Chris Van Laer


Adres

Amman - Jordanië

Leven en werk

Chris Van Laer werd geboren in 1950 en studeerde in 1971 af als diëtiste. Na 5 jaar werk-zaam te zijn geweest in de St. Augustinuskliniek te Wilrijk voelde zij zich aangetrokken tot de levensfilosofie van Charles de Foucauld. Zij trad toe tot de "Kleine Zusters van Nazareth" in 1976.
De Kleine Zusters vormen kleine fraterniteiten in de achterbuurten van grootsteden. Zij leven samen met 4 à 5 zusters. Eén ervan doet het huishouden, de anderen werken in fabrieken onder een arbeidersstatuut. Na hun dagtaak zetten zij zich in voor buurtwerk.
De Kleine Zusters hebben fraterniteiten in Brussel, Gent, Charleroi, Antwerpen en Parijs. In de derdewereld vinden wij ze in Venezuela, Jordanië en in Libanon.
Aangetrokken door het lot van de mensen in de derdewereld, vertrok Chris in 1986 naar Jor-danië. Hier verbleef zij 18 maanden. Op aanvraag van de Libanese bisschop werd in 1987 een nieuwe fraterniteit gestart in het vluchtelingenkamp Dbayeh, 10 km ten noorden van Beiroet.
Het vluchtelingenkamp heeft een oppervlakte van ongeveer 0,5 km2. Er zijn vier parallello-pende straten. Daartussen zijn de huisjes gebouwd, klein en heel dicht op mekaar, meestal met eterniet dak. Op regelmatige afstanden zijn er gemeenschappelijke toiletten. In totaal zijn er 550 families waarvan 1/3 Palestijnen en 2/3 Libanezen, maar alle vluchtelingen zijn christe-nen.
In het kamp is ook een kerk, een dispensarium en een sociaal centrum waarin enkele zusters en leken werken. Dit centrum werkt zeer goed, vooral op educatief vlak.
Er wordt heel veel gedaan o.a. opdat ouders hun kinderen naar school zouden sturen (Libanon heeft geen schoolplicht). In de vakantie worden jeugdkampen georganiseerd die geleid worden door jongeren van buiten het kamp.
Ook worden er alfabetiseringscursussen gegeven door universiteitsstudenten.
De Kleine Zusters wonen dus in het kamp zelf. Wonder boven wonder hebben ze een goed huis gevonden, met een echt dak en sanitair. Ze hebben er zelfs een kleine tuin waarin ze groenten winnen.
De Kleine Zusters zijn er de enige religieuzen. Er is veel materiële nood, maar vooral morele. De oorlog in Libanon heeft zijn sporen nagelaten. Zoveel vrouwen die hun man of zoon verlo-ren hebben. Oorlog brengt zoveel wanorde mee in een land, met al de gevolgen vandien.
Op het ogenblik wonen de Kleine Zusters van Libanon met drie. Eén ervan werkt in het sociaal centrum en doet er allerlei praktisch werk, de andere werkt in een atelier voor het vervaardigen van ondergoed. Haar loon komt overeen met 500 fr. per maand. (10 eieren kosten één dag-loon....) De derde zorgt voor het huishouden en opvang thuis.
Ongeveer 40 mensen komen er dagelijks met allerhande problemen over de vloer. De Kleine Zusters trachten allen zo goed en zo kwaad mogelijk te helpen. Er zijn veel tekenen van hoop, van goede wil, om weer vrede op te bouwen in dit rumoerige Libanon.
Sinds 1993 keerde zij terug naar Amman waar zij in het hospitaal tewerkgesteld werd. Buiten haar werk zorgde zij nog voor opvang in het vluchtelingenkamp.
Onze steun ging hoofdzakelijk naar schoolgeld voor twee meisjes.
In februari 1995 keerde zij definitief naar België terug.

Brieven

Amman - juni 1995

Hierna volgen 2 brieven van de meisjes uit Libanon die gesteund werden door het geld van de Brug.

Très chers amis
Je souhaite que vous receviez cette lettre en passant des beaux moments et ayant une bonne santé!
Quant à moi, je me prépare pour rentrer à l’école après les vacances de Pâques et j’espère réussir à l’examen. Et j’ai été contente parce que j’ai eu de temps pour vous écrire, car mon temps est très court et dans notre école les examens se poursuivent.
Quant à ma famille va bien et vous salue et demande à Dieu qu’il vous garde dans votre santé pour-que vous puissiez continuer votre charité envers des personnes que vous ne connaissiez pas.
Et maintenant, je vous remercie beaucoup pour votre aide qui exprime l’attente envers moi de votre coté, les liens de parenté vont avec les jours, deviennent plus fort grâce à l’association qui sert d’être le moyen entre nous. Veuillez accepter mes excuses de ne pas vous écrire régulièrement.
En tout cas nous vous prions de ne pas nous laisser même dans vos prières.
Merci pour tout ce que vous faites pour nous.

