal P.O., Medak Dt., Andhra Pradesh, India

Leven en werk

Jan Lens is een Salesiaan van de orde van Don Bosco. Deze orde werkt hoofdzakelijk voor de werkende jeugd.
Het eerste project was tijdens zijn verblijf in Haiderabad. Jan droomde reeds lang van een "Youth Centre", een jeugdcentrum, dat door Caritas Nederland en 11.11.11 ware gestalte kreeg. In dit jeugdcentrum zijn naaiklassen, een bibliotheek en medische hulp ondergebracht. Hiernaast startte Jan nog met een middelbare school.
Jaar na jaar schreef hij ons over de schrijnende nood in een Indiase grootstad. Mensen die verhongerden of op straat sliepen. Het gestorte geld van "De Brug" ging hoofdzakelijk naar deze dringende nood.
Na 7 jaar in Hyderabad te zijn geweest werd Jan gevraagd om in Vijajawada in Gunadala met een aspirantaat te beginnen. Dit seminarie is Jan werkelijk met niets begonnen. De eerste seminaristen sliepen in loofhutten waar het binnenregende.
Bouwen werd voor Jan dus een noodzaak. Wij mogen schrijven dat, mede door de steun van "De Brug", het seminarie voltooid is. Dit wil hoegenaamd niet zeggen dat Jan onze steun niet meer nodig heeft.
In 1988 is hij immers terug naar Hyderabad gegaan, waar hij terug bouwplannen voor een technische school heeft.

Brieven

Manoharabad - zomer 2004

"Mijn beste mensen, vanaf 1949 leef ik in India, en goddank ben ik nog altijd werkzaam voor zover ge dat van een 82-jarige kunt verwachten. Op 24 mei hebben 14 novicen hier hun eerste geloften afgelegd als Salesianen van Don Bosco. Ze waren met 19 begonnen, 5 hebben het onderweg opgegeven. Een andere groep van 14 zijn het novi-ciaat begonnen, zo gaat ons werk in India vooruit. Europeanen zijn er niet meer, ik ben de enige 'blanke' hier in Andhra Pradesh. Zo moet het zijn. In India zijn we -verschiet niet- met 2500 Salesianen aan het werk. En ik zeg : aan het werk, want stil zitten we niet. Zo zijn we nu, in Hyderabad-stad een beroepsschool aan het bouwen voor straatjongens -hier zeggen we : voor YAR (youth at risk). In heel India zijn we gekend als jeugdwerkers.
De verlofperiode is nu ook achter de rug. Verlof valt hier samen met het heet seizoen april-mei, en zelfs de moesson belooft beter mee te werken dan voorheen. We hebben een drietal jaren droogte achter de rug, dat was ook heel erg voor de gewone mensen hier, maar dat schijnt hier ook achter de rug te zijn.
Ik dank u voor uw jarenlange hulp, en ik wens u Gods zegen, voor u persoonlijk en voor allen die u dierbaar zijn."

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 12 maart 2002

Dank u!
Vandaag kan ik u laten weten dat de 1586,52 euro van de Brug goed toegekomen zijn!
Ge weet zeker wel wat er in Gujerat gebeurd is. Vandaag moet bet opperste gerechtshof besluiten of de Hindoes het recht hebben een tempel te bouwen in Ayodoya op de plaats waar ze in ‘92 een tem-pel hebben afgebroken. Hoop maar dat het vuur van Gujerat niet uitslaat naar heel India!
Nog eens: DANK U ALLEMAAL!

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 1 maart 2002

Ik ontving het tijdschrift van de Brug. Dank u.
Op blz. 7 lees ik dat het u kosten kan besparen als uw tijdschrift per e-mail kan ontvangen worden. E-mail is hier nieuw, ik weet nog niet hoe dat gaat werken met 9 ‘power-cut’ per dag, maar u mag het proberen. Mijn adres is: dbmano@hb2.vsnliin, t.a.v. Pater Jan Lens.
Op blz. 10 lees ik dat mijn project op de wachtlijst staat. Is dat niet veranderd na mijn laatste brief naar u?
We hebben ondertussen een geologist in huis gehad om de beste plaats te bepalen voor een nieuwe ‘borewell’. Het zal wel 500 voet diep moeten zijn, en hoe dieper hoe kostelijker, ook de pomp zal veel sterker moeten zijn.
Hier is ongeveer de kost, als het met minder kan, zoveel te beter.

35 Rs voor de eerste 200 voet 7.000
45 Rs voor de volgende 100 voet 4.500
55 Rs voor de volgende 100 voet 5.500
65 Rs voor de volgende 100 voet 6.500
Casing materials 15.000
pump and motor 30.000

Totaal: 68.500 Roepies. Mag dat?
Nogmaals dank aan De Brug voor alles.

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 21 januari 2002

Hartelijk bedankt voor uw brief en voor wat u me schrijft over mijn project. Hier is mijn antwoord.
Ik laat het volledig aan u over mijn project te formuleren. Wat betreft de twee waterputten, we hebben uitdiepen opgegeven, er moet een nieuwe put geboord worden om genoeg water te hebben, mis-schien wel 350 voet diep. We zitten nu op de ‘water diviner’ te wachten, die ons de juiste plaats moet aantonen waar er water is in de ondergrond. Zonder die put kunnen we geen volledig gebruik maken van de grond die we hebben. Op ‘t ogenblik trachten we enkel in leven te houden wat we al hebben.
Dan, onze jeep, die is ook oud. We wonen hier 45 km. weg van de stad. Mijn voorgangers hadden de-ze plaats uitgekozen om van onze novicen, die ons zullen moeten opvolgen, geen stadsmensen te maken, maar mensen die de miserie van de dorpen leerden kennen. Dat is alles goed en wel, maar arm leven is kostelijk, voor bijna alle inkopen, voor medische hulp, voor alle contacten moet ge naar de stad - zelfs als de mensen hier dringend naar het hospitaal moeten is er maar een vervoermiddel: onze jeep. Misschien kunt u als project enkel de waterput of enkel de jeep opgeven, of allebei, Ik laat het aan u over.
We betalen nu een man die in onze naam de dorpen bezoekt om te zien of de kinderen naar school gaan, en waarom ze niet gaan, en of er oudere mensen zijn die misschien recht hebben op een staatspensioentje, om de zieken de weg te wijzen waar ze hulp kunnen vinden, om de arme boertjes raad te geven, om naar de burelen van het gouvernement te gaan voor formaliteiten, enzovoort. Alle-maal dingen waar wijzelf geen tijd voor hebben. Misschien zouden die onkosten ook goed zijn om een project te maken.
De regering in België maakt het u niet gemakkelijk met al hun voorwaarden... In India is het niet beter. Er is een voorstel van wet, nog niet gestemd, maar wel goed op weg, dat al degenen die vreemd geld aankrijgen het niet alleen maar op één banknummer kunnen ontvangen (dat is al zo), dat we jaarlijks een afrekening moeten bezorgen aan het Home Ministry (dat doen we nu ook al), maar dat we boven-dien eerst toelating moeten aanvragen om de centen te kunnen ontvangen en dan in het dagblad pu-bliek moeten maken, wat we ontvangen hebben en hoe we de som hebben gebruikt.
Beeldt U in dat iedereen te weten komt dat er hier een rijke pater is die geld ontvangt uit bet buiten-land: wat doet hij ermee? Kan hij niet meedelen? Enzovoort. Het is zo ver nog niet, maar dat is waar ze op aansturen.
Ja, de toestand hier is erg gespannen. Hindoes en Moslims zullen nooit overeenkomen. Dorpen tegen de grens aan zijn al ontruimd. Gelukkig is dat ver weg van ons. Mijn beste wensen voor uzelf en voor al de mensen van de Brug.

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 1 september 2001

Bedankt voor uw brief en de formulieren. Het geeft me de kans om terug te schrijven.
Zoals ge kunt zien heb ik uw centen deze keer wel degelijk aangekregen. En nu is er me een licht op-gegaan Uw geld werd verzonden door individuele personen, en dat is waarschijnlijk de vorige keren ook zo gebeurd. DMOS in Brussel zendt me enkel de namen van de weldoeners, maar als er niet bij-staat dat het geld van de Brug komt, dan kan ik het ook niet weten. Het zou goed zijn dat de Brug me de namen bezorgt van de personen die het geld opsturen, dan kan ik de Brug bedanken, en niet al-leen de tussenpersoon.
Ik zou heel gaarne op het lijstje van de Brug blijven staan, al kan ik geen grote projecten meer uitwer-ken. Tracht me te verstaan: ik ben hier de enige buitenlandse tussen al mijn Indische medebroeders, de enige rijke westerling die zou kunnen helpen met de vele plannen waar ze meer rondlopen: de straatkinderen van Hyderabad, studiekosten van arme jongens, de gevolgen van de droogte, enz. Ik weet wel waar ik het geld best zou aan kunnen besteden. Maar ik versta dat ge een bepaald project moet hebben, en daarom stel ik voor dat ge me helpt met wat tegenwoordig mijn hoofdbezigheid is: boeken inkorten, vertalen en drukken. Ik stuur u mijn boek over Don Bosco, zo kunt ge zien dat ik niet stilzit.
Ik dank u en al uw Bruggelingen voor wat ge voor ons doet. Spijtig dat ik te stijf ben om nog eens langs te komen. Inge, hou u sterk!
Met Gods zegen.

Projectvoorstel voor 2002
Volgende maand word ik 80 en ge verstaat dat ik geen grote projecten meer kan uitwerken.
Ik hou me vooral bezig met lesgeven en met vertaalwerk, literatuur beschikbaar maken die nodig is voor de opleiding van mijn jonge medebroeders. Nu en dan wordt er zo een werkje van mij gedrukt (Inge kan u het boek laten zien dat dit jaar gereed kwam). Maar boeken drukken kost centen en het geïnteresseerd publiek is beperkt.
Kan de Brug me toelaten hun geld te gebruiken, ook voor dit Doel? Niet uitsluitend, want er zijn zo-veel andere noden.