Déesirée Bou Merhy.


Chers amis,
De loin, d’un pays Arabe, du Liban, je vous écris cette lettre pour vous remercier àa vos biens envers moi.
Cette année je prépare Ie philo et j’espère que je réussis dans l’examen officiel qui est proche, pour continuer mes études dans une université privée, car elle donne des bons résultats mais ça coûte cher par rapport au cycle secondaire parce que cette année coûte 1.100 $. Tandis que les universités officielles perdent du temps et ne donnent pas des résultats.
Je vous demande si c’est possible de continuer vos biens envers moi et Dieu vous rend service.
La culture pour la fille est importante pour l’avenir et ça coûte 3.000 $ pour l’étude que je préfère: as-sistante de gestion.
Je remercie Dieu qui m’a envoyé les “Petites Sœurs” qui habitent près de moi et qui voient et sentent toujours comment nous vivons au Liban.
Et de nouveau, je vous remercie de tout mon cœur pour votre aide qui m’a aidé dans ma vie et dans l’école.
J’espère que vous visitez notre pays le Liban et je vous accueille dans mon cœur.

Hiba Bou Merhy

Amman - 20 november 1993

Hopelijk komt deze brief nog op tijd voor jullie jaarlijkse vergadering. Ik heb dus nu eindelijk de beves-tiging gekregen van de storting van jullie gift van 30.450 Bf. Vanuit België had men mij ook verwittigd in de maand april, maar die brief moet zeker verloren gegaan zijn, vandaar dit laattijdig antwoord.
We zijn blij dat we onze twee “studenten” nog kunnen verder helpen. Heba zit in het voorlaatste jaar van het middelbaar en Désiré in het derde middelbaar.
Vóór 3 januari konden we met deze som het schoolgeld voor hen betalen en daarbij nog een hoeveel-heid ondergoed kopen voor de kinderen in het kamp. Momenteel volstaat dit bedrag niet meer voor het schoolgeld.
De oorlog is nu gedaan in Libanon, maar de economische crisis is groot. We weten ook niet of deze 2 families nog lang in Dbayeh zullen blijven wonen. De regering dringt er sterk op aan dat alle Libane-zen terugkeren naar hun oorspronkelijke streek. De ouders van Heba en Désiré zijn afkomstig van Daman, een stad juist ten zuiden van Beyrouth (die in het begin van de oorlog in 1975 door de Druzen werd ingenomen). We wachten dus af en zullen zien hoe alles verder zal evolueren. Degelijk onder-wijs verzekeren aan die jonge mensen is nog altijd het beste dat we hen kunnen geven voor hun toe-komst. Wij rekenen verder op jullie hulp. Ik weet dat er hard gewerkt wordt bij jullie, elk jaar, om de missionarisspaarpot goed te vullen, maar toch zou ik jullie ook willen vragen voor ons te bidden, en de onderlinge liefde en vrede te bewaren. Zonder die geestelijke en morele steun kunnen wij hier niet verder werken.
Heel hartelijk dank.