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 11 november 2000

Bedankt voor uw brief van 30 oktober en maar ineens bedankt voor al wat de Brug voor ons doet.
Ik correspondeerde met Luc Dc Schepper, maar ik weet niet wat hem overkomen is. Hij is getrouwd, dat weet ik wel, maar mijn laatste brief kwam terug: ‘woont niet meer op hetzelfde adres’
Er schijnt ook iets verkeerd gegaan te zijn met de centen. Luc vroeg of ze aangekomen waren en ik kon hem geen 100 % verzekering geven. Om alles niet te moeten herhalen kopieer ik hier wat ik al naar de Brug geschreven heb (zie boekje nr. 4 van 2000). Dat bedrag is zo uitzonderlijk dat ik Comide vroeg of het een vergissing was, maar ze verzekerden me dat het juist was. Ja, het project blijft het-zelfde, ten andere, uw steun moet wel hier verbruikt worden want we hebben aan het ministerie ver-klaard dat al het geld dat ons van het buitenland toekomt gebruikt wordt als ‘maintenance for the novi-ciate’, en dat moet ook bewezen worden.
Maar dit en het volgende jaar moet ik ook geld opzij leggen om een nieuwe jeep te kopen, want onze tegenwoordige jeep wordt kostelijk aan reparaties. We zitten hier in een minidorpje en voor bet minste moeten we naar de stad Hyderabad, die 45 km weg is. Bedankt en tot een volgende keer. Groeten!

Correspondent: Inge Beyers

Manoharabad - 13 november 1999

Ik kreeg de Brug aan, oktober 1999, en op de groene omslag stond geschreven ‘graag bevestiging ontvangst geld en nieuw project”. Mijn project is niet veranderd, het is zoals ik u in september ge-schreven heb: ik zou dit noviciaat selfsupporting willen maken en dan nog overhouden om de mensen rondom ons te helpen. Wij sturen kinderen naar school, betalen meesters voor avondklassen, helpen de armen op alle manieren, helpen jongeren met sport, enz...
De ontvangst van uw geld bevestigen dat kan ik bijna zeker, maar niet helemaal zeker doen. Ik kreeg wel een belangrijk grote cheque aan en uw was daar waarschijnlijk inbegrepen, maar op een cheque staan geen namen van weldoeners, dus helemaal zeker kan ik niet zijn. Het geld komt langs Brussel (COMIDE, Leopold 1I-laan, 195). Normaal laten die mensen me maandelijks weten of er geld voor mij is binnengekomen, en van wie het komt, zodat ik mijn weldoeners kan bedanken, maar hun brief (brieven ?) voor de maanden juni en juli is nooit toegekomen. Ik vroeg toen of ze een kopie wilden zenden van de brief die niet toegekomen is en op 30.9.99 verzekerden ze mij dat ze dat gedaan had-den, maar dat is tot nog toe hier ook niet aangekomen ik verwacht het eigen!ijk niet meer. Dus, zijn uw centen aangekomen? Hoogstwaarschijnlijk wel, maar absolute zekerheid kan u enkel krijgen als u contact opneemt met Comide.
Voor de rest: de Paus is naar India gekomen en heeft enkele waarheden gezegd die hier niet gaarne gehoord worden: over vrijheid van geweten en van godsdienst en het recht dat we hebben om over ons geloof in publiek te spreken.
Verder hadden we een supercycloon in Orissa, dat is al een goede week geleden en ze zijn de doden nog aan het tellen (wind van 220 tot 240 km per uur, daaraan weerstaat niets).
Met mij is alles goed.
Groeten aan iedereen van de Brug.

Correspondent: Luc De Schepper

Manoharabad - 13 september 1999

Ik kreeg ‘De Brug’ aan van augustus 1999 en tot mijn grote schaamte stel ik vast dat pater Lens hele-maal niet vermeld wordt - mijn eigen schuld, sorry. Proficiat aan het nieuwsgetrouwde koppel!
Nu mijn verontschuldigingen: ik word oud en ik ben de laatste maanden echt ziek geweest, niet ziek genoeg om naar een hospitaal te moeten, maar wel dat ik enkel het hoognodige kon doen. Nu is het een beetje beter, dus vandaar deze brief.
Ge weet dat Ik hier in een noviciaat zit en hier klas geef (als het gaat). De hulp die ik aan de Brug vroeg is om dit huis self-supporting te maken; eigenlijk ook een beetje om de mensen rondom ons te kunnen helpen. Er zijn in Manoharabad nog twee andere noviciaten van zusters en de novicen en hun oversten zijn de enige christenen in Manoharabad en in het ronde. In het begin waren we niet erg wel-kom, ze hadden argwaan wat komen die christenen hier doen? De wind van de politiek blaast tegen, in veel plaatsen worden kerkjes en huizen van christenen in brand gestoken. Er doen heel wat horror-verhalen over christenen de ronde, verhalen die gemakkelijk geloofd worden omdat men ons niet kent. Langzamerhand begint dat hier te veranderen omdat wij aan hun miserie niet zomaar voorbijgaan.
De steentjes tegen slangenbeten (van de Witte Paters) doen wonderen. We betalen ook enkele mees-ters om extra lessen te geven aan kinderen die op school niet kunnen volgen. Onze novicen gaan naar de dorpjes om kennis te maken met de jeugd. De deur is altijd open.
In mijn rondzendbrief van 24 mei schreef ik u dat er nieuwe verkiezingen gingen komen, de derde in drie jaar. Als alles meevalt hebben we in oktober een nieuwe regering. Wat gaat het worden?
Dank aan de mensen van de Brug.
Ge ziet dat ik nog niet dood ben, al komt dat ook wel eens.

Correspondent: Luc De Schepper

Manoharabad - 6 juni 1999

Het boekje van de Brug, april 1999, is hier goed aangekomen – bedankt! Ik lees daar dat mijn project voorgesteld is, Ik hoop nu ook maar dat het aangenomen wordt.
Hier in India gaat het goed en slecht tegelijkertijd. Goed, omdat Ik al mijn werk kan doen zonder hin-dernis - als ge leest hoe het op andere plaatsen gaat dan zitten we hier in een aards paradijs.
Maar ook slecht. We kunnen niet zeggen dat de christenen vervolgd worden, maar we kunnen ook niet zeggen dat we eerlijk behandeld worden. We worden verdacht gemaakt en nagekeken.
We hebben hier een oorlog (?) met Pakistan: Pakistan heeft Kashmir geïnfiltreerd en nu zijn we die binnendringers aan het buiten bombarderen, met dagelijks veel slachtoffers aan beide kanten. Maar ja, India is groot, en wij voelen er eigenlijk weinig van.
We staan weer eens voor verkiezingen in september, de derde keer in drie jaar.
Zo was het ook dit jaar een uitzonderlijke zomer. Ergens in Rajastan was het zelfs 47 graden heet, maar eerlijk gesproken, in Manoharabad was het weer zeker draaglijk.
Nu weet ge dus weer eens iets van mij. Ik heb u ook een rondzendbrief gezonden, hebt ge die aangekregen?
De groeten en dank aan u en aan iedereen van de Brug.

Correspondent: Luc De Schepper

Manoharabad - 17 september 1998

In het rode boekje van de Brug (juist aangekomen) las ik dat er voor lange tijd geen post meer is van mij. Ik word nu wel oud en mijn kokernoot begint te verslijten, maar ik heb u zeker 2 brieven gestuurd: 1. om te bedanken voor de centen die ik aangekregen heb en 2. een rondzendbrief naar iedereen (in mei-juni).
Ik moet er bij zeggen dat in ons dorpspostbureel van Manoharabad er heel wat post verloren gaat. “Postbureel” is een groot woord: één kamertje dat ook door de familie van de postman gebruikt wordt, met als enige meubilering een tafel en een stoel die het geschenk zijn van mijn voorganger van 2 ja-ren geleden. Zoals ge kunt zien aan mijn adres laten we onze brieven nu aankomen in een ander dorp - dat schijnt beter te zijn.
Over het project gesproken: ik zit hier in ons Salesiaans noviciaat voor Andhra Pradesh. Wij moeten totaal zelfstandig zien te worden, eigen groenten en fruit kweken en de overschot kunnen verkopen om de andere rekeningen te kunnen betalen. Het zal nog wel een tijdje duren voordat we zover zijn - we hadden dit jaar ook onvoorziene doktersrekeningen die hoog opliepen.
Ik vraag DE BRUG te helpen voor de ‘maintenance’ van dit noviciaat. Gelukkig hebben we hier roe-pingen, dus opvolgers en uitbreiding, onze 16 novicen zijn de hoop voor de toekomst.
Wat Ik hier doe? Ik geef enkele klassen en er zijn 2 andere noviciaten van zusters dichtbij, die hebben onze hulp ook nodig. Voor de rest hou Ik me bezig met vertaalwerk.
Nu en dan word ik gewaar dat ik tegen de tijd dat deze brief bij u aankomt al 77 jaren jong zal zijn. De benen willen niet meer mee, nu en dan protesteert het hart, maar we doen wat we kunnen.
Beste wensen aan alle mensen van De Brug!

Correspondent: Luc De Schepper

Manoharabad - 14 februari 1998

Op de omslag van het boekje van De Brug staat geschreven dat ge al 2 keren geschreven hebt en geen antwoord hebt gekregen. Is het echt zo? Ik ben gewoon altijd onmiddellijk mijn brieven te beant-woorden, en voor u maak Ik geen uitzondering. Maar het is zeker dat de post onbetrouwbaar is: giste-ren nog, per luchtpost, kerstwensen aangekregen.
Ik ben dus zo goed als ‘op rust’ in ons Noviciaat. We hebben 15 novicen die hopelijk ons werk zullen voortzetten. Dit huis heeft geen vast inkomen, dus zou ik uw centen willen gebruiken om dit noviciaat te onderhouden. We hebben wel een hof hier, die nog wild staat, en we hopen wel dat dit in de toe-komst ons gaat helpen, maar zelf om er iets van te maken zijn er centen nodig - bijvoorbeeld enkel om genoeg water te hebben.
De groeten aan iedereen van De Brug en nu hoop ik maar dat minstens deze brief u goed toekomt.