Correspondent: Hilde Van Laer

Amman - 14 november 1992

Nu ik op weg ben naar België heb ik rustig de tijd om jullie wat nieuws te laten weten van Libanon en Jordanië.
Het is reeds meer dan een jaar dat ik niet meer in Libanon woon, maar deze zomer hebben we allen samen onze retraite gedaan in Libanon. In Centraal-Libanon is er momenteel geen gevaar meer, geen bombardementen, geen bomexplosies, maar de schade na 17 jaar oorlog is zeer groot. Onze fraterni-teit is nog steeds in het vluchtelingenkamp van Dbayeh waar de noden groter zijn dan ooit, door de steeds stijgende inflatie. De economische situatie is slechter dan tijdens de oorlog. Sinds enkele we-ken is er nu wel een nieuwe regering, met een goede eerste minister. Hopelijk is er nu kans op vooruitgang.
Reeds twee jaar spreekt men ervan dat de Libanezen kunnen terugkeren naar hun huizen en gron-den, maar feitelijk is dit niet mogelijk. Wie kan, met een loon van 100 dollar een vernield en leegge-haald huis weer opbouwen en inrichten? Dus iedereen blijft in de kampen, die niets anders dan oorlog gekend hebben. De mensen verliezen echter de moed niet.
In het kamp van Dbayeh wordt hard gewerkt. Diegenen die studeren doen hun uiterste best om hun diploma te behalen. Het week-end wordt besteed aan de catechese. De school, die door de oorlog heel erg beschadigd werd, wordt stilaan hersteld. Vorig jaar werden drie klaslokalen hersteld met be-hulp van de Pauselijke Missiewerken. Deze lokalen worden nu gebruikt voor parochiële activiteiten. In de toekomst zal waarschijnlijk heel de school hersteld worden. Maar dat is nog niet voor morgen.
Momenteel zijn er kinderen die niet meet naar school gaan, omdat de ouders de verplaatsingskosten niet meer kunnen betalen. Door jullie bijdrage kunnen we voor twee meisjes het schoolgaan zeker stellen. Het zijn twee goede leerlingen en we zouden hen graag verder helpen om hun middelbare studies te kunnen beëindigen. Sinds vorig jaar is één van hen catechist. Vorige zomer was er in Dbayeh een jeugdcongres dat ongeveer 5 dagen duurde. het werd door de kerk georganiseerd. Jon-geren konden er elkaar ontmoeten, er werden conferenties gegeven en er waren ook informatie-stands. Wij, kleine zusters van Nazareth, hadden er ook een stand. In totaal hebben een 1000-tal jon-geren deelgenomen aan dit congres. Het is een teken van hoop in Libanan.
In Jordanië is de situatie helemaal anders. We hebben hier niet die vernieling van de oorlog gekend, maar we leven wel onder de voortdurende bedreiging van de Islam. Meer en meet christenen emigre-ren. We maken nog slechts 2,5 % uit van de bevolking. We worden door de regering wel getolereerd, maar de invloed van de Islam is zeer groot op de christenen. Heel het publieke leven is op de Islam afgestemd. Er is veel moed en geloof nodig om trouw te blijven aan het christelijk leven en dit in een land waar Jezus zelf met zijn apostelen geweest is!
De archeologische opgravingen die hier gebeuren, brengen steeds weer christelijke overblijfselen aan het licht o.a. zeer oude kerken met prachtige mozaïeken.
Met onze fraterniteit in Amman hopen we een steun te zijn voor de christengemeenschap en we gelo-ven dat het beetje gist heel de deeg kan doen rijzen.
Met heel veel dank voor alles

Correspondent: Hilde Van Laer

Amman - 9 februari 1992


Het is nu al februari, dat maakt dat ik hier al 4 maanden in Jordanië ben. Deze week kreeg ik het be-richt van storting van uw giften.
Zoals afgesproken zullen die verder gebruikt worden in Libanon om de schoolkosten te betalen van twee meisjes uit het vluchtelingenkamp in Dbajeh.
In januari waren we weer enkele dagen in Libanon. De toestand is er nu toch vrediger, althans in onze streek. De scholen zijn open en overal worden er herstellingswerken uitgevoerd. In het kamp is een school die 15 jaar gediend heeft als kazerne voor het leger of voor een of andere militie die het kamp bezette. De school is erg gebombardeerd. Momenteel worden er enkele lokalen gebruiksklaar ge-maakt zodat deze kunnen gebruikt worden voor vormingsactiviteiten (tot nu toe gebeurde dit op straat of in de kerk of in een of ander huis).
Hier in Jordanië zijn we met drie “Kleine zusters” in de fraterniteit. Het land is wel vredig maar er is heel veel werkloosheid.
Daarbij zijn heel veel Irakese vluchtelingen, meestal christenen, die omwille van het politieke regime in hun land zijn weggevlucht om naar Amerika te emigreren. Door geldgebrek zijn zij hier gestrand en er is voor hen geen werk te vinden.
Dit is een van de vele problemen waarmede we hier dagelijks geconfronteerd worden. De weinige so-ciale wetten maken dat de arbeiders hier werkelijk in het proletariaat leven. Wij moeten machteloos toezien. Alleen proberen we hier en daar de nood te lenigen door bemiddelend op te treden als het gaat om hoge hospitalisatiekosten te betalen, of schoolgeld e.d. Via Caritas krijgen we wel medica-menten, kledij en dekens. Ook de Pauselijke Missiewerken doen goed werk in de dispensaria en met hun peterschap-systeem. Voor dit alles zijn wij als tussenpersoon ingeschakeld omdat we midden tus-sen de armen leven en hun situatie kennen. Dit is dan de materiële kant.
Door de catechese proberen we toch ook aan de kinderen een christelijke vorming te geven. Vooral de kinderen vanaf 13 jaar zijn erg geïnteresseerd. Gelukkig hebben we enkele goede catechisten op de parochie die ons heel goed helpen, want ja, de taal blijft voor ons toch altijd nog een probleem.
Maar ja, de taal is niet het belangrijkste. Het leven delen, samen op weg gaan als volk van God is een levensavontuur, en we hopen dat we dit verder mogen blijven doen.

Correspondent: Hilde Van Laer

Amman - 11 oktober 1991

Na onze ontmoeting in de maand september, heeft de Brug voor mij meer een gezicht gekregen. Be-dankt voor de moeite die jullie gedaan hebben een avond vrij te maken om naar mijn verhaal te Luiste-ren.
Op 26 september ben ik dus terug vertrokken. Ik heb van de gelegenheid geprofiteerd om een grote hoeveelheid medicamenten, waarvan de meeste van Janssen Farmaceutica, mee te nemen, t.t.z. ver-zonden. Toen ik ze in Beirouth wilde afhalen op de cargodienst, kreeg ik wel wat moeilijkheden. We hadden de handtekening nodig van de minister van gezondheid om de medicamenten in het land te mogen binnenbrengen. Na 2 halve dagen gelopen te hebben voor de formaliteiten hebben we ze uit-eindelijk meegekregen, maar we moesten wel ter plaatse, in de loods van de vlieghaven de doosjes van de medicamenten verscheuren zodat we ze zeker niet kunnen verkopen. Dus eind goed, al goed, de ± 40 kg. medicamenten zijn nu bij ons.
Het geld dat jullie gestort hebben in januari heb ik dus nu kunnen meenemen en het zal dus verder gebruikt worden om het schoolgeld te betalen van 2 meisjes uit het vluchtelingenkamp. Ik geloof dat er niet veel zal overschieten voor iets anders omdat het schoolgeld met zeker 50 % gestegen is. Dat is dus wat Libanon betreft.
Op 1 oktober ben ik verhuisd naar Amman in Jordanië. In de fraterniteit daar had men iemand nodig voor de huishouding en het onthaal. Ik bleek daar de geschikte persoon voor te zijn, dus ben ik ver-huisd.
Ik ken een klein beetje de stad en de mensen, omdat ik hier 4 jaar geleden nog gewoond heb om de Arabische taal te studeren. Dus helemaal nieuw is het niet voor mij, maar het zal toch wel enige tijd duren vooraleer ik ingewerkt ben. Daarom dat ik verkies dat het project dat jullie steunen verder loopt in Libanon.
Hartelijk dank voor jullie inzet en jullie vriendschap.

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 21 september 1990

In de hoop dat deze brief jullie bereikt voor eind oktober, wil ik graag een beetje vertellen over de situ-atie hier.
Sinds de grote veldslag in februari/maart, waarbij de troepen van de “Force Libanaires” werden terug-gedreven, is er strategisch niet veel veranderd. In enkele maanden tijd werd er enorm veel kapot ge-schoten, meer dan op 15 jaar oorlog..De herstellingswerken gebeuren langzaam, de mensen hebben er geen geld voor. De inflatie is enorm. De huidige koers van de dollar werkt dit nog in de hand. De le-vensduurte is onhoudbaar.
Door de maandenlange bombardementen hebhen de kinderen geen kans gehad om naar school te gaan. Nu de scholen heropenen heeft men het schoolgeld gewoon verdubbeld. Ook de schoolbus wordt onbetaalbaar vanwege de dure benzine. Het sociaal centrum hier in het kamp heeft het initiatief genomen om les te geven aan kinderen die wegens geldgebrek niet naar school kunnen. Daarom dachten wij dat het goed zou zijn enkele gezinnen te helpen om hun kinderen naar school te sturen door een deel van de verplaatsingskosten of het schoolgeld te betalen, omdat we geloven dat mee-helpen aan de opvoeding van een kind tevens meehelpen is aan de opbouw van een land..
Hetgeen niet wegneemt dat we nog steeds heel blij zijn met de medicamenten. Is het mogelijk dat de verzending rechtstreeks gebeurt ?
Ik weet niet hoe ik jullie kan bedanken voor jullie inzet, bekommernis en meeleven