Correspondent: Luc De Schepper

Manoharabad - december 1997

Ik wens de leden van de Brug een Zalig Kerstfeest en een Gelukkig Nieuwjaar .

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 29 mei 1997

Ik kreeg het boekje aan van De Brug, april 1997.
Tot mijn verbazing zag ik dat onder het hoofdstuk “Voorgestelde projecten” er voor mij geen project vermeld staat. Ik word oud en ik vergeet, maar is was toch overtuigd dat ik u over mijn plannen inge-licht had.
In ieder geval, dit is wat ik te doen heb: de plaats waar ik ben (Don Bosco, Gunadala) is een “aspiran-taat” voor jongens die eraan denken Salesiaan te worden. Verleden jaar hadden we 56 studenten. In het nieuwe schooljaar, dat op 15 juni begint, zijn het er tegen de 100. Verleden jaar volgden meisjes van 3 zustercongregaties onze klassen, dit jaar gaan het er 5 zijn. Dus moeten we bijbouwen: klaslo-kalen, enz.. en meer tafels, banken en stoelen kopen. Ik tracht van alle kanten hulp te krijgen voor dit project, maar ik moet zeggen dat tot nu toe het resultaat teleurstellend is: de Brug moet ook zijn steen maar bijbrengen.
Dus, zoals gezegd, ik word oud en ik ben blij dat ik hier een opvolger ga krijgen ais directeur. Vanaf half juli verandert mijn adres (zie bovenaan).

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - mei 1996

We zijn nu al einde mei, een mooie maand in Vlaanderen, maar hier de heetste maand van het jaar. Geloof het of niet, dit jaar was verschrikkelijk met een tiental dagen achtereen 45 en meer. Daarbij een dagelijkse stroomonderbreking van minstens 6 uur, en zuinig moeten omspringen met water. De jongens zijn thuis op verlof, het is geen weer om te studeren - toch is het huis vol kinderen van de ge-buren die hier komen spelen, anders moet dat op straat gebeuren.
Wij bereiden het nieuwe schooljaar voor. Hoeveel nieuwe studenten zullen komen opdagen in juni is nog niet geweten, maar het zal wel vollen bak zijn. Allemaal met het gedacht Salesiaan te worden. Maar Salesiaan worden is niet zo gemakkelijk, we zijn veeleisend. Dit jaar gaan er maar zes naar het noviciaat, die waren ook met een dertigtal toen ze begonnen.
Salesiaans India groeit, er wordt echt hard gewerkt in onze missieposten en jeugdcentra. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat het werk voor de straatjeugd, de jongens zonder thuis, een beetje overal in India goed op gang is. De politie komt bij ons leren hoe ze die verwaarloosde jeugd moet aanpak-ken. Hier in Andhra Pradesh is er ook ons werk tussen de Dalits, vroeger werden ze ‘ongenaakbaren’ genoemd. Die mensen zijn hun verdrukking beu en we moeten ze helpen hun rechten te verdedigen en een menswaardig bestaan op te eisen. Maar dat is gevaarlijk werk, de hogere kasten nemen dat niet, die willen natuurlijk de baas blijven.
Ge weet misschien al wel dat er in India in het begin van de maand verkiezingen waren. Geen enkele partij heeft de meerderheid, maar het grootste aantal zetels gaat naar de B.J.F, en dus werden die uitgenodigd een regering te vormen. Deze panty is fanatiek Hindu, en we kunnen er niet veel goeds van verwachten. Als die regering valt, wat waarschijnlijk gaat gebeuren, dan zullen de linkse partijen het samen proberen en dan is het ook afwachten wat die er gaan van maken, De congrespartij, die al deze jaren aan het bewind was, neemt een afwachtende houding aan, ze zijn te verdeeld om veel uit te richten. Tot daar de politiek
Ik dank u voor uw steun. Ik weet dat ge thuis ook uw moeilijkheden hebt, maar dan ben ik ook echt dankbaar voor degenen die dan toch iets willen doen. God zegene u allemaal

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 1 mei 1996

Ik stuur deze brief naar U in Aartselaar, ofschoon de centen van Kalmthout kwamen (Middendreef, 33) . Ik reken erop dat ge die mensen inlicht. Het bedrag van 34.000 .Bf. is goed aangekomen, en ge kunt erop vertrouwen dat er geen centje van weggegooid wordt.
Hier zitten we in de verkiezingen, een hoop lawaai, en er zijn altijd mensen die er het leven bij inschie-ten, de mannén van de partij hebben altijd een mes hij. Gisteren was er een regelrechte veldstag tus-sen partij en tegenpartij. We zien uit naar de uitslag, de telling is nog niet begonnen. Zo een verkiezing is heel wat omslachtiger dan in België, er zijn in India meer stemgerechtigden dan dat er inwoners zijn in de Verenigde Staten.
Wij zitten hier te bakken in het hete seizoen, onze jongens zijn op verlof. Niet dat we hier alleen zijn, de kandidaten voor volgend jaar zijn hier op probatie.
Nogmaals dank aan iedereen van de Brug, en tot ge eens naar hier komt!

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 18 december 1995

Zonder wachten een antwoordje op uw brief van 5 december.
Eerst en voorat bedankt omdat ge mijn perplexed gemoed hebt gerustgesteld. Vanuit Aartselaar gaat gij naar Heide om voor ons te werken - goed zo, bedankt, en gefeliciteerd.
Wees gerust, uw centen zijn niet verloren. Ik bedank u altijd onmiddellijk, maar ik kan niet zeggen of ik naar Aartselaar heb geschreven of naar Heide. Maar wees gerust, alles is ter bestemming gekomen.
Aangaande een nieuw project van mij ge weet dat ik hier Directeur ben van jongens die Saleziaan wil-len worden. Tot nu toe zijn onze studies privaat, maar we zouden ze willen erkend zien door de staat. Daartoe moet heel het boeltje hier worden omgezet in een erkend ‘Junior College’. We zouden dan ook gemengd zijn (tot op zekere hoogte zijn we het al), onze klassen openstellen voor toekomstige zusters zodat die ook een erkend diploma kunnen halen. Om dat te doen moeten er hier klassen bij-komen, en nog van alles dat officieel moet om een erkenning te kunnen krijgen: een bibliotheek, mis-schien een laboratorium, enz. Ik heb nog geen volledige plannen gereed, maar Ik schat dat alles min-stens 8 lakh Rupies zal kosten, 6 voor het gebouw, en minstens 2 voor de rest meubilering, sanitair, enz...
Ik zal u dankbaar zijn als ge dat aan DE BRUG kunt meedelen en aanbevelen.
Kerstmis staat voor de deur Ik hoop dat mijn wensen bij u toegekomen zijn. GOD BLESS YOU!

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 16 november 1994

Dit jaar zit ik terug waar Ik voordien al was. Ik ben directeur van een aspirantaat, d.w.z. van een zes-tigtal jongens die Salesiaan willen worden. Ze zullen nog heel lang moeten studeren en braaf zijn om zover te komen, maar ik ben tevreden over de kwaliteit en ik heb goede hoop voor de toekomst.
Als antwoord op uw brief van 16 oktober, maar juist vandaag aangekomen, dat vliegtuig heeft er een maand over gedaan, geef ik u dit project; we moeten een Salesiaans noviciaat oprichten hier in Andhra Pradesh. We hebben veel tegenslag gehad, het is al twee jaren dat we er grond voor willen kopen, maar er kwam altijd wat tussen. Nu hebben we dan eindelijk de grond, in Gadjwel, niet al te ver weg van Hvderabad (een 100-tat kilometers). Ik zou blij zijn als de Brug zou kunnen helpen, te meer omdat mijn Provinciaal me heeft laten weten dat mijn tegenwoordige post maar voorlopig is, en zo rap dat er ook maar een kotje staat om in te wonen zal ik naar de nieuwe plaats gaan. Uw pater begint oud te worden. Ik ben al 73, maar zolang het gaat doen we het nog. Ik ben (geloof het of niet) de oud-ste en de enige buitenlander van onze Salesiaanse Provincie, en als enige buitenlander aanzien ze me zo een beetje als de bron van alle inkom, de verwachtingen staan hoog.
Tot nog eens, en de groeten aan de mensen van De Brug.

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 20 juni 1994

Ik ben terug in India na een verlof van twee maanden, en ik hou eraan u allemaal te bedanken voor de vriendschap die ik van u mocht ondervinden. Ik ben toegenomen in gewicht en kan echt niet klagen over mijn gezondheid.
Gedurende mijn afwezigheid was er hier een hittegolf en daarom was de heropening van het nieuwe schooljaar uitgesteld tot vandaag 20 juni. Nu is de grote hitte voorbij, het is beginnen regenen en het weer is aangenaam.
Een beetje nieuws (neem pen en papier om het op te schrijven) mijn adres is veranderd. Ik wist al dat ik na een jaartje of zo zou verplaatst worden naar het nieuwe noviciaat dat nog gebouwd moet wor-den, maar onze Provinciaal vroeg me alstublieft voor dit jaar tenminste naar Gunadala te gaan, de plaats waar ik van 1962-88 geweest ben, om er mijn oude taak als directeur van ons “aspirantaat” te-rug op te nemen. Graag gedaan, al zal het me nu wel een beetje zwaarder doorwegen omwille van de jaren.
Ik zal dus instaan voor jongeren die Salesiaan willen worden, zien of ze geschikt zijn voor ons werk - dus voor opvolgers zorgen.
Noteer dus mijn nieuw adres maar.
Nogmaals allemaal bedankt, ik wens u Gods zegen

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 26 januari 1994

Enkel om U te laten weten dat uw bedrag goed aangekomen is.
Misschien ontmoeten we mekaar in april of mei.
Dank u!

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 1 november 1993

Enkel een paar dagen geleden kwamen uw tijdschriftjes waarvoor ik u hartelijk dank.
Het geld van de Brug is aangekomen en ik heb alle zenders persoonlijk bedankt. Misschien ben ik wel vergeten de Brug in te lichten over het totale bedrag, sorry.
Een nieuw project. Ik heb er handvollen, ge kunt kiezen.
De school waarvoor ge bijgedragen hebt is af, nu moet er een Junior College bijkomen (d.w.z. 2 jaren verdere studies, voorbereiding op de universiteit zodat de jongens hier 2 jaren langer in onze handen zijn. Dan hopen we wel dat onze invloed ook zal nablijven en enkele armere jongens krijgen dan een gelegenheid hogere studies te doen.
Of wel, a!s ge het verkiest onze Salesiaanse Provincie is de jongste ter wereld, in die zin dat wij per-centsgewijs (53 %) meer studentmedebroeders hebben dan gelijk welke andere. D.w.z. dat we hier roepingen vinden, dat geeft hoop maar het is kostelijk. Er zijn zovelen op seminarie (in filosofie of the-ologie) of op de universiteit, in en buiten India. Dat zijn kosten waar we elk jaar opnieuw voorstaan. Mijn hoop is een goed bedrag bijeen te krijgen en op de bank te zetten om elk jaar de interest te oog-sten en zo de last te verminderen.
En als ge nog andere projecten wilt, onze missiestaties hebben juist alles nodig...
Ik hoop zeker volgend jaar de gelegenheid te hebben u en de mensen van de Brug te ontmoeten. Ik zou u voorstellen dat ge al een datum vastlegt in april of mei, dan ben ik ook gebonden. Ik kan echter geen schone voordrachten komen geven met lichtbeelden, Ik heb niet eens een fototoestel.
Dit is alles voor ‘t ogenblik. Nog eens bedankt en de groeten aan iedereen.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 8 september 1993

Ik had willen wachten om U te schrijven tot Kerstmis, maar dat is nog zo lang. Als we niet nu en dan van ons laten horen dan worden we vreemdelingen, en dat mag niet.
Ik zit hier dus te schrijven vanuit onze school, nu ook voorlopig hoofdhuis van onze nieuwe Salesiaan-se Provincie van Andhra Pradesh. Wat is alles hier veranderd.
In 1977 kocht ik dit terrein met veel aarzeling: het was aan de buitenkant van de stad, een lap grond vol rotsen en onkruid. Nu is de stad (de slums, als ge wilt) tot rond ons gegroeid, er staat een lagere school, een grote ‘High School’, er is een school voor elektronica in aanbouw, er zijn plannen voor een Junior College.
Het oneffen terrein werd ‘gebuldozed’ en is nu het beste sportterrein aan deze kant van de stad.
Allemaal voor jongens van de omgeving, d.w.z. van ouders die hier werk kwamen zoeken, voor jon-gens die ofwel niet naar school zouden gaan, ofwel aangewezen zouden zijn op profiteurs... want er is een grote nood aan onderwijs, en omdat de staat er niets aan doet, is de opvoeding hier in de handen van degenen die er geld in zien zitten.
Ondertussen is onze staat Andhra Pradesh een aparte Salesiaanse Provincie geworden. Ook dat heeft heel wat verandering gebracht.
We hebben drie centra waar landarbeiders steun kunnen vinden voor rechtvaardigheid tegenover de grote landbezitters.
We hebben dit laatste jaar twee nieuwe missieposten opgericht. Een missiepost hier is misschien niet wat ge u inbeeldt.
Er is zeker altijd een lagere school, meestal meer dan een, er is beroepsonderwijs om de migratie naar de stad tegen te gaan, er is regelmatig bezoek aan al de dorpen in het ronde, er is gezondheidszorg... een missionaris heeft vele handen nodig om hen te helpen, en heel wat centen ook.
We zijn zeker een nieuw stadium ingetreden, nu dat alle missionarissen Indiërs zijn.
Misschien heb ik het u al geschreven, we zijn de jongste Salesiaanse Provincie ter wereld.
Meer dan 53 % van onze medebroeders zitten nog in seminaries of universiteiten, die hebben hun studie nog niet af. Dat komt ook erg kostelijk, maar het geeft wel hoop voor de toekomst.
Dit jaar zijn er 14 novicen binnengetreden en we hopen het zo vol te houden en zelf te verbeteren in de komende jaren.
Dat was dus mijn brief.
Ik hoop volgend jaar (april-mei) naar België te komen en misschien zien we mekaar dan.
Steun me ook met uw gebed, Gods zegen is meer waard dan al de rest.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 12 april 1993

Gisteren kwam uw tijdschriftje aan en vandaag uw brief. Ik hou dat briefje bij met de adressen van de mensen die gestort hebben. Dat is gewoonlijk altijd in orde, maar ik kan het dan toch eens nagaan en ik zal iedereen een dankwoordje sturen zodat ze gerust zijn.
Ik zou eigenlijk iedereen in De Brug moeten bedanken, maar doe jij dat maar in mijn naam.
Tot de volgende keer en bedankt.
Ik wens u allen een zalige Paastijd.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 19 mei 1992

Hier weer nieuws vanuit Hvderabad (zie maar eens op de landkaart waar dat ligt, maar pas op, er is ook een Hvderabad in Pakistan, en ik werk in India).
De nieuwe school staat er, ingewijd en in gebruik, en daar moeten wij u echt dankbaar voor zijn want het vele geld dat nodig was kwam niet van grote geldschieters maar van u, met het weinige dat ook de mensen van hier hebben kunnen bijdragen. Van ganser harte bedankt.
Ongelooflijk hoe de tijd voorbij vliegt. Weet ge dat ik de 70 jaren al voorbij ben? Ik moet toegeven dat ik niet meer zo sterk ben als vroeger maar ik zou ondankbaar zijn als ik zou klagen. Met 43 jaren in India heb ik het werk van Don Bosco hier in Zuid-India zien groeien - eerst in en rond de stad Madras (taal Tamil), met een zijsprong naar Sri Lanka (Tamil, Singhalees); dan werd Bombay een nieuwe provincie voor de Westkust (Mahrati, Konkani, Gujerathi). Later werd Bangalore een centrum van waaruit gewerkt werd in de staten Kerala (Malavalam), Karnataka (Kannada) en Andhra Pradesh (Te-lugu). Juist deze laatste dagen werd Hvderabad een nieuw provinciaal centrum zodat het werk in Andhra Pradesh een goede steun in de rug krijgt.. Eenzelfde ontwikkeling in Noord-India, dat kunnen we zelf van hieruit niet meer volgen, met provinciale centra in Calcutta, Dimapur, Shillong en nu Ran-chi. Don Bosco is geen vreemdeling meer in India. Plus: Indische Salesianen die aan ‘t werk zijn in Afrika Sudan, Kenia en Tanzania.
De vooruitgang kan nu echt beginnen. De mannen van Don Bosco zijn geen vreemdelingen meer. Ik ben een witte raaf, maar mensen van eigen volk die de talen beheersen, enthousiaste jongeren die er iets willen maken.
Ik ga ook nog niet bij de pakken zitten: ik sta in voor de organisatie van het nieuw provinciaal centrum in Hv-derabad, een job die nog centen gaat kosten, maar vanuit Hvderabad zal dan het net gespannen worden over Andhra Pradesh. Geen klein landje hoor! Zo groot als Frankrijk, met evenveel inwoners.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 22 februari 1992

Het schaamterood staat me op de wangen (achter mijn baard). Hoe is het mogelijk antwoord op uw brief van 26 september uit te stellen tot 22 februari! Er is ondertussen zoveel gebeurd.
Eerst en vooral bedankt voor de centen van De Brug. Ik heb allen die iets gestuurd hebben al be-dankt. Gefeliciteerd voor uw actie!
Ons schoolgebouw is officieel geopend verklaard op 31 januari. Niet dat alles al in orde is, maar als ge daarop wacht kunt ge het tot in der eeuwigheid uitstellen. Er moet nog geschilderd worden, de biblio-theek heeft nog geen boeken, het laboratorium heeft juist het onontbeerlijke, we hebben nog geen computers voor ons computerroom. Alle pogingen om centen te krijgen voor die kostelijke machien-tjes zijn tot nog toe faliekant uitgevallen.
Het werk van Don Bosco is ook zover vooruitgegaan dat we besloten hebben Andhra Pradesh een aparte Provincie te maken, de 7de in India. Deze plaats, Don Bosco Hvderabad, wordt voorlopig het hoofdhuis -misschien verandert de nieuwe Provinciaal de plannen nog wel maar voor minstens 2 jaren zal het wel zo zijn. Dat wit zeggen dat de oude krotten die tot nu toe als school dienst deden, niet af-gebroken worden, maar aangepast, opgekalfaterd, en ter beschikking gesteld van de nieuwe overste die er officieel de 24° april intrekt.
Voor die aanpassing staat ondergetekende in, al voel ik mijn knoken verstijven.
Nogmaals bedankt voor al uw medewerking.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 29 december 1990