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 29 maart 1990

Bedankt voor het nummer van “de Brug” dat ik hier kreeg. De storting van 36.000, fr. is dus, na een omweg via Venezuela, toch bii ons terechtgekomen. Heel veel dank aan alle werkers van het voorbije jaar.
Hetgeen ik in mijn laatste brief geschreven had over de grootste nood nl. schoolgeld en ondergoed, is nu wel achterhaald.
De 7-dagenstrijd van 31. - 6.2 heeft de helft van het kamp verwoest. De strijd was enorm hevig. Er lig-gen namelijk 7 kazernes van de “Force Libanaires” op 500 m van het kamp. Het leger van generaal Aoun heeft 7 dagen gestreden om deze kazernes in te nemen en wij kregen dus weer van de klappen. Er werden 60 huizen volledig verwoest, een 80-tal waarvan één of meerdere kamers vernield werden en meer dan 100 waarvan het dak (eterniet of zink) gedeeltelijk kapot is, of de muren van het huis ge-barsten zijn. Een echte ruïne. Ons parochiehuis heeft geen deuren of ramen meer en er zijn zes grote gaten in het dak. Heel het systeem van de waterbevoorrading is volledig verwoest. Elke dag is er dus waterbedeling via een tankwagen. Elektriciteit is er niet meer sinds 31 januari. Momenteel zijn er heel veel families vertrokken naar veiliger streken, meestal naar familie in het zuiden of het noorden van Libanon waar het op het ogenblik vrediger is om te leven.
Via het Rode Kruis en Caritas kwam er wel veel hulp o.a. dekens, voedselpaketten, zakken bloem, melkpoeder… De catecheseploeg van de parochie houdt zich bezig met de eerlijke verdeling van dit alles.
Mensen zonder huis slapen in de schuilkelders en overdag verblijven ze bij buren of familie. Niemand kan gaan werken en de scholen zijn sinds 31 januari gesloten. Hoelang zal dit nog duren? Totnogtoe is er nog altijd voldoende eten voor wie nog geld heeft. Voor families die geen grote reserve hebben wordt het na drie maanden werkloosheid (geen inkomen) een groot probleem. Gelukkig blijft medische hulp nog een beetje verzekerd. We helpen waar het kan.
De strijd om Dbayeh is wel voorbij, maar de oorlog nog lang niet. Regelmatig wordt het kamp gecon-troleerd. Waarom? We begrijpen niets meer van deze waanzinnige oorlog. De mensen verlangen vre-de om alles weer te kunnen heropbouwen.
Bid voor ons opdat we mogen trouw blijven aan onze zending hier.

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 9 oktober 1989

Na 6 maanden oorlog schrijf ik jullie vanuit een gekwetst Libanon. We hebben het gelukkig overleefd, maar de oorlog van de laatste maanden heeft zijn sporen nagelaten. Vandaag was het de eerste schooldag. De scholen waren gesloten vanaf 14 maart. Velen zullen het schooljaar moeten herdoen. Voor de meeste families valt dit zeer zwaar, omdat ze, splits de sluiting van de scholen, toch school-geld moeten betalen tot eind juni. De staatsscholen zijn wel gratis, maar de verplaatsingskosten blij-ven doorwegen. Vermits hier geen schoolplicht is, wordt er hier in het kamp toch naar gestreefd alle kinderen naar ‘t school te sturen. Met de fraterniteit ondersteunen wij enkele families die het financieel moeilijk hebben.
Om U een idee te geven van de waarde van de lonen: een doorsnee arbeider in vast dienstverband verdient per maand ± 45.000 11. De verplaatsingskosten voor één schoolgaand kind bedraagt 2.500 ll/maand. Voor een gezin met 4 à 5 schoolgaande kinderen is dit niet houdbaar zonder hulp van bui-tenaf.
De prijs van het brood bedraagt 50 ll, 1 kg aardappelen 75 ll, 1 kg kip 800 ll, 1 doosje smeerkaas 375 ll, 1 liter melk 150 ll, enz.
Tijdens de voorbije maanden heeft iedereen wel bijna de reserves opgeleefd. Velen zijn door de oor-log hun werk verloren. In de bouw was het te gevaarlijk om te werken wegens de aanhoudende bom-bardementen. Alle handelsverkeer lag stil daar de grote toegangswegen waren afgesloten. Enkel de binnenlandse handel draaide nog een beetje.
In het sociaal centrum hier komen nu wel regelmatig pakken toe met tweedehandskledij. Josefine be-steedt er veel tijd aan om alles te sorteren en verder te verdelen. Hetgeen er spijtig genoeg nooit hij is, is ondergoed en schoenen. We hebben dan ook besloten voor enkele families, en vooral dan voor de kinderen, ondergoed te kopen. In de winter zal dit wel helpen om ziekten te voorkomen. We kopen hier het ondergoed in de fabriek zelf aan een matige prijs. Voor 4.000 ll (400 Bf.) kocht ik toch 8 stuks. Dit is op het ogenblik onze belangrijkste financiële hulp.
Na twee jaar aanwezigheid hier in het kamp, mogen we zeggen dat er heel veel vriendschapsbanden met de mensen gegroeid zijn. Vooral de laatste maanden van de oorlog hebben ons dichter bij elkaar gebracht. Solidariteit in het gevaar maakt één. En ik kan u verzekeren dat we wel bange nachten hebben doorgemaakt. Wonder boven wonder zijn er slechts 2 bommen in het kamp gevallen. Eén die een gat maakte in het dak van de kerk en een tweede is op een huis gevallen. Gelukkig waren de inwo-ners juist 5 min. voor de inslag naar de schuilkelder gevlucht. In het kamp zelf is niemand gekwetst geworden of gedood, maar er is ook nooit zoveel gebeden als de laatste maanden. We zijn hier vaak getuige geweest van het grote geloof van sommige mensen. Velen zijn voor ons een echt voorbeeld van Godsvertrouwen. We geloven echt dat het dank zij het gebed is, dat er relatief weinig slachtoffers gevallen zijn. We hopen nu maar dat alles vlug een goede en definitieve oplossing krijgt, zolat we als vrije mensen ons hier in het land kunnen bewegen.
Ik heb vernomen dat ons dit jaar weer een karton medicamenten werd toegezegd. Van dit van vorig ja-ren resten er nog enkele doosjes Vermox. Al de andere medicamenten hebben hier hun dienst bewe-zen. Heel veel dank daarvoor. Deze medicamenten zijn voor ons meer waard dan goud.
Ik wens jullie veel moed en duizendmaal dank voor jullie financiële en morele steun