Ik dank U voor alles dat gij en de mensen van De Brug voor mij doen. Als wij iets kunnen verrichten dan is het toch maar omwille van de goede mensen die achter ons staan om aan te moedigen en te steunen. Als het geld van u aankomt dan laat Ik het weten.
Ons bouwwerk gaat goed vooruit, naar Indische normen tenminste. Maar de prijzen zijn niet enkel omhoog (dat doen ze altijd) maar ze zijn nu juist het dubbel van wat ze waren 6 maanden geleden. De crisis van het Midden-Oosten brengt ons ook in crisis. Nu moeten alle voorwaarden en overeen-komsten met de aannemer herzien worden, en waar ik vroeger dacht dat ik tenminste het geraamte zou afkrijgen is dat nu in twijfel. In ieder geval, we gaan vooruit en geven niet op.
Misschien hebt ge gelezen of gehoord van de onlusten hier in Hlvderabad: Moslims tegen Hindoes en omgekeerd, brand, moord, plunder. Officieel 200 doden, onofficieel 5.000. Dat is misschien overdre-ven maar misschien ook niet. Wij christenen zitten ertussen, in de donkere zijn alle katten zwart. De mensen werden aangeraden niet naar de Kerstnachtmis te komen, het was te gevaarlijk. Maar voor de dagmissen, 3 in de hoofdkerk en 5 in de zijkapellen van onze parochie hier, zat de kerk elke keer tot barstenstoe vol.
Nogmaals bedankt, en God’s zegen voor 1991.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 30 mei 1990

Hier is uw pater weer eens na een goed half jaar. Als ge hem nog kent. Ik schrijf U vanuit Erragada, een volkskwartier van Hvderabad, de hoofdstad van onze staat Andhra Pradesh.
Het nieuws? Ten eerste: dat we hier een cycloon hebben gehad die mag tellen, gevaarlijker, heviger, dan die van 1977 die 10.000 levens eiste. Deze keer waren er minder doden omdat de radar op tijd de aankomende cycloon had ontdekt en alle dorpen aan de kust ontruimd waren, d.w.z. de mensen wa-ren weg, maar de bomen, de hutten, de beesten en al dat er op het veld stond; daar is weinig of niets van overgeschoten.. Het zal nog een tijdje duren eer het verkeer terug normaal wordt. In Gunadala, waar Ik zes jaren werkte, werd één van onze jongens door het water weggespoeld.
Ten tweede, en dit is voor mij een echt mirakel: op de 24ste mei, de feestdag van Don Bosco’s, Onze Lieve Vrouw, heeft de Chief Town Planner van de stad Hvderabad eindelijk zijn handtekening gezet onder onze bouwvergunning. Als ge u nog herinnert van mijn vorige brief hadden we al in februari 1989 al het nodige gedaan om een vergunning te krijgen om een nieuwe school te bouwen, maar de overheid had zijn moeilijkheden, zijn geldnood, zijn uitvluchten, zijn wetten en regulaties om die toela-ting niet te geven. Ze zouden onze grond konfiskeren om de straat te verbreden, ze zouden eerst on-ze lagere school afbreken omdat we zogezegd hun regels niet in acht genomen hadden. ‘t Was altijd ‘t een of ’t ander en we hadden al besloten de zaak door het gerecht te laten beslissen. En dan zo in-eens: OK, ‘t is goed, er is niets verkeerd, bouw maar op.
Onze Lieve Vrouw zit er zeker voor iets tussen. Dus bouwen we. Met de hulp die Ik van u gekregen heb kan ik beginnen. Dank u. Om het af te maken heb ik nog 12-15 lakh roepies nodig.
God zegene u allemaal! Blijft allemaal jong, ik probeer dat ook te doen. Kom eens naar hier!

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 24 januari 1990

Bedankt voor uw brief. Ik herinner me dat Ik verleden jaar rond deze tijd bij “de Brug” was in Heide - Kaimthout.
Ik heb de centen van de Brug aangekregen, denk ik toch, want de mensen die het opsturen schrijven er niet altijd bij dat het van de Brug komt. Maar ik heb iedereen die iets opgestuurd heeft individueel bedankt.
Toen ik bij u was heb ik u uitgelegd dat Ik die centen ging gebruiken om een school te bouwen. Dat is wat Ik hier het hoogstnodig vind en Ik ben toch de man “ter plaatse” want dit jaar ben ik 41 jaren in In-dia, waarvan 15 in Andhra Pradesh. Omwille van red tape, bureaucratie, corruptie, heeft de stad nog geen toelating gegeven om te bouwen maar wij wachten liever dan sluikgeld te geven. Ze moeten die toelating toch eens geven.
Ja, India werd geteisterd door koude temperaturen, maar vergeet dan niet dat India zo groot is als Eu-ropa zonder Rusland. Als het in Finland vriest kan de zon schijnen in Spanje. Zo hebben wij hier in Hvderabad van de koude niet veel (wel een beetje) geleden. Wat het erg maakt is dat niemand erop voorbereid is, en vooral mensen die gewoon zijn op straat te slapen hebben geen bescherming.
Ik dank u allemaal voor wat ge voor ons missionarissen gedaan hebt en nog doet.
God zegene U

Correspondent: Luc De Schepper

Gunadala - 24 mei 1988

Het is weer eens een vol jaar geleden dat Ik U een brief heb geschreven. Nu heb Ik de tijd, d.e jon-gens zijn op zomerverlof, maar…zweten ! We hadden zelfs vijf dagen achtereen 45 graden met als gevolg dat ik de 8 volgende dagen in het hospitaal doorgetracht heb met “geelzucht”.
Ik heb hier nu 6 jaar directeurschap achter de rug, en dat is genoeg. Er komt een andere directeur mijn plaats innemen en ik verhuis. Ik heb het hier anders gaarne gedaan. Het begin was moeilijk. We had-den een aspirantaat op te bouwen voor jongeren van Andhra Pradesh die Salesiaan wilden worden. Gedurende die 6 jaren gingen 23 van onze jongens naar het noviciaat en drie zijn er in een seminarie. Ik ben dus verp1aatst. Einde deze week ga Ik terug naar Hyderabad waar ik voordien al 7 jaar ge-werkt heb, maar deze keer zal het wel lichter werk zijn op onze school. Ik ben niet meer van de jong-ste en zwaar werk gaat niet meer.
‘t Is ongelooflijk, ik heb er al bijna 40 jaren India op zitten.
Hartelijk dank voor de steun die Ik sinds enkele jaren van jullie mocht ontvangen.

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - mei 1987

We zijn hier in het warm seizoen, eigenlijk in de “Rohini-dagen”, de hondsdagen, de warmste dagen van het jaar die de regen voorbereiden. Dit seizoen vond Ik de hitte beter draaglijk dan de andere ja-ren, ofwel ben Ik er nu beter aan gewoon, ofwel was het echt minder warm. Met het regenseizoen in juni begint het schooljaar weer.
Mijn school is voor de dorpsjongens van Andra Pradesh die eraan denken priester te worden, roepin-gen dus. In Europa zeggen ze: geen priesterroepingen meer. Hier…er waren 80 aanvragen, en na een maand “vocation-camp” hebben we 35 jongens uitgekozen. Maar die jongens zijn geen rijke-manszonen die hun studies kunnen betalen. De gewone jongen van ons komt van een familie die 2 acres grond heeft. Grond die opbrengt als het regent. Een of twee buffalo’s die in de beste omstan-digheden een goede liter melk geven. De ouders willen hun kinderen ook naar school sturen, wat niet zo vanzelfsprekend is.
Ge hebt me altijd geholpen, laat me nu ook niet in de steek. Als ik 35 nieuwe jongens bijkrijg, dan moet er vanalles bijkomen: stoelen, tafels, banken, kasten, schoolgerief, salaris leraren, plus de dage-lijkse kost. Ge verstaat me.
Meer nieuws van hier?
India is altijd in moeilijkheden, er zijn altijd hier of daar onlusten. Als ge op het dagelijks nieuws voort-gaat zoudt ge zeggen dat het einde niet ver weg kan zijn. Maar India is onmetelijk en zo rap geven we het niet op. Mijn gezondheid houdt het uit. Na 38 jaar India heb ik geen reden tot klagen.

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - 10 februari 1987

Het is niet erg schoon van mij uw brief van 25 december te beantwoorden op 1O februari. Wat wilt g‘eraan doen. Ik heb ondertussen twee lange reizen achter de rug. ..en veel andere uitvluchten. In ie-der geval heb ik toch al die mensen die gestort hebben al een kaart gestuurd om ze te laten weten dat de centen goed aangekomen zijn. Dit wist ge waarschijnlijk al wel. Maar nog eens heel hartelijk be-dankt.
Om op uw brief te antwoorden. Ge vraagt of we hier niet opstandig worden met al die onrechtvaardig-heid rond ons. Eerst en vooral: armoede en onrechtvaardigheid zijn 2 verschillende dingen, of schoon tegenwoordig armoede toch bijna altijd een onrechtvaardige achtergrond veronderstelt, heel zeker een ongelijkheid die niet meer geduld kan worden. Maar misschien leg ik het slecht uit.
Onze jongens komen van dorpen waar geen elektriciteit is, waar water raar is, waar er haast geen pu-bliekvervoer bestaat, en dat van geslacht op geslacht. Wat ik zeggen wil is: ge voelt onrechtvaardig-heid niet aan als er niet op gewezen wordt. Er is opvoeding nodig, zelf om eeuwenlange, als normaal ondervonden, dagelijkse onrechtvaardigheid aan te voelen. En het is beter te beginnen met opvoeden dan heel direct op de wonden te wijzen, want dan bent ge niet meer de meester van de gevolgen. On-rechtvaardigheid is ook geen monopolie van de rijke klasse.
In Bangalose hadden onze theologiestudenten met veel moeite een groep families bevrijd die slaven-arbeid in de steengroeven deden. In plaats van de rijke eigenaar kwam er een coöperatief die de mensen zelf bestuurden en in het begin, toen onze studenten nog een oogje in ’t zeil hielden, ging al-les goed. Nu moeten die mensen een tweede keer bevrijd worden van de tirannieke bestuurders die de coöperatief in pacht hebben, hun eigen mensen. Men bewerkt geen bevrijding in enkele ogenblik-ken, het hart moet veranderen en dat neemt jaren, en vraagt geduld en opnieuw beginnen. En enkel het Evangelie werkt bevrijdend, alle andere theorieën vervallen tenslotte in weer hetzelfde.
Het celibaat? Dat is een andere kwestie! Het is zeker niet erg moeilijk als ge u gelukkig voelt, als ge een doel hebt in het leven en ge hebt een goede zaak waar ge uw kapitaal van liefde kunt investeren. Het moet echter wel heel moeilijk zijn als men het niet meer ziet zitten, en ik zeg niet dat er hier geen problemen zijn, maar in een ontmoedigd Europa toch meer dan hier.
In de laatste jaren hebt ge in Europa zo een beetje van alles een probleem gemaakt.
Hou er de moed in!