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 2 juli 1989

Ik ben blij jullie eindelijk te kunnen schrijven. Sinds maart hebben we geen gelegenheid gehad brieven te versturen. Nu doet er zich gelukkig toch de gelegenheid voor.
Heel veel dank voor de flinke som van 40.000 fr. die gestort werd. Veel dank aan allen die door hun werk dit bijeen gespaard hebben. De medicamenten die we vorig jaar ontvangen hebben zijn nu bijna allemaal hier. Het laatste pak kregen we hier toe op 6 juni via de Franse ambassadeur, in Beiroet. Het was een welgekomen verrassing, juist op het moment dat de Perdolan en de doosjes vitaminen op waren, Het zijn zeer goede medicamenten, vooral omdat we ze zelf kunnen geven. We hoeven ze niet door te geven aan een dispensarium. Bv. 1 tube Rubalgan doet dienst voor meerdere zieken. Als de pijn over is, moeten ze de rest terugeven. We zien dus uit naar een volgende levering medicamenten indien dit mogelijk is. Voor de verzending vinden we wel een oplossing langs het bekende kanaal. Hoe het leven hier nu gaat? Sinds 14 maart is de oorlog weer losgebarsten tussen Syrië en Libanon. We zijn nog geen 24 uren zonder bombardementen gebleven, spijts alle vergaderingen en zogezegde “staak het vuren”. Alle wegen zijn nog steeds afgesloten. Er is dus geen handel meer met het buiten-land, met alle gevolgen vandien. Alle scholen zijn ook gesloten. Vele mensen zitten thuis zonder werk. De beste firma’s betalen hun arbeiders 50 % van hun loon. Totnogtoe zijn we hier in het kamp ge-spaard gebleven van raketten, maar als het gevaar te groot is, slapen de mensen in de schuilkelders. We verplaatsen ons niet veel buiten het kamp, dat is het veiligste... De meeste voedingsmiddelen kunnen we gelukkig hier kopen, alhoewel de keuze van fruit en groenten wel erg klein is geworden omdat de meeste groenten uit de bezette gebieden moeten komen.
Elektriciteit en benzine is wel schaars geworden. De koelkast is meer warm dan koud (en hier is het nu 29° in huis) en de was wordt met de hand gedaan.
Ondanks alles stellen we het hier goed. Veel meer mensen doen nu beroep op ons voor medische hulp. Door de bombardementen kan het personeel van het dispensarium niet meer tot hier komen, dus komen de mensen bij ons aankloppen. De laatste maanden is ons huis hier een half dispensarium: wondenverzorging, raad geven en thuis zieken verzorgen, moeders die moeten bevallen begeleiden enz. De laatste 3 maanden waren er hier 15 geboorten in het kamp en dat is wel veel. Ondertussen tuinieren we ook en winnen we tomaten en peterselie. Voor het geval we zelf brood bakken hebben we een houtoven in de tuin gemaakt. We zijn dus op alles zo wat voorzien.
In de parochie werken we verder met het koor. Onze koorleider (een Syriër) is nu reeds 4 maanden afwezig. Ik moet dus zelf de zaak redden. Er werd ook een nieuwe werkgroep catechese gestart. We zitten nu nog in een voorbereidend stadium, maar hopen in augustus toch te kunnen starten. Er zijn tot nu toe toch ongeveer 180 kinderen ingeschreven. Ge ziet de oorlog heeft het leven hier niet lam ge-legd.
We voelen ons niet verlaten en hopen dat we nog lang mogen samenwerken.
Heel veel dank

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 22 december 1988

Gans de fraterniteit in Libanon brengt ons de beste wensen voor 1989 over.
Zij melden ons dat de medicamenten zo stilaan ter plaatse geraken. In pakken van 3 à 4 kg worden deze medicamenten met reiztigers meegegeven. Dit is de meest zekere en goedkoopste weg.

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 13 maart 1988

De hevige stortregens met onweer van de laatste weken doen mij nu wel verlangend uitzien naar de zomer die ons hier als garantie de zon brengt.
In het sociaal centrum hier in het kamp komt sinds enkele maanden elke week een dokter van het ro-de kruis. De mensen kunnen dan gratis consulteren. In de mate dat er voorraad is, worden de medi-camenten ook gratis gegeven.
De nood aan medicamenten hier in het kamp is enorm. Daarom durf ik U vragen of jullie met uw groep ons hierin niet kunnen helpen. Op welke wijze weet ik niet, maar dagelijks komen mensen bij ons met de vraag naar medicamenten aankloppen. Een kleine voorraad van medicamenten staat ons toe heel wat mensen te helpen. In naam van hen allen wil ik U reeds gemeend dank zeggen.
NVDR
Aangezien dit schrijven van Chris zo kort is, mogen wij besluiten dat deze brief een dringende oproep betekent. Aan DM0S hebben wij reeds een aanvraag voor medicamenten gericht

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 4 januari 1988

Ik heb vernomen dat ons project is aangenomen door jullie. Ik wil jullie nu al dank zeggen in naam van al de mensen die we ermee kunnen helpen.
Hoe dat concreet in de toekomst zal gebeuren, zal ik jullie dan laten weten.
De grootste nood is wel momenteel: medicamenten en voeding.
We zijn heel blij te weten dat er in Kalmthout en omstreken een groep mensen is die met ons meele-ven, die willen delen van hun tijd, hun bezit.
Als ik ooit in verlof kom, kan ik van de gelegenheid gebruik maken om jullie beter te leren kennen.

Correspondent: Hilde Van Laer

Amman - 1 november 1994

Een jaar is al weer zo vlug om. Jullie hebben weer hard gewerkt om met ons te kunnen delen. We houden vast aan ons project om twee meisjes hun secundair onderwijs te kunnen laten volgen in een christelijke school in Libanon. De situatie van de Libanese vluchtelingen is er niet op verbeterd. Langs alle kanten wordt er druk op hen uitgeoefend om terug te keren naar hun oorspronkelijke streek, waar hun huis vernield is en waar geen werkgelegenheid voor hen is. Met dit angstbeeld voor ogen moeten zij nu verder leven in het kamp. De economische toestand is slechter dan tijdens de oorlog en de koopkracht vermindert. Maar Heha en Désiré, de twee meisjes die we steunen voor het onderwijs, kennen niets anders dan dit leven. Zij zijn geboren in het begin van de oorlog. Zij hebben geen welva-rend Libanon gekend. Door de liefde van hun ouders zijn ze evenwichtig opgegroeid, spijts de armoe-de en de sociale onzekerheid. Ze nemen reeds goed hun verantwoordelijkheid op in de parochiale ac-tiviteiten en ze zijn een goede hulp voor ons in de catechese. De oorlog heeft geen domper gezet op hun levenslust en enthousiasme. Ze zijn een teken van hoop voor de toekomst. Heba volgt nu haar laatste jaar van de humaniora en Désiré het vierde middelbaar.
Hier in Amman beginnen we nu een nieuwe fase, na de vredesakkoorden met Israël. Wat die concreet voor ons zal meebrengen in de toekomst, moeten we nog afwachten. Het merendeel van de bevolking is heel tevreden over de vredesakkoorden, maar het heeft voorlopig weinig invloed op ons concreet dagelijks leven. De christenen verlaten nog steeds het land om te emigreren naar Amerika, Australië, Scandinavië…
We zijn een kleine minderheid en de invloed van de Islam is zo groot. Vooral als er economisch voor-deel aan verbonden is, of door huwelijk, zijn er niet weinig christenen die moslim worden. Daarom is liet nu belangrijk dat christenen hun ware identiteit kennen en de waarde ervan zien. Daarom is de aanwezigheid van onze fraterniteit in dit land zo belangrijk en worden we dagelijks opgeroepen om au-thentiek evangelisch te leven, een taak die we maar aankunnen door hulp van het gebed hier en in verbondenheid met de wereldkerk. Daarom rekenen we ook op jullie gebed en jullie trouw aan het evangelie.