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - september 1986

Het is weer eens heel lang geleden dat ge van mij gehoord hebt. Ja, ik leef nog, maar ik ben toch maar weer een jaartje ouder, gij ook waarschijnlijk.
Voor ons is het schooljaar begonnen: wij beginnen hier als gij aan verlof gaat denken. Scholen in India zitten altijd vol. Er is nooit plaats genoeg voor iedereen. Daar onze school hier privaat is, gespeciali-seerd. Ge weet dat ik voor roepingen werk, onze jongens denken dat ze hun volk best kunnen dienen als Salesianen. In India hebben we goddank veel roepingen maar in onze staat Andhra Pradesh, met slechts 1,64 % katholieken, is het nog altijd moeilijk veel van die overtuigde jongens bijeen te krijgen. We zijn het jaar begonnen met 48 studenten, dat is in ieder geval niet slecht en er is goede hoop vooruit te gaan, elk jaar meer er beter.
Elke keer dat ik u schreef (elk jaar) heb ik u gevraagd ons te helpen bouwen. Vier jaar geleden be-gonnen we ons.werk in een grote paImblaren hut, maar dat was niet om te doen. Met een overstro-ming stonden we eens 20 cm onder water. Toen zijn we beginnen bouwen, zonder centen, lang-zaamaan, naargelang de voorzienigheid ons hulp toestuurde. Nu is dit gebouw zo goed als af, op 24 augustus wordt het ingezegend. Dank aan iedereen die een steentje bijgedragen heeft. Het heeft meer geld gekost dan we berekend hadden, de prijzen zijn meer dan verdubbeld sedert we begonnen te bouwen, maar we eindigen zonder schulden. Dat is een grote verluchting, en stemt ons dankbaar.
Nu wil deze Pater zeker niet zeggen dat hij U niet meer nodig heeft. Onze jongens komen, op enkele uitzonderingen na, van arme families. De gemiddelde bijdrage is per maand en per jongen 15 roepies: 75 fr voor eten, slapen, kleding, voor alles samen. Kunnen we ze weigeren omdat ze arm zijn? Ze zijn onze hoop voor de toekomst! Ik beveel u ook aan onze andere Salesiaanse missies in Andhra Pra-desh. In deze staat, zo groot als Frankrijk, staan we nog in de kinderschoenen. Ik ben wel optimis-tisch, er is toekomst hier! Maar voor ‘t ogenblik is het nog altijd pionierswerk.

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - augustus 1985

Ik doe nu al mijn vierde jaar in Gunadala en heb u al die tijd maar hoop er al drie keren geschreven. Dat is echt te weinig, en zo kunnen we geen vrienden blijven. Ik zeg: mijn vierde jaar in Gunadala, het is echter mijn 36ste jaar in India. Ik heb dus nog maar heel weinig bekenden in België en als ik niet schrijf dan kan ik het u niet kwalijk nemen als ge me vergeet.
Gunadala is een voorstadje van Vijayawada, en Vijayawada is een van de grote centra van de Telu-gusprekende staat Andhra Pradesh. Het is nog niet zo heel lang dat wij Salesianen werkzaam zijn in Andhra, maar we zijn wel in volle uitbreiding, oordeel zelf:
Ik ben hier directeur van een Salesiaans “aspirantaat”,. Hier krijgen jongens van Andhra, hopelijk toe-komstige Salesianen, een. eerste fase van opleiding. Voor ons is dit Salesiaanshuis de hoop op de toekomst. Voor’ ‘t ogenblik moeten onze toekomstige Salesianen voor hun verdere studies nog altijd buiten Andhra gaan, maar tt buitenland om het zo te zeggen (de andere staten van India zijn ook bui-tenland voor ons). Dit wil zeggen: ons aspirantaat is nog niet af en we dromen al van een novitiaat, een huis voor verdere studies, enzovoort.. Ik zeg het U normaa1, want het is misschien moeilijk te ge-loven in België: we zijn hier in volle uitbreiding.
We werken in Andhra nu op verschillende plaatsen. Er is bijv. onze parochie in Hvderabad (4,5 mil-joen inwoners) waar ik 7 jaren pastoor was. Daar wordt de school nu opgebouwd., alsook enkele bij-kapellen van de parochie. We hebben ook een Salesiaanse parochie in Vijayawada--stad, een 100 % volksparochie in de armste wijk. Hier ook is de school in aanbouw.. Er zijn ook enkele echte missie-posten in Andhra: in Ravulapalem, waar de Salesiaanse communiteit nog altijd onder een palmblaren dak woont. In Munipalle, waar de kerk gebouwd wordt met een verblijf voor de zusters en hun school. In Chandur en Chandur is werkelijk een speciaal .geval.
Chandur is een tamelijk belangrijk provincieplaatsje en tot wij er kwamen was er geen, maar geen en-kele kristen. Toch moest de Kerk hier ook een plaats veroveren. We zijn dan, met vermetele moed, een Junior College begonnen, dat is pré-universiteit want die mogelijkheid van opvoeding bestond nog niet in heel het district. Zo krijgen we een grote invloed in die plaats, en we weten dat we aldus de he-le streek kunnen veranderen (zoals we dat hebben zien gebeuren met ons College in Tirupattur, Ta-milnadu). Maar ik zeg: met vermetele moed. De staat stelt veel eisen en maakt het ons niet gemakke-lijk, we weten niet waar we het geld gaan vinden, en de Salesianen zullen nog wel enkele jaartjes on-der een strooiendak moeten slapen voordat alles rond zal zijn.
Verder hebben we, nog altijd in Andhra Pradesh, 2 technische scholen, één in Guntur en één in Cud-dapah, en dan een home en school voor gehandicapte wezen in Mangalagiri. Lees wel: gehandicapte wezen, geen gewone ouderloze jongens, ze moeten ook nog gehandicapt zijn.
Iedereen zal moeten toegeven dat we heel wat werk verricht hebben in Andhra, meestal in de laatste 10-15 jaren, met ondergetekende als enige Europeaan, alle andere Salesianen ziin Indiërs. Ook deze Indiërs zijn missionarissen, “buitenlanders”, we hebben nog maar heel weinig medebroers van de streek zelf. Juist daarom is ons aspirrantaat hier zo belangrijk. Vergeet ook niet dat Andhra Pradesh een staat is zo groot als Frankrijk, met evenveel inwoners, en een percentage katholieken van amper 1,67 %, dus nog enorm veel werk!
Uitbreiden is nodig, maar er is het eeuwige probleem van de centen, we hebben u nog altijd broodnodig. Hartelijk bedankt, en de groeten, wie weet tot wanneer nog eens!

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - mei 1985

Jan Lens schrijft ons in zijn eigen directe stijl. Het is wel enige tijd geleden maar het is zeker belangrijk de gebeurtenissen van een ooggetuige te horen:
Eergisteren is onze eerste minister Indira Gandhi gestorven, beter gezegd: vermoord. Die haat is nu losgelaten, en zowat overal in India wordt er gemoord en gebrand: partij tegen partij en godsdienst te-gen godsdienst, (Sikhs tegen Hindoes en Hindoes tegen Moslims) en kaste tegen kaste. Het is nog niet gedaan. Het juiste aantal slachtoffers zal nooit geweten worden. Laat ons hopen dat alles rap overwaait, maar India staat er niet goed voor.
Gelukwensen voor uw actie en dank omdat ge me ervan laat profiteren. Zend geen geneesmiddelen; niet omdat we ze hier niet kunnen gebruiken, maar omdat we hier in India een invoervergunning voor nodig is die ik hier niet kan krijgen. Als ge me iets zendt wordt het altijd gebrulkt om roepingen te hel-pen.
Voor het ogenblik heb ik hier 37 jongens die hoop geven, maar die moeten eten, leren, gekleed wor-den, en ...van henzelf kunnen we weinig verwachten.
Onze jongens komen van Andhra Pradesh, en die hebben onder de droogte geleden. We zijn ook nog altijd aan het bouwen, want we hopen dat de familie gaat vergroten. We waren hier begonnen in een shed, een grote hut, nu is het gelijkvloers van ons gebouw gereed en in gebruik. De eerste verdieping is ver gevorderd, maar het plan voorziet een tweede verdieping en een kape1. Misschien is het voor U onge1oof1ijk hier seminaries te moeten bouwen terwijl ze bij U leeg staan, maar zo is het. Dit jaar hebben we 12 jongens in het prenoviciaatjaar. Misschien lukken ze niet altijd of houden ze niet vol, maar de kerk is hier zeker niet kapot. We zijn hier nog juist maar aan het beginnen. In onze staat Andhra Pradesh zijn er 9 bisdommen met totaal 650.000 katholieken, op echter een totaal van 46 miljoen inwoners.
Verder wenst Jan ons het beste en zegt ons dat hij de hoop op Europa nog lang niet heeft opgegeven.

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - mei 1984

Hier is weer eens een briefje van uw pater-bedelaar-missionaris. ‘t Is tijd dat ik weer van mij laat ho-ren, want ‘t is van oktober verleden jaar geleden, en de kas is weer plat.
Met mij persoonlijk gaat het goed. Uw pater is een gelukkig man. Ik ben directeur van een Salesiaan-se gemeenschap die goed samenwerkt; mijn jongens ook konden niet beter zijn! Er is enkel de hitte, want mei is vakantie en heet seizoen. Al verdraag ik de hitte dit jaar beter dan verleden jaar, dan was het erg!
Vakantie wil zeggen: iets anders den dan gewoonlijk. Mijn jongens zijn nu naar huis en hebben plaats gemaakt voor een groep van 20 jonge Salesianen die hier Telugu komen leren. Ze komen allemaal van Kerala, met Malayalam als moedertaal. Telugu is voor hen dus ook een vreemde taal, al is ‘t ge-makkelijker voor hen dan voor mij. Ik wanhoop zo’n beetje het ooit te leren.
Ondertussen bouwen we een ander verdiep op ons gelijkvloers. Dat gaat traagkens vooruit, niemand heeft er haast bij, ook wij niet, want dan kunnen we bij beetjes betalen. Tegen dat het regenseizoen komt hopen we toch weer wat meer plaats te hebben.
Deze keer hebben we op ‘t einde van ‘t schooljaar maar drie van onze jongens naar het noviciaat kunnen sturen. Hoeveel nieuwelingen we gaan hebben als het schooljaar in juni begint, daar hebben we het raden naar.
Bidt de Heer van de oogst dat Hij werkers moge zenden, want werk is er genoeg in India!

Correspondent: Werner Verhoeven

Gunadala - oktober 1983

Na 7 jaar pastoor te zijn geweest in Hvderabad is pater Jan Lens verhuisd naar Gunadala. Normaal, schrijft hij, is een termijn van 6 jaar voor een parochiepriester voldoende. We laten hem zelf aan het woord.
“Ik ben in Hvderabad niet meer nodig. In 1975 was het juist een begin van een parochie, nu is het een parochie vol leven met een jeugdcentrum, een home voor werkende jongens, een naaischool voor arme meisjes, een High School (in Engels en Tehigu) en een plan om iets te doen voor straatjongens. Dat alles kon gedaan worden omdat ik altijd één of twee medebroeders had die goed overeenkwamen en goed meehielpen,”
Nu werd hem gevraagd in Gunadala een “aspirantaat” te beginnen, Dit is een huis waar jongens die denken roeping te hebben, kunnen proberen,
“We zijn begonnen met 34 jongens: 6 ervan gaan in mei hun noviciaat beginnen. 16 anderen zijn aan hun tweede jaar begonnen, De rest is afgevallen.”
“India heeft veel roepingen en we mogen ze niet verwaarlozen, Als alles vol is zullen er 80 tot 100 jongens zijn. We moeten nog bouwen, Dit jaar is het in “sheds” (grote hutten), Het onderhoud van de jongens is een grote zorg, Een jongen kan 240 Roepis per maand meebrengen. Dit is ongeveer 1.000 Bf. Hiervoor is wel steun nodig en zou Jan graag ook van ons een beetje verlichting krijgen.’

Correspondent: Werner Verhoeven

Sanathnagar-Hyderabad - juli 1981

Met een zucht van verluchting kan Jan Lens ons meedelen in zijn brief van juli ll. dat hij eindelijk de grond voor de school heeft kunnen kopen. De eers-te onderhandelingen waren reeds begonnen in 1976! Pater Lens gaat clan verder: “ De school is al begonnen (420 jongens is geen slecht begin, nu moeten wij iets doen voor de straatarme mensen hier in ’t ronde, de verwaarloosde jeugd van Hy-derabad. Plannen zijn er wel, centen nog niet”.
Het Sociaal centrum geraakt ingewerkt met twintig werkende of werkzoekende jongeren. Weldra veer-tig als het nieuwe keukentje er komt. Er zijn dagelijks naaiklassen en de kosteloze “homeopatic clinic” trekt veel volk. De jeugd krijgt meer aandacht nu er een nieuwe orderpastoor zich met hen bezighoudt. Er is nog een bibliotheek die nog veel Engelse boeken nodig heeft.
Het gebied dat Pater Lens regelmatig doorkruist, de Salasiaanse provincie, strekt zich uit over drie staten: Kerale, Karnataka en Andhra, ieder stukken groter dan België. Hij verzekert ons verder nog dat ze ginder niet bij de pakken blijven zitten.
Wij weten dat onze steun in Hyderabad meer dan nodig is en voor meer dan 100% goed besteed wordt!

Correspondent: Werner Verhoeven

Sanathnagar-Hyderabad - mei 1981

Pater Jan Lens schrijft ons een kort briefje en bedankt ons voor de hulp. “God zal het U lonen”, zegt hij, want Ik kan het niet. Hierop zouden wij graag zeggen: “pater Jan gij beloont ons al zoveel door on-ze tolk te zijn, waar ons engagement niet zover reikt.”
Hij meldt ons dat de stortingen zijn aangekomen en dat hij zo weinig tijd heeft om nog veel meer te schrijven.

Correspondent: Werner Verhoeven

Sanathnagar-Hyderabad - december 1980

Pater Lens schrijft op 20 november 1980: “Hartelijk dank voor de hulp die onderweg is. Ik weet dat U mij geholpen hebt ... Ze zeggen wel meer en meer dat geld niets oplost... Er is hier zoveel nood die onmiddellijk moet verholpen worden... Probeer eens een school te openen zonder geld: ofwel wordt het een school voor rijke mensenkinderen, ofwel een school voor armen die geen schoolgeld kunnen opbrengen, maar wie betaalt dan de onderwijzers ? Het is natuurlijk gemakkelijk niets te doen.”
Pater Lens blikt terug op het verleden: vijftien jaar geleden stond er aan de rand van Hyderabad niets, sedertdien verhonderdvoudigde de grondprijs. Wanneer de fabrieken er gebouwd werden begonnen de zuster met een hospitaal. Men dacht dat het de verkeerde plaats was. Overal, zonder plan of nodi-ge infrastructuur werden kriskras door elkaar armzalige huisjes (krotten) gebouwd. De parochie breidt zich uit met enkele duizenden per maand.
Het sociaal centrum (naaiklassen, bibliotheek, hostel voor werkende jongeren, medische hulp) zal goed gebruikt worden, De nieuwe school met een deficit van 4.000 Re. per maand is reeds te klein.
Niet alles kan opgelost worden, maar P. Lens tracht met zijn inzet, werkkracht en invloed waarover hij beschikt de toestand langzaam te verbeteren,
Al beginnen de jaren te wegen voor onze missionaris, er zijn hoopvolle jongeren die zich beginnen in te zetten, dat schenkt vertrouwen. Het zijn daar geen pessimisten!
Als priester vraagt P. Lens God ons te zegenen om de liefde die Hij door ons wil laten uitstralen.

Correspondent: Werner Verhoeven

Sanathnagar-Hyderabad - augustus 1979

Neen, Ik ben U niet vergeten, maar het is wel weeral een heel tijdje geleden. Ondertussen is er veel gebeurd. We hebben nu een vijfde Salesiaanse provincie in India: die van madras was te groot en werd in 2 gesplitst. Dit wil zeggen dat Katholiek India nog altijd aan het groeien is. Er zijn nu 1200 Sa-lesianen in India, en alles samen zijn er onder hen geen 100 buitenlanders meer, al het werk is in handen van rasechte Indiërs. Er is meer: we zijn begonnen missionarissen te exporteren. We hebben al twee priesters uitgezonden naar de Samoa-eilanden, ergens verloren in de Stille Oceaan. Ga nu niet denken dat er hier niets meer te doen is. Onze nieuwe provincie omvat dria staten: Kerala, Karna-taka en Andhra Pradesh, samen groter dan Frankrijk, Duitsland en de Benelux samen. Mijn naaste gebuur woont meer dan 200 Km ver weg. Ook bij ons in Hyderabad gaat het werk vooruit. Het “Soci-aal Centrum”, gesteund door de 11-11-11 actie (en ook door U) is van de grond. Het zal nog duren voor het werk af is, maar we zijn begonnen: dank U allemaal.
We hebben nu ook een middelbare school geopend, onze “Don Bosco School”, omdat er geen enkele school in de geburen is, en omdat de bevolking hier in het industriële gedeelte van de stad nog altijd aangroeit. En zo blijven wij bezig…
…zelfs in deze uitzonderlijke hitte. De zomer begon hier vroeg, in februari, elke dag tussen de 35 en 40 graden, Nu hangen we alle maal slap, zonder energie, we zitten op de monsoen te wachten. Het weerbericht vertelt ons dat die in Kerala ingezet is, maar hier hebben we er nog niets van gevoeld.

Correspondent: Werner Verhoeven

Kalmthout - november 1978

Einde september was Pater Jan Lens bij ons te gast. Hij had het al zo druk, maar heeft toch nog de moeite gedaan om eens langs te komen. Onze leden, die er bij waren, zullen kunnen getuigen van de aangename verteltrant die pater Jan bezit.
Hij liet ons verstaan dat het bevolkingsprobleem in India geen zo groot probleem is als men denkt, maar dat nu de bevolking aangroeit omdat de gemiddelde leeftijd verdubbelt.
In de streek van Hyderabad zijn de problemen zo ongeveer als bij ons in de tijd van de industriële re-volutie.