Correspondent: Hilde Van Laer

Dbayah - 24 oktober 1987

We zijn heel blij dat jullie ons willen opnemen in de kring van missionarissen aan wie jullie steun ver-lenen. We zijn nu nog maar 2 maanden hier, dat is niet veel, maar ik zal proberen jullie een idee te geven van de toestand en van ons werk hier.
We wonen dus in Dbayah, een luitenwijk van Beiroet, ongeveer 10 km ten noorden van de stad zelf. Een beetje buiten het centrum van Dbayah zelf ligt het vluchtelingenkamp met een oppervlakte van ongeveer 0,5 km2. Er zijn vier parallellopende straten in het kamp. Daartussen zijn de huisjes gebouwd, klein en heel dicht op mekaar, meestal met een eterniet dak. Op regelmatige afstanden zijn er gemeenschappelijke toiletten. In totaal zijn er een 550 families waarvan 1/3 Palestijnen en 2/3 Libanezen, maar allen vluchtelingen en allen christenen. Heel de streek is trouwens Christen. In het kamp is ook een kerk, een dispensarium en een sociaal centrun waarin enkele zusters en leken werken. Het centrum werkt heel goed, vooral op educatief vlak. Er wordt heel veel gedaan o.a. opdat ouders hun kinderen naar school zouden sturen (Libanon heeft geen schoolplicht). In de vakantie worden jeugdkampen georganiseerd die geleid worden door jongeren van buiten het kamp. Ook worden er alfabetisetiecursussen gegeven door universiteitsstudenten.
Wij wonen dus in het kamp zelf. Wonder boven wonder hebben we een goed huis gevonden, met een echt dak en sanitair. We hebben zelfs een kleine tuin waarin we groenten winnen. Wij zijn de enige re-ligieuzen die ter plaatse wonen. Zoals het in onze spiritualiteit geschreven staat, is het de bodoeling dat we met de mensen een familie vormen, met hen meeleven in lief en leed, helpen waar het kan zo-als dit in een familie gebeurt, zorg dragen voor elkaar. Er is veel materiële nood, maar vooral ook mo-rele. De oorlog heeft zijn sporen reeds nagelaten. Zoveel vrouwen die hun man of oudste zoon verlo-ren hebben in de oorlog. Oorlog brengt zoveel wanorde mee in een land, met al de gevolgen vandien. Momenteel zijn we hier met 3 kleine zusters. Jozefine werkt in het sociaal centrun. Ze doet er allerlei-praktisch werk, o.a. bedeling van de klederen die via het rode kruis toekomen, families bijstaan om te helpen hun geld te beheren, zieken bezoeken, medicamenten brengen, bloeddruk en temperatuur op-nemen enz. . Eenmaal per week is er een warme maaltijd voor bejaarden in het centrum. Voor dit werk krijgt Josefine een loon via de Pauselijke Missiewerken.
Christine werkt in een atelier voor ondergoed. Ze werkt 8 uur per dag op de naaimachine, 6 dagen in de week. Haar loon komt nu overeen met 500 fr. per maand. Met haar werken veel meisjes die in het kamp wonen.
De ontwaarding van de Libanese Lire is enorm. De prijs van een brood is op 2 maanden tijd meer dan verdubbeld. Materieel brengt dit catastrofale gevolgen mee. Medicamenten worden onbetaalbaar. Mensen met een slepende. ziekte ruineren zich of moeten sterven.
Het openbaar vervoer is zo duur dat sommigen de helft van hun loon besteden aan verplaatsingskos-ten.
Deze week (5/11) zal er een algemene staking beginnen om o.a. loonsverhoging met 100 % te eisen. Ondertussen gaat het leven voort. In al hun armoede zijn onze vrienden zeer vrijgevig. Als er iemand brood bakt, brengen ze ons een deel.
Na de eerste regen zijn er veel escargots die de kinderen gaan zoeken. Als ze gereed gemaakt zijn krijgen wij wel eens een bord.
Er is ook een sterk bewustzijn van hun christen zijn. Vooral bij de jongeren is er een hele groep die zich inzet voor de catechese. Elke week, is er een bezinningsavond in een of ander huis. Er zijn altijd een 25-tal jongeren. 0nze fraterniteit is voor hen een pleisterplaats.
Dagelijks komen er bij ons zo’n 40.mensen met allerlei problemen over de vloer. Wij trachten hen allen zo goed en zo kwaad mogelijk te helpen. Er zijn veel tekens van hoop, van goede wil, om weer vrede op te bouwen, maar het is nog een lange weg.

Correspondent: Hilde Van Laer