Hij schreef ons terug als volgt:
Hier ben ik weer terug in India. En eerst en vooral bedank ik U allemaal omdat ge me gedurende de dagen van mijn verlof heel gelukkig hebt gemaakt, uw genegenheid heeft me deugd gedaan. Ik ben terug vertrokken met de verzekering dat er nog veel goede mensen zijn, ja, U ook, die ons missiona-rissen willen helpen. Dank U “from the bottom of my heart”.
Hier ben ik weer terug temidden van mijn mensen: de hele parochie stond me af te wachten op de vlieghaven, geen prins die ooit zo ontvangen werd. En terug temidden van de alledaagse problemen, de eerste dag al; twee. meisjes zonder ouders die ergens geplaatst moeten worden; een ontmoedigde vader die niet kan toekomen met zijn hangerloon; een jongen die aan het werk geholpen moet wor-den; een moeder die haar baby niet kan voeden, iemand die doodziek ligt in het TB-hospitaal, enz…
Qndertussen hebben we ons parochiefeest gevierd dat uitgesteld was omwille van de dood van de paus. We hadden onder anderen een openlucht Telugudrama, en een processie, ja, een processie, hier komen de mensen omwille van de processie, en zoiets maakt grote indruk op de mensen van de omgeving..
Nu hebben we ook meer zekerheid over onze plannen: de 11-11-11 actie gaat bijdragen voor een grootnodig sociaal centrum; ik heb ook juist het goede nieuws aangekregen dat Caritas Nederland ons hulp toezegt voor ons “Youth-Centre”, Helpt allemaal mee om deze dromen te verwezenlijken.
N.v.d.r.
Wij hebben Pater Jan al zijn deel van onze spaarpot, nl. 1.0.000 BF, meegegeven.

Correspondent: Werner Verhoeven

Sanathnagar-Hyderabad - mei 1978

Op 27 februari ontvingen wij een kort schrijven van Pater Jan Lens, die werkzaam is te Sanathnagar-Hydarabad in India.
Dit schrijven luidt als volgt:
Bedankt voor uw brief. Ik zie dat er nog altijd goede mensen zijn. Ge wilt mij steunen; ga naar gelijk welke bank en vraag een cheque die ge me kunt opsturen. Vraag me geen uitleg over hoe Ik uw geld ga gebruiken. Die uitleg is te lang. Als het lukt kom ik in augustus eens rap over en weer naar België en dan krijg ik U misschien te zien.
N.V.d.r.
10.000 BF zijn ondertussen reeds naar hem verzonden en waarschijnlijk reeds nuttig besteed, Hope-lijk kunnen wij Pater Lens in augustus ontmoeten zodat iedereen in de mogelijkheid wordt gesteld, zijn werk eens van nabij te leren kennen.

Correspondent: Werner Verhoeven

Kalmthout - februari 1978

Pater Lens is werkzaam in India, meer precies Sanathnagar-Hyderabad. De cycloon die Andra Pra-desh teisterde heeft ook hem en do zijnen zwaar getroffen. Vooral het opzet jongeren te scholen voor leiding te nemen is zeer belangrijke voor de ontwikkeling. Daarom willen wij hen helpen bij de verwe-zenlijking van zijn “Youth Centre”.

Correspondent: Werner Verhoeven

Manoharabad - juli 2000

Ik heb hier uw aprilnummer aangekregen en ik lees erin dat Luc De Schepper, mijn correspondent, niet meer in het bestuur zit. Ik ben ongelukkiglijk zijn adres verloren. Ik schrijf dus naar Withoeflei 79, maar doe a.u.b. mijn groeten aan Luc, die ondertussen een goede vriend geworden is. Ik weet dat ik weinig, te weinig, schrijf. Dat is waarschijnlijk omdat ik oud en lui geworden ben en omdat er hier in dit noviciaat eigenlijk weinig gebeurt. Ik geef lessen in drie noviciaten en mijn hoofdbezigheid is boeken vertalen van het Italiaans in het Engels - doe me na, als ge kunt.
De toestand in India is echter wel aan het veranderen. We werken hier helemaal niet meer ongestoord zoals we dat jarenlang gewoon waren. Er wordt heel wat laster verteld over christenen, en nu en dan ontploft er een bom in een kerk. Twee jaren geleden was ons huis hier gedurende vrije dagen en na de schooluren vol met kinderen, die kwamen spelen omdat wij hen de plaats en het gerief gaven, en ze wisten dat ze hier welkom waren.
Een 13-14-jarig meisje zei aan een van onze novicen: ”Als ge over Jezus spreekt zullen we uw benen breken”. Wie heeft dat in dat kind haar hoofd gestoken? Ge kunt geen bolleke meer geven, want ze denken onmiddellijk dat er sinistere bedoelingen achter zitten. Normaal gaven wij rond Kerstmis warme kleren aan de armsten. Verleden jaar hebben we het moeten laten, tenminste in het publiek.
Over financies gesproken - dat is een probleem. Zoals ik aan Luc geschreven heb, denk ik wel dat ik uw geld aangekregen heb, want ik kreeg onverwacht van Comide, Brussel, een grote cheque aan waar uw centen waarschijnlijk bij ingesloten waren. De brief, met de namen van weldoeners, was ech-ter in de post verdwenen. Ik vroeg aan Comide een kopie, ze verzekerden me dat ze die opgestuurd hebben, maar die is hier ook nooit aangekomen. Zoals ge ziet, gaat er hier heel wat post verloren, en veel brieven worden opengemaakt. Ik kreeg echter op 2 1.02.2000 een eigenaardig bedrag aan van de Brug, 1.400 Fr. Ik weet niet of ik u er al voor bedankt heb, en waarom juist 1.400 Fr. Ik dank alle leden van de Brug voor al wat ge voor ons missionarissen doet.

Correspondent: Inge Beyers

Gunadala - juni 1995

De laatste tijd hebt ge waarschijnlijk weinig van mij gehoord. Het spreekwoord zegt: geen nieuws, goed nieuws, maar mijn zuster verstond het anders: geen nieuws, misschien ligt hij ergens in India te sterven. Zover zijn we nog niet, al zal het er zeker wel eens van komen.
Verleden jaar had Ik u geschreven dat mijn Provinciale Overste me gevraagd had maar voor één jaar (gezien mijn leeftijd) de leiding op te nemen van ons Aspirantaat in Gunadala, Vijavawada. Er is hier in India geen sprake van pensioen voor missionarissen, dus werken we voort zolang we kunnen. Nu zegt diezelfde overste me: doe er aub nog een jaartje bij. Welja, gaarne, Ik doe het werk graag, het houdt me in contact met de jeugd. Het eerste schooljaar is nu voorbij (van begin juni tot half april): we hadden 56 jongens van de 8ste tot de 12de klas die Salesiaan wilden worden, 14 zijn nu in mei hun noviciaat begonnen. Voor het volgende jaar zijn er misschien wel meer dan 70 kandidaten, dat geeft goede moed, de toekomst is verzekerd.
Ze vragen me soms wat zijt ge nu weer aan ‘t bouwen? Het is de eerste keer dat Ik moet antwoorden niets. Het is waar, ik heb zelf niets aan de hand, maar van de andere kant delen we natuurlijk in de werkzaamheid van onze Salesiaanse Provincie, en daar staat het werk niet stil. Onze Salesiaanse Provincie van Hyderabad heeft juist haar derde verjaardaggevierd; als ik zou opnoemen wat we op deze korte tijd hebben kunnen verwezenlijken dan zult ge zeggen dat ik zeker overdrijf. Neen, ik over-drijf niet. Ik ben terecht fier op het werk dat mijn Indische medebroeders hier verrichten. Wie iets te doen heeft met de jeugdsituatie in Andhra Pradesh kan ons niet over het hoofd zien.
Kom u zelf eens overtuigen; er komen de laatste jaren steeds meer toeristen naar India en ge zijt hier altijd welkom. Een bezoekje hier geneest u zeker van de kanker van de westerse zwartgalligheid. In het oude westen schijnt alles achteruit te gaan - maar in India gebeuren er schone en goede dingen. (Enkel, kom niet in april-mei om niet weg te smelten in de hitte, en kom niet van juni tot september om niet weg te spoelen in de regen).
God zegene u allemaal.

Correspondent: Luc De Schepper

Hyderabad - 10 juli 1989

Hier is uw Paterweer eens. Juli is al goed op gang, voor U verlof, voor ons is het schooljaar volop weer bezig. Studenten in overvloed, al hebben we deze keer echt ons best gedaan om het klein te houden: enkel 65 jongetjes in elke kleuterklas. In de andere klassen Is het 70 tot 80. Alles samen meer dan 17OO leerlingen. We” zijn twee Salesianen om het spel draaiend te houden, dus werk ge-noeg.
Toen ik in januari in België was heb ik U gezegd: mijn eerste zorg is voor al deze jongens een behoorlijke school te bouwen. 0 ja, dat gaan we doen! Maar tussen zeggen en uitvoeren... de plannen zijn al 4 maanden ingediend maar de stad Hvderabad heeft er nog altijd haar laatste woordje niet over gezegd. Een goede fooi zou alles wel meer gesmeerd (en smeriger) laten gaan, maar liever nog een tijdje wachten. Ondertussen verliezen we geen tijd en brengen materiaal bijeen, dat is geld gewonnen want de prijzen gaan ook hier omhoog. Naar schatting wordt dat een grap van 35-40 lakh roepies, en we hebben er met moeite 4,5 bijeen. Uw bijdrage, zo mild mogelijk, is dus altijd welkom.
We hebben nog iets anders in ‘t achterhoofd.
Met groot succes hebben we in de parochielokalen klassen van elektronica ingericht, geen hoge we-tenschap, maar als de jongens een radio en T.V. kunnen repareren, dan kunnen ze een winkeltje openen. Dat moet nu een echte school worden, ook hier op deze grond die gelukkig groot genoeg is. Voor dit project vraag Ik U (voorlopig) geen geld omdat er hoop is van elders steun te krijgen. Ge ziet, we geven de moed niet op.
Verder geen speciaal nieuws van hier. De politiek is zoals overal veel gekibbel, veel corruptie, veel profijt voor de politieker en weinig voor de gewone man.
Vreemde missionarissen zijn hier ook niet meer, tenzij enkele ouderlingen zoals ik. Als buitenlander kan Ik hier ook wel gemist worden, maar mijn hart is hier, en ‘t is de moeite niet waard om nog te gaan verhuizen.
Nog eens allemaal bedankt voor de steun gedurende al die jaren. Blijf me gedenken vooral in uw ge-bed.

Correspondent: Werner Verhoeven